Lessen uit Amsterdamse proeftuin voor aardgasvrije woningen

Geplaatst op 13-03-2019 door Stichting Warmtenetwerk

Amsterdam heeft de ambitie om in 2040 aardgasvrij zijn. Om de komende jaren meters te kunnen maken, zijn pilotprojecten zoals in de Van der Pekbuurt van grote waarde. In deze proeftuin voor aardgasvrije wijken worden zes woonblokken aangesloten op het warmtenet. De gemeente Amsterdam, woningcorporatie Ymere, energiebedrijf Nuon en aannemer A. Hak vertellen over de ervaringen tot nu toe – en de lessen waarmee ook andere wijken en gemeenten aan de slag kunnen.


Op 27 februari jl. vond de Masterclass Warmte in de Bestaande bouw plaats bij Nuon in Amsterdam. Onder andere de gemeente Amsterdam, Woningcorporatie Ymere, Nuon Vattenfall / A. Hak en Dura Vermeer presenteerden hun visie en lessons learned deze middag. Wenst u de presentaties nog eens na te lezen? Download de presentaties dan via deze link

 

Op weg naar een aardgasvrije hoofdstad in 2040
In Amsterdam vormt de City Deal “Naar een aardgasvrije stad” de basis voor de lokale energie- en warmtetransitie. Hierin werken diverse partijen – waaronder de gemeente, woningcorporaties (waaronder Ymere), energiebedrijf Nuon en netbeheerder Alliander – samen aan een wijkgerichte aanpak die de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk wil houden. In Amsterdam heeft zo’n zeventig procent van de inwoners geen ruimte om financieel bij te dragen aan de energietransitie.
 
De komende jaren ziet de gemeente als een belangrijke leerperiode. Om ervaring op te doen worden drie wijken van het aardgas afgehaald en worden voorbereidingen getroffen in een aantal andere wijken. Per buurt wordt bekeken of all electric, stadswarmte of groen gas de beste oplossing is. 
 
Proeftuin Van der Pekbuurt
Een van de pilotbuurten, waar nu al wordt gewerkt, is het gebied rond het Gentiaanplein in de Van der Pekbuurt. De buurt in Amsterdam-Noord behoort tot de 27 proeftuinen die vanuit de rijksoverheid financiering ontvangen om kennis en ervaring op te doen om bestaande wijken haalbaar en betaalbaar te verduurzamen.
 
Voor de Gentiaanbuurt, waar de gasleidingen aan vervanging toe waren, bleek een hoge temperatuur warmtenet de beste oplossing. Inmiddels zijn 38 van in totaal 270 woningen op het warmtenet aangesloten. Deze transitie is onderdeel van een grootschalige aanpak van de buurt: de woningen worden ingrijpend gerenoveerd en ook de openbare ruimte wordt onder handen genomen.
 
Verschillende routes
Tijdig en helder communiceren met bewoners is een belangrijk aandachtspunt, vertelt Bram van Beek van de gemeente Amsterdam tijdens een bijeenkomst van Stichting Warmtenetwerk. “De gemeente heeft de gewoonte het liefst alles uit te willen denken voordat bewoners worden betrokken. In de praktijk blijkt het vaak beter te werken als de gemeente een doel heeft en mensen oproept om mee te denken over de precieze uitvoering.” Tegelijkertijd wil de gemeente een stevige regierol op zich nemen. “Bijvoorbeeld door een ruimtelijk afwegingskader te maken waardoor ingrepen in de openbare ruimte, zoals de plaatsing van tussenstations, beter plaatsvinden.”
 
Het uitwisselen van ervaringen met andere steden is de moeite waard, benadrukt Van Beek. Amsterdam onderhoudt daarom nauwe contacten met onder meer Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Een bijzondere uitdaging hierbij zijn de ideale routes om de lokale klimaatdoelstellingen te realiseren. “De gemeente Amsterdam werkt toe naar een aardgasvrije stad. Maar dat is niet hetzelfde als klimaatneutraal. De gemeente heeft de ambitie om in 2050 CO2-neutraal zijn. Dat vereist onder meer voldoende aandacht voor verduurzaming van de warmtebronnen die we nu inzetten als aardgasvrij alternatieven.”
 
