Nieuwe ontwikkelingen op jaarbijeenkomst 2011

Met 120 deelnemers haalde de jaarbijeenkomst 2011 van Warmtenetwerk op 7 oktober in ’s Hertogenbosch een nieuw record. Wellicht was de grote opkomst te danken aan een lokkertje. Voor elke deelnemer was er een gratis exemplaar van het nieuwe boek ‘Warmte in de Nederlanden’. Dit cadeautje was mogelijk doordat de stichting Warmtenetwerk financieel gezond is zoals penningmeester Hendrik Jan Kors toelichtte, maar ook door de grote oplage van 7.500 exemplaren, waardoor de drukkosten per boek laag zijn.

 

Veel actie in 2011 

‘We hebben zowel in Nederland als Vlaanderen een aantal nieuwe deelnemers gekregen’, meldde voorzitter Gijs de Man in zijn presentatie over het jaar 2011. Die groei is het direct gevolg van de activiteiten van de stichting. In 2011 werden er verschillende congressen georganiseerd en daarbij is gekozen voor samenwerking met andere partijen zoals SKB, KIVI NIRIA, projectgroep biomassa & wkk en TVVL.

Warmtenetwerk organiseerde excursies naar de Duitse gemeente Lathen en naar de aanleg van de warmteleiding van Diemen naar Almere.

De verschillende werkgroepen hebben in 2011 heel wat activiteiten ontwikkeld. De werkgroep Beleid & Regelgeving had als belangrijke thema’s de warmtewet, de energieprestatienorm en energielabels, de nieuwe emissieregeling ETS3 en het Bouwbesluit. De stichting werkte ook met een ad hoc team aan de marktconsultatie voor de SDE+ 2012. In 2012 zal in deze steunregeling ook de productie van duurzame warmte worden opgenomen.

Warmtenetwerk is voor ISSO als partner actief bij het opstellen van nieuwe normen voor de aanleg van warmtenetten.

De werkgroep Techniek & Innovatie heeft zich vooral gericht op kansen en knelpunten voor warmtenetten in de bestaande bouw en de werkgroep Opleidingen heeft een nieuwe inventarisatie gemaakt van cursussen en opleidingen op het gebied van warmte.

 

2000e abonnee nieuwsbrief 

Samantha van der Tas, student aan de Haagse Hogeschool meldde zich enkele dagen voor de jaarbijeenkomst aan als abonnee op de digitale nieuwsbrief van Warmtenetwerk. Met haar inschrijving bleken we exact op 2.000 abonnees te zijn gekomen. Reden voor Gijs de Man om haar op de jaarbijeenkomst te huldigen met een bloemetje en een cadeaubon.

Aanleiding voor Samantha om onze bijeenkomst te bezoeken, was een onderzoek dat ze doet naar verduurzaming van warmtenetten in de regio Delft. De jaarbijeenkomst van Warmtenetwerk was voor Samantha een mooie gelegenheid om kennis op te doen voor haar onderzoek.

 

Eerste exemplaar warmteboek voor Jean-Luc Bonte 

Het boek ‘Warmte in de Nederlanden’ is meer dan een herdruk van het in 2010 verschenen boek ‘Warmte in Nederland’. Naast actualisatie van de regelgeving in Nederland is informatie over warmte in Vlaanderen toegevoegd. Vandaar dat ook de titel is aangepast. In het nieuwe boek zijn twee praktijkvoorbeelden uit Vlaanderen opgenomen: vakantiepark Molenbeek in Helchteren en het warmtenet van MIROM in Roeselare. Jean-Luc Bonte, directeur van MIROM, heeft de hele geschiedenis van het warmtenet in Roeselare meegemaakt vanaf de start in de tachtiger jaren tot en met de bouw van een ORC voor gebruik van zomerwarmte en de aansluiting van een nieuw wooncomplex vorig jaar. Genoeg reden voor het bestuur van Warmtenetwerk om hem het eerste exemplaar van het nieuwe boek te overhandigen.

 

Slimme labelsprong met geothermie 

Peter Heijboer, expert bij adviesbureau DWA, en Maurice Verhulst, directeur van Weijers Waalwijk, presenteerden de uitkomsten van onderzoek van de werkgroep Techniek & Innovatie naar warmtenetten in de bestaande bouw. De sterke daling van de bouw van nieuwe huizen is een van de belangrijkste redenen om te kijken naar de mogelijkheden voor aansluiten van bestaande woningen. Uiteraard is het potentieel met 7 miljoen bestaande woningen ook veel groter dan dat van de nieuwbouw.

“De grote kansen liggen vooral bij blokverwarming, bestaande flatgebouwen met een centraal ketelhuis”, stelt Peter Heijboer. Veel woningcorporaties hebben zich gecommitteerd aan een grote labelsprong voor hun huurwoningen. Voor bestaande flatgebouwen is het veel slimmer om een deel van die labelsprong te behalen met levering van duurzame warmte dan alleen met gebouwgebonden maatregelen.

