Ga naar inhoud

Nieuws

13 oktober 2025

Kostenverschillen warmte Nederland en Denemarken hebben vele oorzaken

  • onderzoek, onderwijs
  • wetgeving, financiering

Stichting Warmtenetwerk en Nieuwe Warmte Nu/TNO zijn bezig met een onderzoek naar oorzaken van kostenverschillen tussen Deense en Nederlandse warmtenetten. In dit kader organiseerden ze op 29 september een werksessie om de tussentijdse bevindingen te delen en toetsen. Al snel werd duidelijk dat de kostenverschillen tussen Nederland en Denemarken niet één oorzaak hebben, maar het resultaat zijn van een combinatie van historische keuzes, technische standaarden, financieringsstructuren en cultuur. Waar Denemarken profiteert van een goed functionerende markt, ervaring en vertrouwen, heeft Nederland te maken met meer versnippering, scepsis en een meer projectmatige aanpak.

 

Als onderdeel van het lopende onderzoek hebben in de afgelopen maanden experts van het Deense bedrijf COWI aan de hand van 1-op-1 gesprekken en documentatie vijf Nederlandse casussen bekeken. Vervolgens hebben zij in vervolggesprekken hun bevindingen besproken met casushouders. De punten die opvielen, zijn uitgebreid besproken om meer inzicht te krijgen in verschillen in werkwijzen en oorzaken daarvan. Tijdens de werksessie worden de uitkomsten van het onderzoek gedeeld. Daarnaast wordt de deelnemers gevraagd om de resultaten te valideren en mogelijk nieuwe zaken toe te voegen.

De werksessie wordt bijgewoond door circa 55 aanwezigen vanuit onder andere publieke en private warmtebedrijven, coöperatieve initiatieven, ingenieursbureaus, aannemers, gemeenten, brancheorganisaties en landelijke overheid. Wendy Dubbeld van Stichting Warmtenetwerk leidt de werksessie en geeft een toelichting op de uitkomsten van het onderzoek tot nu toe. Belangrijke punten vooraf: er is niet gekeken naar (zeer)lagetemperatuur netten, omdat de ervaring hiermee in Denemarken nog beperkt is. Verder is er maar in beperkte mate naar bronnen gekeken; de focus lag vooral op het netwerk en de woningaansluiting.

Volgens COWI is een directe kostprijsvergelijking onmogelijk, omdat de context in Nederland en Denemarken te verschillend is. Daarom heeft het onderzoek zich gericht op de kosten­drivers. Dat leverde tien belangrijke bevindingen op:

  1. Deense context is anders dan de Nederlandse

    Denemarken bouwde sinds de oliecrisis een nationale warmtevisie op, terwijl Nederland in de jaren zestig koos voor een landelijke gasinfrastructuur. Inmiddels is in Denemarken twee derde van de huishoudens aangesloten, wat zorgt voor ervaring, vertrouwen en sociale acceptatie.

  2. Infrastructurele- tegenover projectaanpak

    In Denemarken is er aandacht voor de toekomst in het plannen van warmtenetten. Hier wordt het aansluiten van een volledige stad als uitgangspunt genomen, waarna de juiste mix van bronnen erbij wordt gezocht. In Nederland is het uitgangspunt vaker om bijvoorbeeld een wijk aan te sluiten, dit als project aan te sluiten en dan te kijken naar de volgende wijk of het volgende dorp. Ook wordt er vaak vanuit een bron gedacht en gekeken wat er daarop maximaal kan worden aangesloten.

  3. Optimalisatiemogelijkheden voor netwerkontwerp in Nederland

    Leidingen liggen in Denemarken minder diep en uitgegraven grond mag vaak worden hergebruikt. In Nederland gelden per gemeente andere regels voor de diepte van de leidingen en spelen grondwater- en bodemregels een grotere rol, wat tot hogere kosten leidt.

  4. Materiaalgebruik en standaardisatie

    Twin pipes zijn in Denemarken al tien jaar de standaard. Ook plastic leidingen en gestandaardiseerde oplossingen worden er breder toegepast dan in Nederland.

  5. Netwerkopzet en aansluitstrategie

    Grote klanten (>250 kW) worden in Denemarken eerst aangesloten, kleinere aansluitingen volgen pas daarna. Bovendien is het uitgangspunt dat grote klanten worden aangesloten, tenzij deze kunnen aantonen dat zij een maatschappelijk goedkopere of duurzamere oplossing hebben. Er geldt dus een opt-out in Denemarken en een opt-in in Nederland.

