Eindverantwoordelijkheid warmtenet: Cruciaal of storm in glas water?

Geplaatst op 04-06-2020 door Stichting Warmtenetwerk

Met zijn voorstel tot een nieuwe Warmtewet heeft minister Wiebes van EZK de knuppel in het hoenderhok gegooid. Volgens het voorstel wordt straks maar één partij eindverantwoordelijk voor de hele keten van een collectief warmtenet. Onder juristen heeft dat tot discussie geleid: is dit nu een cruciale aanpassing of een storm in een glas water? 

 

Het was de tijd dat Corona enkel een buitenlands biertje aanduidde toen Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) zijn brief naar de Tweede Kamer stuurde, de tijd vlak voor het Kerstreces toen het winter had moeten zijn en hij met zijn voorstel voor een nieuwe Warmtewet kwam. Veel daarvan bleek zowel logisch als noodzakelijk. De huidige Warmtewet is vooral een consumentenbeschermingswet, gericht op leveringszekerheid en redelijke tarieven (niet-meer-dan-anders). Door het lokale karakter en de nauwe samenhang vanaf bron tot aflevering lijken beleid en marktordening – althans volgens Wiebes – langzamerhand vast te lopen op onzekerheid bij warmtebedrijven en op gebrek aan sturingskaders en inzicht bij met name gemeenten.

Grosso modo geeft de warmtenetsector hem in de analyse gelijk. Over de uitwerking is onder juristen de laatste maanden echter een felle discussie losgebarsten of de voorstellen niet op gespannen voet staan met huidige wet- en regelgeving. Want wat wil de minister? Volgens de Kamerbrief van 20 december ‘blijft in alle situaties één rechtspersoon – het aangewezen warmtebedrijf – (eind)verantwoordelijk van bron tot warmtelevering. Het staat dit bedrijf wel vrij om activiteiten binnen het systeem bij andere partijen te beleggen. Het warmtebedrijf wordt in principe voor onbepaalde tijd aangewezen (door de gemeente)’.


Frictie met andere wetten?
Michelle de Rijke, partner energie- en bestuursrecht bij Van der Feltz advocaten in Den Haag en lid van Stichting Warmtenetwerk, is een van de juristen die vraagtekens stelt bij zulke maatregelen. De Rijke: ‘dit voorstel gaat in tegen de strekking van de wet voortgang energietransitie (VET) en de recente concept leidraad van de ACM (Autoriteit Consument & Markt) voor netwerkbedrijven en alternatieve energiedragers. Netwerkbedrijven waarvan elektriciteit – of gasnetbeheerders deel uitmaken, mogen het beheer van warmtenetten op grond van de huidige wet- en regelgeving ook onder hun activiteiten scharen. Dat zorgt voor maatwerk en innovatie die door het voorstel van de minister worden ontnomen.’


Casus Leiden
De Rijke hoopt dan ook dat het voorstel – na de vereiste consultatie – niet in deze vorm in de nieuwe wet wordt opgenomen. ‘De argumentatie van Wiebes om de wet te veranderen is dun’, zegt ze. ‘Waarschijnlijk gaat hij uit van de casus Leiden waar Vattenfall, de leverancier annex beheerder van het warmtenet in Leiden, het contract met Uniper, de warmteproducent, had opgezegd omdat die door een andere partij zou worden overgenomen. Die laatste kon echter niet tijdig leveren waardoor de leveringszekerheid naar de aangeslotenen in gevaar kwam. De gemeente en het Rijk meenden dat ze over te weinig instrumenten beschikten om in te grijpen.’

‘De vraag is’, stelt de jurist, ‘of dat met één eindverantwoordelijke – dus met het uitsluiten van het model van onafhankelijk netbeheer – anders zou zijn geworden. In het geval van Leiden was het afdoende geweest als Vattenfall sluitende langetermijnovereenkomsten met ketenpartners had afgesloten. Ook kan je wettelijk vastleggen dat de warmtenetbeheerder verplicht is om het warmtenet beschikbaar te stellen als bijvoorbeeld vanwege de leveringszekerheid een ander warmtebedrijf wordt aangewezen, daarvoor hoef je niet het model van onafhankelijk netbeheer overboord te zetten. Ik zie dus andere oplossingen om de eindverantwoordelijkheid te waarborgen en tegelijkertijd verschillende samenwerkingsvormen mogelijk te maken.’


Meer duidelijkheid
Maarten de Wit en Keesjan Meijering, beiden advocaten op gebied van energierecht bij AKD en, net als De Rijke, lid van Warmtenetwerk, nemen een andere positie in. ‘Als je het over systeemverantwoordelijkheid hebt’, zegt Maarten, ‘dan gaat het over twee aspecten: aan de ene kant is er één partij verantwoordelijk van bron tot drempel van de afnemer, aan de andere kant wordt het open gelaten hoe meerdere partijen hun activiteiten binnen de keten invullen. Dit systeem verhindert dat partijen binnen de keten de verantwoordelijkheid op een andere partij afschuiven, het interface risico. Standaardisering van de selectieprocedure voor een warmtebedrijf hoeft flexibiliteit en maatwerk niet in de weg te staan, lokale initiatieven blijven tot de mogelijkheden behoren.’

‘Het wetsvoorstel heeft goede elementen’, vult Keesjan Meijering aan. ‘Zo wordt de procedure voor aanwijzing van het netwerkbedrijf transparanter en meer rechtszeker. Dat schept duidelijkheid naar zowel de gemeente als naar het geselecteerde warmtebedrijf. Of er binnen die procedure nog kansen voor flexibiliteit liggen? Het lijkt erop dat in de nieuwe warmtewet een ontheffingsmogelijkheid komt voor ‘kleine netten’, waarbij de grens op 500 aansluitingen staat. Dat maakt het mogelijk dat een coöperatie met een goed plan zelf een collectieve warmtevoorziening realiseert. Zo blijft er ruimte voor maatwerk en innovatie terwijl de burger ook nog kan participeren. Want dat is volgens ons echt een must voor een succesvolle warmtetransitie.’

Maarten rondt af met ‘de regulering en invulling van warmtenetten is vaak een groot zoekplaatje voor gemeenten. Ze hebben zich aan verschillende wetten te houden, uiteenlopend van de Warmtewet en het Bouwbesluit tot aan het mededingings- en aanbestedingsrecht. De nieuwe Warmtewet moet meer duidelijkheid bieden en voorziet daarmee in de behoefte van de gemeenten. Over het risico dat deze wet gedwongen zal leiden tot een
‘one size fits all’ model waardoor innovatie en maatwerk straks in het gedrang kunnen komen, maken we ons geen zorgen. Het is in dat opzicht toch een beetje een storm in een glas water.’


Naschrift:

Wiebes’ wetsvoorstel is geen gelopen race. De komende maanden volgt eerst een consultatieronde waarin betrokkenen zich kunnen uitspreken. Na de zomer gaat het voorstel met de Memorie van Toelichting richting Twee Kamer. Het voornemen is de nieuwe Warmtewet per januari 2022 in te laten gaan.

 

Op de foto (v.l.n.r.)

  1. Maarten de Wit
  2. Michelle de Rijke
  3. Keesjan Meijering

 

Auteur:
Tseard Zoethout

Lees ook onze andere berichten