Om een oude flat naar label A te krijgen met alleen gebouwgebonden maatregelen is een erg kostbare verbouwing nodig, waarbij de bewoners tijdelijk ook nog elders moeten worden ondergebracht. “Door alleen de kosteneffectieve woningmaatregelen te nemen, zoals isolatieglas, spouwisolatie en vervolgens de warmteopwekking te vergroenen (met restwarmte, geothermie, etc.) kan je ook een label A bereiken”, licht Heijboer toe. “Naast veel lagere investeringen per woning heb je dan ook het voordeel dat de bewoners gewoon kunnen blijven zitten.” 

 

Warmte en emissierechten in ETS3 

In 2013 voert de Europese Unie onder de naam ETS3 een nieuw systeem voor de handel in emissierechten in. Het nu geldende ETS2 is nog gebaseerd op historische rechten maar bij de opvolger zal het gaan om rechten op basis van benchmarking. Een andere grote wijziging is dat er voor opwekking van elektriciteit geen gratis rechten meer worden toegekend.

Een van de partijen die meegewerkt heeft aan de voorbereiding van het nieuwe emissiehandelssysteem is onze deelnemer Ecofys. Michiel Stork van dit bedrijf probeerde ons tijdens de jaarbijeenkomst in te wijden in de geheimen van ETS3. Dat begint al met de eigen vaktaal van de emissiehandel.

Zo is ‘carbon leakage’ een belangrijke kreet bij ETS3, die voor buitenstaanders onbegrijpelijk is. Emissierechten worden straks toegekend op basis van hoeveel CO2 die je per eenheid product nodig hebt in een moderne fabriek, maar dat is een probleem voor bedrijven die op de wereldmarkt concurreren. Die zouden hun productie kunnen verplaatsen naar een land buiten de EU en dan verplaatst de emissie zich alleen maar. De emissie lekt weg naar buiten de EU ofwel carbon leakage. Voor dergelijke bedrijven gelden andere regels voor toekenning van rechten.

Een ander mooi vakwoord is ‘domestic offsets’. Het ETS geldt alleen voor grotere installaties met een brandstofcapaciteit van meer dan 20 MW en niet voor woonwijken en kleinere bedrijven. Maar om iets te kunnen doen met bijvoorbeeld het leveren van warmte door een fabriek aan een woonwijk is het concept van domestic offsets bedacht. Helemaal duidelijk zijn de regels hiervoor nog niet en bovendien kan elke lidstaat hiervoor regels stellen. Bij de Nederlandse politici is gelukkig aandacht voor dit onderwerp.

De stichting Warmtenetwerk wil in 2012 samen met Agentschap NL werken aan kennisoverdracht over warmtelevering en ETS3.

 

Warmte, biogas, CO2 en water uit GFT 

Van GFT maak je compost, een mooie bodemverbeteraar die ook nog eens helpt tegen het broeikaseffect door opslag van koolstof. Maar de afvalverwerkers in Nederland investeren de laatste jaren fors in vergisters om ook nog eens biogas uit het GFT te bereiden.

Willem Elsinga van bureau Beleidsplanning & Innovatie presenteerde op de jaarbijeenkomst dat er nog veel meer mogelijk is. Hij adviseerde De Meerlanden in Rijsenhout bij de ombouw van een simpele composteerinstallatie tot een unieke installatie. Die levert niet alleen compost en biogas maar ook warmte, CO2 en bruikbaar water. Warmte en water worden teruggewonnen uit de nacompostering. De warmte wordt geleverd aan kassen in de omgeving. Dat geldt ook voor de CO2 die vrijkomt bij de opwerking van het biogas tot autobrandstof voor de trucks van De Meerlanden.

Voor de winning van warmte uit de composteertunnel wordt de lucht uit de tunnel over een kunststof warmtewisselaar geleid. Door het broeien van de compost is die lucht niet alleen erg warm maar ook verzadigd met waterdamp. Bij de warmtewinning komt niet alleen warmte maar ook veel water vrij. Daar is ook weer een bestemming voor. Het water dat condenseert op de warmtewisselaar gebruikt De Meerlanden in haar sproeiwagens.

Elsinga vertelde, dat de warmtebenutting vrij lastig is omdat er in de zomer de grootste aanvoer van GFT is terwijl de kassen juist in de winter de meeste warmte vragen. Dat probleem wordt nu aangepakt in een volgende investering. Er wordt een opslag voor warmte in een waterhoudende zandlaag in de bodem gerealiseerd. Voor het eerst zal water met een temperatuur van 55 tot 60 graden op 80 meter diepte in de bodem worden opgeslagen. De Meerlanden moest hiervoor een speciale vergunning krijgen, want normaal is de opslag in de bodem beperkt tot een maximum van 25 °C.

“Maar dan heb je een warmtepomp nodig en die verbruiken veel energie”, aldus Elsinga. Opslag op hogere temperatuur is dan ook een uiterst interessante ontwikkeling voor de warmtesector, die we in 2012 verder zullen volgen.