  6. Huis- en gebouwaansluitingen

    In Denemarken zijn de huisaansluitingen anders. Woningen worden vaak vanaf de buitenkant en boven de grond aangesloten. Bovendien worden appartementencomplexen collectief en integraal aangesloten, tenzij de gebouweigenaar kan aantonen dat er een maatschappelijke goedkopere of duurzamere oplossing is. In Nederland komt het geregeld voor dat slechts een deel van de bewoners meedoet, waardoor de efficiëntie afneemt. Ook kost het in Nederland veel tijd en energie om voldoende positieve reacties te ontvangen.

  7. Duurzaamheid

    Nederlandse projecten starten geregeld met de ambitie om direct 100% duurzaam te zijn. In Denemarken staat een aantrekkelijk aanbod voorop en wordt regelmatig stapsgewijs verduurzaamd.

  8. Subsidies en financiering

    Nederland kent een lappendeken aan subsidies per type gebruiker of projectfase. Al deze subsidies zijn moeilijk op een lijn te krijgen. In Denemarken zijn minder subsidies; hier wordt wel goedkope financiering aangeboden.

  9. Planningsfase en besluitvorming

    In Denemarken lijkt meer tijd te worden genomen in de planningsfase voor scenario-analyse en bronafweging. Dit vanuit de gedachte dat deze fase relatief lage kosten kent, maar dat keuzes in deze fase bepalend zijn voor de kosten van uitrol en exploitatie. Deze aanpak heeft onder meer te maken met de infrastructurele aanpak van de uitrol van warmtenetten tegenover de meer projectgedreven aanpak in Nederland (zie punt 2).

  10. Integratie met elektriciteit

    In Denemarken zijn warmte en elektriciteit sterk verweven. Grote opslagtanks maken het mogelijk pieken in wind- en zonne-energie op te vangen en tegelijkertijd goedkoop warmte te genereren. In Nederland opereren beide systemen vaker gescheiden.

 

 

Groepsdiscussies: herkenning en nuance
Na de presentatie gaan de deelnemers in vijf groepen uiteen om de bevindingen te toetsen. De discussie bevestigt veel punten, maar brengt ook nieuwe inzichten naar voren.

  • Financiële structuur

    In Denemarken dragen grote gebruikers via hogere aansluitbijdragen bij aan de start van warmtenetten. In Nederland werkt dit juist omgekeerd: grote bedrijven zijn gewend aan hoge kortingen op de energieprijs en zien weinig prikkels om meer te betalen. Dat bemoeilijkt de businesscase van warmtenetten.

  • Regelgeving en standaardisatie

    Het gebrek aan standaardisatie in Nederland wordt breed herkend. Zowel op technisch gebied als op procesgebied. Gemeenten hanteren uiteenlopende regels voor dieptes, tracés en technische eisen. Ook vergunningverlening is complex en tijdrovend.

  • Ondergrond en stedelijke context

    De Nederlandse ondergrond is druk. Kabels, leidingen, bomen en asfalt maken aanleg lastig. Tegelijkertijd speelt dit ook in Deense steden. Waar in Denemarken soms honderden meters straat ineens open kunnen, moet in Nederlandse binnensteden vaak in kleine stukjes worden gewerkt. Hier zien gemeenten beperkte mogelijkheden om straten af te sluiten voor werkzaamheden.

  • Huisaansluitingen en bewonersparticipatie

    In Nederland zijn aansluitingen vaak technisch ingewikkeld en esthetisch veeleisend. Dat maakt ze duurder dan in Denemarken, waar eenvoudigere oplossingen gebruikelijk zijn. In Denemarken is de klant zelf verantwoordelijk voor de aanpassingen in de woning. Bovendien kost bewonersparticipatie hier veel tijd en geld: draagvlak creëren is een langdurig proces.

  • Financiering en vertrouwen

    Lagere rentevoeten en langere afschrijftermijnen maken financiering in Denemarken eenvoudiger. In Nederland zorgt de “subsidie-spaghetti” juist voor onzekerheid. Vertrouwen blijkt een sleutelwoord: dankzij decennia ervaring weten Denen wat ze kunnen verwachten. In Nederland ontbreekt die vanzelfsprekendheid, wat de risico’s en daarmee de kosten verhoogt.

