Project Celsius zoekt navolgers

Vijf grote Europese steden gingen gezamenlijk voor de holistische benadering van warmte- en koudenetten. In demonstratieprojecten tonen zij hoe andere steden hun warmteketen van opwekking tot distributie en eindgebruiker kunnen optimaliseren.

Volgens het Europese programma Celsius City is er meer dan genoeg restwarmte beschikbaar om alle gebouwen in de EU te verwarmen; het ontbreekt enkel nog aan de methoden om die warmte te verspreiden. Celsius, wat staat voor Combined Efficient Large Scale Integrated Urban Systems, zoekt naar mogelijkheden om warmte en koude op een slimme manier te distribueren binnen de stedelijke omgeving. Vijf steden zijn daarbij gekozen als koplopers: het Zweedse Gothenburg, het Duitse Keulen, Engelse Londen, Italiaanse Genua en ons eigen Rotterdam.

De Celsius Cities willen als leefbare en competitieve steden intelligent omgaan met de energievoorziening, waardoor minder fossiele energie nodig is. Warmte- en koudenetten, betere terugwinmethoden en warmteopslag zorgen ervoor dat de steden restwarmte en –koude efficiënt kunnen inzetten. Het elektriciteitsnet moet daarnaast geschikt zijn om decentrale opwekking te faciliteren.

In het project gaat het echter niet alleen om de grote schaal, de netten, opslag en systeemintegratie. De hele warmteketen is bekeken, dus ook de energiegebruikers van huishouden tot datacenter of schip. Binnen het project is bijvoorbeeld gewerkt aan warmte- en stroomlevering aan schepen in de haven en aan witgoed als (af)wasmachines die zijn aangesloten op het warmtenet om het elektriciteitsverbruik te reduceren. Dat lijkt misschien heel futuristisch, maar de demonstratieprojecten in de vijf steden laten zien dat het nu al mogelijk is. Aangezien het 4-jarig programma in 2015 ten einde loopt, is de tijd rijp om te zoeken naar steden waar de successen zijn te herhalen, de zogeheten Replicator Cities (zie oproep in kader). Een kleine selectie uit de projecten.

 

Gothenburg

De Zweedse havenstad Gothenburg, coördinator van het programma, is de koploper als het gaat om warmte- en koudenetten. 90 procent van de gebouwen in de stad is aangesloten op een warmtenet. Restwarmte van de raffinaderijen van Shell en Preem, de warmte van afvalverbrander Renova, een warmtepompcentrale bij de waterzuivering en ketels op biomassa voeden het net. De rivier Göta Alv, waaraan de stad is gebouwd, levert koude.

Deze tweede stad van Zweden heeft als demonstratieprojecten zonnecollectoren voor het warmtenet, een warmtenetaansluiting voor de ferryschepen van Stena Lines, koppelingen met warmtenetten van naburige gemeenten, absorptiekoeling en witgoed op warmtenetten.

 

Genua

Iren exploiteert het warmtenet van de havenstad Genua. Het bedrijf is de grootste warmtenetexploitant van Italië en heeft meer dan 780.000 klanten in vijf steden. Een van de demonstratieprojecten in Genua betreft een expansieturbine in een gasreduceerstation die is gekoppeld aan een warmtekrachtkoppeling en die beschikt over een geavanceerde regeling om het gas- en elektriciteitsverbruik op het aangesloten industrieterrein zo efficiënt mogelijk te benutten.

 

Keulen

Keulen voert haar Celsiusproject uit samen met Rheinenergie en de Technische Hogeschool Keulen. Rheinenergie heeft een warmtenet in de regio met een totaal warmtevermogen van 1.300 MW. Afnemers zijn naast woningen ook enkele grootzakelijke klanten zoals een autofabriek van Ford, de Deutz-motorenfabriek, de Westdeutsche Rundfunk en de universiteit. In het kader van Celsius breidt Keulen het warmtenet verder uit.

Verder lopen enkele demonstratieprojecten in Keulen, waaronder een project met rioolwater. Het riool zou volgens onderzoek in 20 procent van de Duitse warmtebehoefte van gebouwen kunnen voorzien, maar loopt meestal stuk op technische of financiële problemen. Daarom willen de Keulenaren drie verschillende systemen vergelijken om de beste warmteterugwintechniek uit te kunnen zoeken. De projecten zijn allen in de buurt van scholen en fitnesscentra gesitueerd en variëren van 1.000 tot 2.500 kW. Andere Keulse projecten betreffen een wkk op biogas van de rioolwaterzuivering Stammheim voor een woonwijk en een rondetafel met experts die een budget van 5 miljoen euro mogen besteden aan kleine lokale projecten.

 

Londen

In tegenstelling tot de andere Celsius-steden kent Londen geen omvangrijk warmtenet. Het net in de wijk Bunhill is de basis voor demonstratie van winning van warmte uit metrotunnels, opslag van warmte en uitbreiding van warmtenetten. Verder wil Londen de ontwikkeling van meerdere kleinere warmtenetten demonstreren en experimenteren met de koppeling van decentrale opwekking aan het grote energiesysteem van Londen.

 

Rotterdam

Rotterdam werkt samen met Nuon, de Technische Universiteit Delft en Warmtebedrijf Rotterdam Infra aan een fors aantal demonstratieprojecten. De benutting van warmte uit afvalverbranding en de bouw van warmtehubs zijn met de realisatie van De Nieuwe Warmteweg en de Leiding over Noord binnen Celsius toonaangevende successen. Andere opmerkelijke Rotterdamse projecten zijn Vertical City en Industrial Ecology.

Vertical City is gerealiseerd in het 150 meter hoge gebouw De Rotterdam van architect Rem Koolhaas. In De Rotterdam zijn verschillende technieken gecombineerd: stadswarmte, koeling met rivierwater, seizoenopslag van warmte en koude en een warmtekrachtkoppeling op biobrandstof.

 

Blauwdruk

In april van dit jaar kwamen de Celsius-partners bijeen in Rotterdam op de SS Rotterdam. Een passende locatie, want dit tot hotel en congrescentrum omgebouwde cruiseschip is aangesloten op het warmtenet. Aan de conferentie deden niet alleen de vijf voorlopersteden mee, maar ook Nederlandse en Vlaamse steden als Antwerpen, Gent, Purmerend, Den Haag, Tilburg, Nijmegen en Amsterdam maakten hier kennis met Celsius en deelden hun eigen ervaringen op het gebied van warmte- en koudenetten.

Het uiteindelijke doel van Celsius is om zoveel mogelijk kennis over koude- en warmtenetten op te doen en de demonstratieprojecten als blauwdruk in andere steden uit te rollen met hulp van de experts uit de Celsius Cities die haalbaarheidsplannen maken voor de lokale situatie. Ook financiering via de Europese Investeringsbank behoort daarbij tot de mogelijkheden. Daarvoor hebben zich ondertussen al zeven steden aangemeld: Athene (Griekenland), Gent, Riga (Letland), Viladecans (Spanje) en de Poolse steden Gdanks, Gdynia en Warschau.