Ga naar inhoud

Nieuws

13 mei 2026

Sleutelrol warmtenetten in geïntegreerd energiesysteem

Warmtenetten kunnen een sleutelrol spelen in een geïntegreerd energiesysteem, als de betrokken partijen gezamenlijk optrekken. Dat blijkt tijdens het Jaarcongres 2026 van Stichting Warmtenetwerk, 7 mei in congrescentrum NBC in Nieuwegein. De keynote-sprekers schetsen een energiesysteem dat steeds verder onder druk staat door netcongestie, stijgende kosten en ingewikkelde bestuurlijke keuzes.

 

“Ik zie weer een hoop nieuwe gezichten en dat is goed, want nieuw bloed is nodig.” Zo opent dagvoorzitter Ernst Japikse het Warmtenetwerk Jaarcongres 2026. Vernieuwing sluit volgens hem ook naadloos aan bij het thema van dit jaar: ‘Van ambitie naar innovatie’. “Wat moet er gebeuren om de warmtetransitie te versnellen?”, vraagt hij aan de zaal. ‘Veel meer geld’, ‘Elektriciteitsnet verzwaren’, ‘Minder regelgeving’, ‘Betere subsidies’ en ‘Integrale plannen’, zijn de antwoorden die hij krijgt.

 

Glazen bol

Iemand die ook wel het een en ander kan vertellen over innovatie is de eerste keynote-spreker Peter Molengraaf. Japikse introduceert hem als een ‘boegbeeld van de energietransitie’ met dertig jaar ervaring. “Ik wil jou vragen om in de glazen bol te kijken.” Vervolgens schetst Molengraaf een prikkelend toekomstbeeld van het energiesysteem in 2050. De centrale boodschap is volgens hem dat de warmtetransitie vastloopt omdat Nederland nog steeds denkt en rekent vanuit ‘oude logica’ waarin gas, warmte en elektriciteit afzonderlijk worden bekeken. “Dat werkt gewoon niet. We moeten de drie energienetten juist als één integraal systeem bekijken.”

 

 

Molengraaf waarschuwt voor drie negatieve spiralen. Bij het gasnet blijven volgens hem uiteindelijk vooral huishoudens achter die geen alternatief kunnen betalen, waardoor de kosten stijgen. Warmtenetten kampen met afnemende warmtevraag door isolatie en efficiëntere apparatuur, terwijl de vaste kosten hoog blijven. Tegelijkertijd lopen de elektriciteitsnetten vast door toenemende piekbelasting en netcongestie. “Die kosten landen niet bij de mensen die ze veroorzaken, maar worden gesocialiseerd onder alle afnemers.” De belangrijkste oplossing is volgens hem één integraal piekcapaciteitstarief voor gas, warmte en elektriciteit, zodat gebruikers betalen voor hun daadwerkelijke belasting van het energiesysteem. Ook pleit hij voor vaste energiebundels, vergelijkbaar met telecomabonnementen. Daarnaast stelt hij een dynamische CO2-heffing voor, gekoppeld aan de duurzaamheid van energieproductie per uur.

Voor warmtenetten ziet hij een blijvende maatschappelijke rol, mits er structurele ondersteuning komt. “Waar warmtenetten maatschappelijk verstandig zijn, zullen we structureel iets moeten doen om dat mogelijk te maken.” Daarbij hoort volgens hem ook langdurige commitment van bewoners. “Je kunt het niet subsidiëren uit de algemene middelen en dan iedereen volledige vrijheid geven.”

 

Elektriciteitsnet stuk

Maya van der Steenhoven houdt als tweede keynote-spreker tijdens het congres een pleidooi voor een andere kijk op het energiesysteem. Volgens haar zijn de problemen op het elektriciteitsnet inmiddels veel groter dan alleen netcongestie. “Het elektriciteitssysteem is niet een klein beetje stuk. Het is niet alleen congestie, maar ook een tekort aan productie in bepaalde tijden en delen van het land, én een probleem van netveiligheid.” De gevolgen daarvan zijn volgens Van der Steenhoven inmiddels overal zichtbaar. “Die bouwstop die we van ver aan konden zien komen, die is er nu”, zegt ze, verwijzend naar stilvallende woningbouw, wachtende bedrijven en warmtenetprojecten die geen aansluiting meer krijgen. Tegelijkertijd stijgen de energiekosten snel. “Gemiddeld gezien gaat een huishouden er volgend jaar zo’n 500 euro op achteruit.”

 

 

Volgens Van der Steenhoven laten deze problemen zien hoe belangrijk warmtenetten zijn voor het toekomstige energiesysteem. “Warmte is bij uitstek lokaal. Je kunt warmte echt lekker lang bewaren, bijvoorbeeld twee weken in de winter.” Warmtenetten kunnen volgens haar een belangrijke rol spelen bij het ontlasten van het elektriciteitsnet, mits ze slimmer worden ontworpen, met opslag, flexibiliteit en koppelingen met gas- en elektriciteitssystemen. “Je gaat netcongestie nooit zonder warmtenetten op een goede manier oplossen.”

 

Trendrapport: aansluitingen blijven achter

Aansluitend presenteren Nabil Tanouti en Rutger Bianchi de belangrijkste inzichten uit het Nationaal Warmtenet Trendrapport 2026. Daaruit blijkt dat de groei van warmtenetten nog achterblijft bij de klimaatdoelen. Richting 2030 groeit het aantal aansluitingen naar verwachting naar circa 650.000, terwijl eerdere doelstellingen uitgingen van ongeveer 900.000 aansluitingen.