  • Aanvullingen

    Deelnemers wijzen erop dat de Nederlandse neiging om projecten direct volledig duurzaam te starten extra kosten met zich meebrengt. Hybride oplossingen waarin bijvoorbeeld gas tijdelijk een rol blijft spelen, kunnen de haalbaarheid vergroten. Ook de trage besluitvorming in Nederland wordt genoemd als belangrijke factor.

 

 

Prioritering
Uiteindelijk worden aan de hand van de groepsdiscussie vijf punten geprioriteerd. Met deze prioriteiten gaan weer vijf groepen aan de slag om ze verder uit te werken en te kijken welke actiepunten daar voor de Nederlandse situatie van gemaakt kunnen worden.

 

  1. Financiën: rentepercentage en subsidiespaghetti

Hieruit komt het actiepunt om uit te zoeken of het mogelijk is om dit soort projecten met 100% vreemd vermogen te financieren. Via het ministerie van KGG wordt uitgezocht of dit mogelijk is binnen staatssteunregels. Daarnaast is het belangrijk om de rentetarieven laag te houden. 1% lagere rente kan volgens aanwezigen al tot 3000 euro verschil maken per aansluiting. Een andere suggestie vanuit deze groep is om de subsidies te combineren. Hier wordt al aan gewerkt, er komt één subsidie voor alle gebouweigenaren in één district.

  1. Standaardisatie van techniek

In Nederland ontbreekt een landelijke standaard voor de aanleg van warmtenetten. Daar wordt al aan gewerkt in een mogelijke Netcode W. Voor elektra en gas bestaan deze netcodes al, maar voor warmte nog niet. Daarna(ast) kan er een officiële norm worden vastgelegd.

  1. Standaardisatie van proces

Ook de processtandaardisatie is besproken. Daaronder kunnen bijvoorbeeld de regels vallen waarmee warmtenetten in samenwerking met gemeenten makkelijker uitgerold kunnen worden. Daarnaast is het een goed idee als er warmteprofielen worden opgesteld die vooruitlopend op een eventuele uitrol kunnen worden meegenomen in de ondergrond. En er moet gewerkt worden aan warmte als nutsvoorziening, want kennelijk worden warmtenetten nu niet als nutsvoorziening beschouwd door bijvoorbeeld kabel- en leidingenbureaus binnen gemeenten.

  1. Imago

Het kan helpen om een collectief te creëren (coöperatie) waarin gebruikers zich verenigen om meer zeggenschap te krijgen. Bij het opwekken van vertrouwen, is daarnaast het gebruik van bekende gezichten en één aanspreekpunt belangrijk. Bewoners wantrouwen namelijk de instituties, maar niet de personen. Maak gebruik van het olievlekprincipe. Als bewoners zien dat hun buren ook willen aansluiten op het warmtenet, gaan zij zelf ook sneller mee. Tot slot is het cruciaal dat de partijen die bij het warmtenet betrokken zijn niet te veel beloven en juist beter presteren dan bewoners verwachten.

  1. Aansluitplicht voor grootverbruikers

Gas is te goedkoop én overstappen naar een warmtepomp levert te veel druk op voor het elektriciteitsnet, aldus het team dat naar dit punt heeft gekeken. Om grootverbruikers over te laten stappen naar warmtenetten moeten daarom de kortingen die grootverbruikers gewend zijn op gas en elektriciteit, afgeschaft worden en moet er een differentiatie komen in de nettarieven waarbij grootverbruikers meer betalen. Daarnaast moet het besluit tot de uitfasering van aardgas door de overheid genomen en door de gemeente geïmplementeerd worden. En als grootverbruikers niet willen aansluiten op een warmtenet, moet dat een opt-out-keuze zijn die alleen mogelijk is als er een goedkoper én duurzamer alternatief is.

 

Afronding
De werksessie eindigt met de afspraak dat Stichting Warmtenetwerk en Nieuwe Warmte Nu/TNO de resultaten uitwerken en met de deelnemers delen. De uitkomsten van deze werksessie zullen worden verwerkt in de uitgebreidere rapportage over de bevindingen, die naar verwachting in november beschikbaar is. Deze wordt ook toegelicht tijdens het Congrestival. Daarnaast kijken we welke actiepunten we samen met onder andere de deelnemers aan de werksessie kunnen oppakken.

Auteur: Joop van Vlerken