Verduurzaming en renovatie
Een van de belangrijkste uitdagingen voor woningcorporaties is de afstemming tussen de verduurzamingsopgave en het onderhoud, vult Pablo van der Laan van woningcorporatie Ymere aan. “Voor Ymere staan betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voorop. Dit wordt zo duurzaam mogelijk gerealiseerd.”
 
In de straten rond het Gentiaanplein wordt al een kleine drie jaar gewerkt aan de voorbereidingen op het gasloos maken van 38 woningen. Per woning wordt ruim een ton geïnvesteerd in renovatie. “Energiearmoede is een belangrijk punt van aandacht. De betaalbaarheid van de transitie is en blijft het uitgangspunt. Vooral de kosten voor het vastrecht zijn een terugkerend onderwerp van discussie geweest.” Ymere heeft de kosten voor de afleverset op zich genomen. Daarmee zijn de vastrechtkosten van stadwarmte nagenoeg gelijk aan die van gas. Toch is nog een beperkte korting op de huurverhoging noodzakelijk om het prijsverschil met gas te minimaliseren.
 
Marathon
Anticiperen op toekomstige veranderingen is essentieel, benadrukt Van der Laan. “Tien jaar geleden voorzag Ymere al een aantal veranderingen en is gekeken hoe we tijdens renovatietrajecten rekening kunnen houden met no regretopties. Denk aan het inbouwen van een dubbele meterkast om voor te sorteren op elektrisch koken. Vanwege de hoge kosten zijn dit soort aanpakken niet altijd mogelijk. We moeten ook scherpe keuzes maken. Het is bijvoorbeeld niet slim om cv-ketels die pas een paar jaar oud zijn te vervangen. De energietransitie is een marathon, geen sprint.”
 
Volgens Van der Laan is een intensieve samenwerking en afstemming tussen stakeholders en bewoners in de wijk in ieder geval een absolute noodzaak. “Onze planning, uitvoering en oplevering zijn in toenemende mate afhankelijk van partijen zoals de gemeente, Nuon en Alliander. Het zou daarom goed zijn om na te denken over een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van stakeholders.”
 
Bouwcombinatie
Om in de bestaande bouw aansluitingen op het warmtenet te realiseren is het essentieel om goed na te denken over de invulling van de samenwerking tussen betrokken partijen, zeggen Henrie Visserman van Nuon en Pieter van Poelje van A. Hak. Het energiebedrijf en de aannemer zijn in 2018 een bouwcombinatie gestart om complexe maatwerktrajecten zoals in de Van der Pekbuurt in goede banen te leiden.
 
De bouwcombinatie stond in de Gentiaanbuurt voor diverse uitdagingen bij de aanleg van stadswarmte. Zo is er vanwege de smalle straten in de openbare ruimte weinig ruimte om netten aan te leggen. Van Poelje: “Daarom worden woningen via één aansluiting in de kruipruimte van het woonblok aan het warmtenet gekoppeld. Dan hoeft er geen secundair net om het woonblok heen te worden gelegd, met allemaal aparte aansluitingen.”
 
Schouwen op locatie is onmisbaar op dit soort locaties, vult Visserman aan. “Bij oudere woningen is lang niet alles goed geregistreerd. Bovendien kunnen zaken veranderen gedurende de periode waarin de engineering overgaat in de uitvoering.” Visserman schat dat in de bestaande bouw zo’n veertig procent meer tijd nodig is om warmte-aansluitingen te organiseren en voorbereiden dan bij nieuwbouwwoningen.
 
Partnership
Een positieve leerervaring heeft te maken met de verdieping van de samenwerking, zegt Visserman. “Naarmate onze projecten vorderen, worden besluiten steeds vaker gezamenlijk genomen. De traditionele relatie van opdrachtgever en opdrachtnemer heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig partnership. Op die manier kunnen we de gezamenlijke doelen steeds in het vizier houden en optimaal gebruikmaken van elkaar sterktes.”

Auteur:
Lynsey Dubbeld

Lees ook onze andere berichten