In het CHILL-project ontwikkelt TNO samen met partners een gestandaardiseerde aanpak voor zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenetten. “Deze netten bieden bewoners een flexibele en duurzame energieoplossing, wat de verduurzaming van de gebouwde omgeving versnelt. Het project is relevant voor bedrijven, woningcorporaties, bewoners, gemeentes en beleidsorganisaties. Samen werken we aan veilige, duurzame en betaalbare energieoplossingen voor een toekomstbestendige energievoorziening in Nederlandse wijken”, stelt Jacob Janssen, science lead van het project.
Er zijn veel partijen enthousiast over ZLT- warmtenetten. “Diverse bouwbedrijven, drinkwaterbedrijven, conceptontwikkelaars, gemeentes, adviseurs en andere stakeholders onderzoeken de mogelijkheden, maar ook binnen TNO zijn er verschillende afdelingen die dit type warmtenetten bekijken: vanuit de beleidshoek, modellering en systeemoptimalisatie en de gebouwzijdige kant van het verhaal. Daarom hebben we onze krachten gebundeld in het CHILL-project. Samen met partners werken we aan de ontwikkeling en implementatie van zeer lage temperatuur (ZLT) netten. We willen met een standaardaanpak concrete handvatten en tools bieden voor de uitrol van ZLT-netten, en deze objectief met alternatieven vergelijken. Het doel is dat het een betaalbare oplossing wordt die ook toekomstbestendig is en geschikt voor de bestaande bouw.”
Voordelen
ZLT-netten bieden diverse voordelen, stelt Janssen: “Er zijn lagere warmteverliezen, er is de mogelijkheid tot zowel verwarmen als koelen, de aanleg is eenvoudiger (minder ruimte nodig onder de grond, minder afstand nodig tot drinkwaterleidingen, flexibele leidingen) en door de lage temperatuur is er ook minder afhankelijkheid van centrale (fossiele) energiebronnen.”
Lage temperatuur
In ZLT-netten is er sprake van water met een (omgevings)temperatuur, typisch tussen de 0 en 40 graden. “Afhankelijk van de bron kan dit fluctueren. Hoe lager de temperatuur, hoe meer bronnen beschikbaar komen: denk aan een afvalcentrale, de restwarmte van supermarkten of ziekenhuizen, een WKO of aquathermie. Bij een ZLT zul je de temperatuur in de woning nog moeten verhogen met een warmtepomp of een andere techniek zodat deze geschikt is voor tapwater en ruimteverwarming. Het grote voordeel is dat je door een hogere aanvoertemperatuur een kleinere warmtepomp nodig hebt terwijl je een veel hogere efficiëntie kunt bereiken die in een traditionele situatie met een lucht/lucht warmtepomp. Dit leidt tot een aanzienlijk lager elektriciteitsverbruik.”
Diverse onderzoekslijnen komen samen
Belangrijk is dat er een positieve businesscase komt voor de bewoners. “We zullen een combinatie van verschillende systemen bekijken. In het CHILL-project zijn 5 gemeentes betrokken (Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Almere). Zij zijn zelf met praktijkcases bezig in bepaalde wijken waarvan zij denken dat een ZLT-net interessant kan zijn. De opgedane ervaringen delen ze met ons terwijl wij onze bevindingen uit het onderzoek met hen delen zodat een goede wisselwerking ontstaat. We onderzoeken diverse zaken: hoe we bewoners beter kunnen betrekken, hoe we met software kunnen zorgen voor een goede systeemintegratie waarbij alle systemen goed op elkaar worden afgestemd en kunnen leiden tot een optimale aansturing. Daarnaast zullen we een aantal systeemcomponenten zoals een compacte warmtepomp of een warmtepomp die in gevel is te plaatsen onder de loep nemen. Aan de bouwzijdige kant moeten we diverse afwegingen maken met betrekking tot governance, tariefstelling en financiering en de mogelijkheden die bewoners hebben in hun woning. Bouwpartijen zullen tot slot onderzoeken hoe de technische specificering van de leidingen in de aanleg eruit kan zien zodat een workflow ontstaat die ze kunnen hanteren tijdens de aanleg. Samen moet dit leiden tot een integrale methodiek en een uitvoeringsplan.”
Kennis delen
Het project is in april 2025 begonnen. “Er moet nog veel worden uitgezocht, maar tegelijkertijd zien we dat technieken zich in razendsnel tempo ontwikkelen en systemen slimmer kunnen worden aangestuurd en geoptimaliseerd. Ik merk nu al dat het erg waardevol is dat de verschillende partijen in de keten kennis met elkaar delen. Samen kunnen we komen tot een toekomstbestendige en betaalbare oplossing.”
