Door de digitalisering van warmtenetten ontstaan nieuwe mogelijkheden. Een virtueel warmtebedrijf kan op afstand de verbruikte warmte meten, storingen verhelpen en updates uitvoeren. Zo wordt het warmtebedrijf veel werk uit handen genomen en hoeven monteurs in veel gevallen niet meer ter plekke storingen op te lossen. Door deze ontwikkeling wordt het dus makkelijker om een warmtebedrijf te runnen. Dat is goed nieuws voor de publieke partijen die nu hun eigen warmtebedrijf aan het opzetten zijn onder invloed van de Wet collectieve warmte.
“Een warmtebedrijf is van oudsher gespecialiseerd in infrastructuur, in buizen en pompen. Maar nu is er heel veel data beschikbaar. Daar zijn veel warmtebedrijven niet op ingericht.” Aan het woord is Marc de Beijer van Aurum. Dit bedrijf werkt al jarenlang aan digitalisering in de energiesector. Eerst in de consumentenmarkt met een app voor inzicht in gas- en elektriciteitsverbruik. Maar inmiddels heeft Aurum zich volledig ontwikkeld tot B2B-leverancier voor onder meer stadswarmtebedrijven en netbeheerders. “We zijn groot geworden in de stadswarmtemarkt. Wij hebben daar een soort slimme meter voor ontwikkeld. Met onze eigen gateway Nextalink kunnen we alle relevante informatie uit warmtemeters halen: flow, temperaturen en verbruiksdata, onafhankelijk van merk of type meter. Deze data kunnen warmtebedrijven direct gebruiken voor facturatie, netwerkoptimalisatie, aansturen van assets en klantenservice.”
Van meten naar beheren
Dankzij de meter- en gatewaytechnologie kan Aurum inmiddels niet alleen de warmtemeter uitlezen, maar ook de afleverset in woningen op afstand beheren. De Beijer: “We kunnen storingen signaleren, software-updates op de Nextalink en de warmteafleverset doen en daarmee beheer op afstand uitvoeren. Dat is een grote vooruitgang, omdat voor dit soort zaken normaal een monteur moet langskomen.” Maar monitoring en onderhoud zijn niet de kernactiviteiten van Aurum, zegt De Beijer. “Daarom hebben we de samenwerking met Circet opgezet. Zij hebben ruime ervaring met het beheren van energie-assets. Circet beschikt bovendien over een volledig ingericht Network Operating Center (NOC) en Service Operating Center (SOC).” Door de samenwerking ontstaat een complete keten: van data tot beheer en uitvoering.
Hoogwaardige dienstverlening
Het resultaat is volgens De Beijer dat warmtebedrijven vrijwel volledig ontzorgd worden. “Eigenlijk zijn we in staat alle operationele taken van het warmtebedrijf uit te voeren, behalve het leveren van de warmte zelf. Het beheer van warmteafleversets, storingsoplossing, monitoring van netten, het interpreteren van datastromen en het aansturen van monteurs; het kan allemaal ondergebracht worden in het virtuele warmtebedrijf. Dat is geen overbodige luxe, want monteurs zijn schaars, en de technische eisen aan warmtenetten groeien snel.” Door digitalisering centraal te organiseren, kunnen kleinere netten bovendien profiteren van de schaalvoordelen van grotere organisaties, benadrukt De Beijer. “Het opzetten van een Network Operating Center voor een warmtebedrijf met 300 aansluitingen is eigenlijk niet rendabel. Maar doordat we tien projecten van 300 woningen samen kunnen voegen, kunnen wij dezelfde hoogwaardige dienstverlening leveren als voor grote netten.”
Zelf regie houden
Het idee voor het virtuele warmtebedrijf komt niet uit de lucht vallen, zegt De Beijer. “De markt voor stadswarmte heeft potentie. En de warmtemarkt verandert onder invloed van nieuwe regelgeving, zoals de Wet collectieve warmte (Wcw). Hierin krijgen gemeenten de regie, komen warmtebedrijven in publieke handen en ontstaan er nieuwe initiatieven. Maar zelf een warmtebedrijf optuigen is best ingewikkeld. Met een virtueel model kunnen ze onderdelen uitbesteden aan ervaren partijen zonder de regie te verliezen.”
Op afstand ingrijpen
Hoe dat er concreet uitziet, legt De Beijer uit aan de hand van een voorbeeld. Wanneer een warmtebedrijf met bestaande bronnen en aansluitingen aanklopt, begint Aurum met digitalisering tot op woningniveau. Om kwalitatieve meetinformatie voor een lange termijn te kunnen garanderen, wordt de Nextalink gateway gekoppeld aan zowel de warmtemeter als de warmteafleverset, onafhankelijk van met merk of type. Daarna pakt Circet het over. Zij monitoren eventuele problemen en lossen storingen op. Dat lukt steeds vaker volledig op afstand, zegt De Beijer. “We zien via een alert op het EnergyGrip platform dat een warmteafleverset in een probleemstand komt. In veel gevallen kunnen we dan op afstand ingrijpen en het probleem verhelpen. En als het niet op afstand kan, sturen we een monteur aan. Dat maakt het beheer veel efficiënter en beter.”
Warmte én koude
Aurum ziet dat er steeds meer variatie ontstaat in warmtenetten. Zo komen er steeds meer kleinere warmtenetten en wordt er naast warmte soms ook koude geleverd. Het bedrijf werkt bijvoorbeeld al aan verschillende projecten waarin zowel warmte- als koudeafgifte wordt gemonitord, gecombineerd met aansturing van WKO-systemen en zelfs de monitoring van elektriciteits- en waterverbruik. De Beijer: “De klant krijgt eigenlijk een digitaal menu en kan kiezen of hij alleen warmte of ook koude wil afnemen. En dat kunnen we allemaal op afstand organiseren.”
Warmte en netcongestie
Volgens De Beijer kunnen warmtenetten een belangrijke rol spelen in het verminderen van netcongestie. “Stadswarmte is natuurlijk een belangrijke oplossing voor netcongestie,” zegt hij. In gesprekken met netbeheerders merkt Aurum dat de afweging vaak gaat tussen elektrificatie met een warmtepomp of een warmtenet. Toch gaat de groei in de warmtemarkt momenteel niet zo hard, beaamt De Beijer. “Het aantal aansluitingen op warmtenetten groeit matig, maar de Wcw zorgt voor beweging. Gemeenten krijgen duidelijke verantwoordelijkheden en publieke warmtebedrijven worden de norm.”
Infrastructuur en data koppelen
In de toekomst groeit het aantal stadswarmteprojecten, voorspelt De Beijer. “De stadswarmtemarkt is nog wat traditioneel. Maar door digitalisering verandert dat snel. Door infrastructuur en data aan elkaar te koppelen, kun je veel efficiënter, sneller en goedkoper werken. We zien de uitdagingen waar warmtebedrijven voor staan. Maar we zien ook dat we daar een heel goede oplossing voor hebben. Partijen zijn zeer geïnteresseerd.”