Een belangrijke conclusie uit het rapport is dat warmtenetten steeds nadrukkelijker onderdeel worden van een geïntegreerd energiesysteem. Tegelijkertijd worstelen gemeenten met die nieuwe rol, zegt Bianchi. “We vragen wel heel veel van gemeenten. Maar die hebben niet altijd de informatie en data om die afwegingen goed te maken.”

 

 

Ook betaalbaarheid komt nadrukkelijk terug in het rapport én in de discussie met de zaal. Veel bewoners waarderen duurzaamheid en comfort van warmtenetten, maar ervaren de kosten als hoog. “Betaalbaarheid en financiering staan met stip op nummer een”, concludeert Tanouti na een peiling onder congresdeelnemers. Volgens hem vraagt dat om gezamenlijke actie van overheden, netbeheerders en de sector zelf. “Iedereen heeft wat te doen.”

 

Partners, participatie en progressie

Na de koffiepauze wordt Heerd Jan Hoogeveen door Japikse geïntroduceerd. Hij is programmanager voor de gemeente Delft en werkt in die hoedanigheid aan Warmtenet Delft. Zijn verhaal draait om de ‘drie p’s’: “Partners, participatie en progressie”, die de succesvolle ontwikkeling van het warmtenet mogelijk maken. Het Delftse warmtenet, gevoed door geothermie, wordt in fases aangelegd. In de eerste fase worden circa 5.000 tot 6.000 corporatiewoningen aangesloten in de wijken Voorhof en Buitenhof, in de tweede fase gevolgd door duizenden particuliere woningen. Daarbij spelen woningcorporaties, de netbeheerder, TU Delft, warmtebedrijven en gemeente ieder een cruciale rol. Volgens Hoogeveen is het project vooral geslaagd doordat partners vanaf het begin gezamenlijk optrokken. “Iedere partner heeft op enig moment een investeringsbeslissing genomen in het vertrouwen dat andere partners hun deel later ook zouden doen.”

 

 

De samenwerking werd bewust opgebouwd met openheid over risico’s, investeringen en rendementen, zegt Hoogeveen. “De corporaties eisten open boeken. Ze wilden weten: wat zijn jullie rendementen en hoe zit de businesscase in elkaar?” Volgens hem heeft juist die transparantie geholpen om langdurige samenwerking mogelijk te maken. Daarnaast benadrukt hij het belang van bewonersparticipatie. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat ongeveer 70 procent van de inwoners het een goed idee vindt om van aardgas over te stappen op duurzame warmte. Tegelijkertijd leven er zorgen over betaalbaarheid, keuzevrijheid en afhankelijkheid van één leverancier. “Maar mensen willen vooral weten: kan ik straks iemand bellen als er iets misgaat?”

Om inwoners actief te betrekken zet Delft buurtketen, huis-aan-huisgesprekken en bewonersbijeenkomsten in, zegt Hoogeveen. “Je bereikt niet iedereen met social media of een enquête. Dus je zult echt moeten aanbellen. Daarbij gaat het gesprek nadrukkelijk breder dan alleen energie. Mensen willen praten over hondenpoep op de stoep, over hangjongeren en allerlei andere dingen.” Ondanks de voortgang blijven er forse uitdagingen, zoals de financiering van de volgende fase. Voor aansluiting van particuliere woningen berekende Delft een onrendabele top van 47,5 miljoen euro. “De businesscase loopt echt van je weg op het moment dat je heel lang wacht”, waarschuwt hij.

 

Doorbraak in de energietransitie

In de afsluitende paneldiscussie stelt Japikse de openingsvraag: “Wat is er nodig voor een doorbraak in de energietransitie? Julia Sondermeijer van NPLW antwoordt: “Een positief imago en het delen van goede voorbeelden.” Maya van der Steenhoven gaat er iets ongenuanceerder in: “Een goede black-out, 70 uur zonder elektriciteit, dat zet de boel zeker in beweging.” Van der Steenhoven benadrukt dat warmtenetten een veel grotere rol kunnen spelen in het ontlasten van het elektriciteitsnet. Ze wijst erop dat Nederland honderden miljarden investeert in de verzwaring van het stroomnet, terwijl relatief beperkte investeringen in warmtenetten mogelijk grote maatschappelijke voordelen opleveren. “Wat nou als je een deel van het geld gewoon in warmtenetten zou stoppen?”, stelt ze. Volgens haar vraagt de energietransitie om een integrale nationale visie op elektriciteit, warmte, opslag en gas.

 

 

Peter Molengraaf pleit voor meer eerlijkheid bij de financiering van warmtenetten. “We moeten gewoon eerlijk zijn dat je geen nieuw warmtenet aanlegt zonder subsidie.” Volgens hem blijven gemeenten nu te veel worstelen met lokale oplossingen, terwijl belangrijke systeemvragen landelijk moeten worden opgelost. “Je vraagt iets van gemeenten, maar het Rijk heeft haar huiswerk niet af.” Heerd Jan Hoogeveen benadrukt opnieuw het belang van vertrouwen en bewonersparticipatie. Volgens hem blijkt in de praktijk dat veel inwoners best openstaan voor collectieve warmteoplossingen, mits zij goed worden meegenomen in het proces. “Je hoeft aan de voorkant niet direct met die stok te gaan zwaaien, want als je de bewoners goed meeneemt, is de kans groot dat er veel mee willen doen”, zei hij over verplichte aansluiting op warmtenetten. De discussie eindigt met een brede oproep tot samenwerking tussen Rijk, gemeenten, corporaties en marktpartijen. Of zoals een van de bezoekers in de zaal zegt: “De warmtetransitie is zo groot en complex dat niemand het alleen kan oplossen.”