Ga naar inhoud

Evenement terugblik

Laatste stand van zaken toegelicht tijdens Kennissessie Wcw

Op 28 januari jl. gaven Geert Olthuis en Ideke Hasper van het ministerie van Klimaat en Groene Groei een uitgebreide toelichting op de laatste stand van zaken rond de Wcw, tijdens de Kennissessie Wcw van Stichting Warmtenetwerk. Ze presenteerden wat er gewijzigd is na de behandeling door de Tweede Kamer als gevolg van nota’s van wijzigingen en amendementen en benadrukten dat gemeenten en warmtebedrijven al vanaf 2026 met verschillende onderdelen van de Wcw aan de slag kunnen. Na afloop van de Kennissessie Wcw was er gelegenheid om uitgebreid na te praten.

 

Na een eerdere annulering van de geplande kennissessie op 7 januari kan de Kennissessie Wcw in de Verkadefabriek 28 januari wel doorgaan. De ruim 130 bezoekers worden welkom geheten door Tjark de Lange, voorzitter van Stichting Warmtenetwerk. Het aantal bezoekers toont volgen hem aan dat ‘Warmte Leeft!’. Vervolgens geeft hij het woord aan Michelle de Rijke, voorzitter van de programmaraad Wet & Regelgeving en partner en advocaat Energierecht bij La Gro. Zij legt uit dat er het een en ander gewijzigd is aan de Wcw sinds de eerste Kennissessie Wcw in januari 2024. “In 2025 is de Wcw parlementair behandeld, waardoor de wetteksten nog aangepast zijn.”

 

 

In een bomvolle zaal leggen Geert Olthuis, werkzaam bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei en Ideke Hasper van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van datzelfde ministerie, uit dat de Wcw het fundament is onder een nieuwe ordening van de warmtemarkt. Hierin worden publieke belangen steviger verankerd en krijgen gemeenten een centrale rol. Tegelijkertijd laat de wetsgeschiedenis zien hoe complex die herordening is.

 

Warmtekavels scherper afgebakend

Een van de kerninstrumenten van de Wcw is de warmtekavel, het geografisch afgebakende gebied waarvoor één warmtebedrijf wordt aangewezen. De wijze waarop de omvang van de warmtekavel moet worden vastgesteld is verder aangescherpt. Gemeenten krijgen explicieter de bevoegdheid om warmtekavels vast te stellen, waarbij er ruimte blijft voor maatwerk. Tijdens de presentatie wordt verduidelijkt dat een warmtekavel niet per definitie samenvalt met wijk- of buurtgrenzen. Dat geeft gemeenten meer flexibiliteit, bijvoorbeeld om bestaande warmtesystemen logisch in te passen of toekomstige uitbreidingen mogelijk te maken. Dit moet voorkomen dat warmtekavels te klein of juist te groot worden, wat de uitvoerbaarheid zou kunnen ondermijnen.

 

Aanwijzingsprocedure en ingroeiperiode

De aanwijzingsprocedure voor warmtebedrijven is na de Kamerbehandeling op meerdere punten aangepast. Zo is de positie van bestaande warmtebedrijven versterkt door een verlenging van de ingroeiperiode van zeven naar tien jaar. In die periode kunnen zij een aanvraag blijven doen voor een aanwijzing, wanneer er geen warmtebedrijf met een publieke meerderheidsbelang beschikbaar is. De wetgever erkent hiermee dat de transitie naar het nieuwe stelsel tijd en investeringszekerheid vraagt. Tegelijkertijd is vastgelegd dat gemeenten regie houden over de aanwijzing en dat zij uiteindelijk beslissen welk warmtebedrijf actief mag zijn binnen een warmtekavel. Ook is in de aanwijzingsprocedure voor warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang en warmtegemeenschappen rekening gehouden met de mogelijkheid dat meerdere partijen een aanvraag zullen indienen: er gelden dan selectiecriteria.

 

 

Warmtegemeenschappen

Nieuw en opvallend is de extra stimulering van warmtegemeenschappen. Deze kleinschalige, vaak lokaal georganiseerde initiatieven krijgen een eigen plek in de wet. De wet bevat een duidelijk omschrijving onder welke voorwaarden zij als warmtebedrijf kunnen optreden. Daarbij gaat het onder meer om democratische zeggenschap, lokale verankering en een niet-commercieel karakter. Warmtegemeenschappen kunnen aangewezen worden voor een warmtekavel maar ze zullen veelal onder het regime van kleine collectieve warmtesystemen vallen. Met dit regime voor kleine collectieve warmtesystemen wil de wetgever voorkomen dat onder meer warmtegemeenschappen worden overvraagd met eisen die zijn toegesneden op grootschalige netten. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat ook zij moeten voldoen aan basiseisen voor leveringszekerheid en consumentenbescherming.

 

Bescherming minderheidsaandeelhouders

Een gevoelig punt in de Kamerbehandeling was de positie van private minderheidsaandeelhouders in bestaande warmtebedrijven. De Wcw schrijft immers een publiek meerderheidsbelang in warmtebedrijven voor. Na nota’s van wijzigingen bevat de wet nu explicietere waarborgen voor deze aandeelhouders. Verder bevat de wet waarborgen dat zij recht houden op voldoende zeggenschap over grote investeringen en bepaalde essentiële beslissingen van het warmtebedrijf. Ook hebben zij recht op het terugverdienen van hun significante investeringen zodat hun belangen niet eenzijdig worden geschaad. Daarmee probeert de wetgever investeringsonzekerheid te beperken, zonder het publieke karakter van de sector los te laten.

 

Kleine collectieve warmtesystemen ontzien

Ook de positie van kleine collectieve warmtesystemen is veranderd. Deze systemen, bijvoorbeeld bij appartementencomplexen of zorginstellingen, vallen in principe onder de Wcw, maar kunnen onder voorwaarden een ontheffing krijgen. Na de Kamerbehandeling is de reikwijdte van deze ontheffingsmogelijkheid verruimd door de introductie van een vrijstelling voor systemen buiten een warmtekavel. Hierdoor geldt de ontheffingsregeling alleen voor systemen binnen een warmtekavel. Doel is te voorkomen dat kleinschalige initiatieven worden geconfronteerd met disproportionele verplichtingen. Voor gemeenten betekent dit dat zij een belangrijke rol krijgen in het beoordelen van ontheffingsverzoeken voor kleine collectieve warmtesystemen binnen een warmtekavel.

 

Overgangsrecht en continuïteit

Het overgangsrecht is een complex onderdeel van de wet. Bestaande warmtenetten en contracten worden in beginsel gerespecteerd. Olthuis en Hasper benadrukken dat het overgangsrecht vooral bedoeld is om continuïteit voor bestaande warmtebedrijven en eindgebruikers te waarborgen. Tegelijkertijd is vastgelegd dat ook bestaande situaties uiteindelijk moeten ingroeien naar het nieuwe stelsel, inclusief publieke zeggenschap en aangescherpte tariefregulering.

 

Tariefregulering aangescherpt

De tariefregulering blijft een centraal element van de Wcw. Na de Kamerbehandeling is het systeem verder verfijnd. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) krijgt een stevigere rol bij het vaststellen en handhaven van tarieven. Belangrijk is dat op termijn de koppeling aan de gasprijs definitief wordt losgelaten. In plaats daarvan wordt toegewerkt naar een kostengebaseerde benadering, met oog voor betaalbaarheid en investeringszekerheid. Tegelijkertijd is ruimte gecreëerd voor toekomstige instrumenten zoals een relatieve prijsgarantie, die consumenten moet beschermen tegen excessieve prijsverschillen.

 

 

Wat kan er al in 2026?

Hoewel de Wcw gefaseerd in werking treedt, kunnen gemeenten en warmtebedrijven al vanaf 2026 met verschillende onderdelen aan de slag. Gemeenten kunnen al voorbereidingen treffen voor de aanwijzing van bestaande warmtebedrijven. Dat biedt duidelijkheid. Voor bestaande kleine collectieve warmtesystemen, maar ook voor verhuurders en VvE’s, kunnen vanaf 2026 al voorbereidingen getroffen worden zodat vanaf 1 januari 2027 ontheffingen kunnen worden aangevraagd. Dit is vooral relevant voor gemengde gebouwen waar warmtevoorziening niet het primaire doel is, maar wel collectief is georganiseerd.

Ook kunnen gemeenten beginnen met de voorbereiding van nieuwe warmtekavels. Dat vraagt om strategische keuzes: waar liggen kansen voor uitbreiding, waar zijn warmtebronnen beschikbaar en hoe verhouden warmtesystemen zich tot andere energiedragers? De Wcw biedt hiervoor het juridische kader, maar de inhoudelijke afweging blijft lokaal maatwerk.

 

Meer regelgeving op komst

Tot slot gingen Olthuis en Hasper in op de toekomstige regelgeving die nauw samenhangt met de Wcw. Zo is recent de nieuwe versie van het Besluit collectieve warmte (Bcw) gepubliceerd en verder volgt er nog een  ministeriële regeling, waarin veel technische- en uitvoeringsdetails worden vastgelegd. Daarnaast werkt het Rijk aan flankerende instrumenten, zoals een garantieregeling, nationale deelneming in warmtebedrijven en verdere uitwerking van de relatieve prijsgarantie. Deze instrumenten moeten bijdragen aan investeringszekerheid en maatschappelijke acceptatie.

 

Uiteenlopende belangen

De kennissessie maakte duidelijk dat de Wcw het resultaat is van intensieve politieke afwegingen. De wet is op meerdere punten aangepast om recht te doen aan uiteenlopende belangen van gemeenten, warmtebedrijven, investeerders én eindgebruikers. Het publiek krijgt tijdens en na afloop van de presentatie uitgebreid de kans om vragen te stellen. Ze stellen onder meer vragen over hoe koudelevering in de Wcw geborgd is, hoe je bedrijven zo ver krijgt om hun restwarmte af te staan en hoe ze in 2026 al aan de slag kunnen binnen de nieuwe kaders.

 

Wrap-up

Voor de afronding komt voorzitter De Lange nog een keer op het podium. Hij stelt de kersvers aangestelde directeur van Stichting Warmtenetwerk, Maya van der Steenhoven voor. Zij is vijf jaar uit de warmtesector geweest en nu weer terug. In die tijd is er veel veranderd, zegt ze. “Bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei is er hard gewerkt aan de Wet collectieve warmte. Maar ook de gemeenten, NPLW en EBN dragen bij aan nieuwe mogelijkheden voor de warmtesector.” Ze legt in het kort haar missie uit. “Het is nodig dat we het proces versimpelen door standaardisatie. En ook de financiering van warmtenetten moet makkelijker worden. En daarnaast is betaalbaarheid het gesprek van de dag.”

 

 

Eind 2025 heeft programmamanager Wendy Dubbeld haar werkzaamheden voor Stichting Warmtenetwerk afgerond om zich elders te richten op een nieuwe stap. Nabil Tanouti vervangt haar sinds 1 februari. Hij wordt door Van der Steenhoven geïntroduceerd. Hij is onder de indruk van de kennissessie. “Er zit zoveel kennis en ervaring in deze zaal. Die kunnen we de komende tijd goed gebruiken.”

 

 

De datum voor het Warmtenetwerk Jaarcongres 2026 is bekend: noteer 7 mei 2026 alvast in uw agenda. Meer informatie volgt!