Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en TNO hebben vijf scenario’s ontwikkeld die laten zien hoe verschillende maatschappelijke waarden leiden tot uiteenlopende keuzes voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De scenario’s zijn beschreven in de publicatie Kiezen vanuit waarden in de warmtetransitie. Het doel is om overheden, warmtebedrijven en andere betrokkenen te helpen het gesprek te voeren over de keuzes en dilemma’s die bij de warmtetransitie horen.
De scenario’s beschrijven vijf manieren om de warmtevoorziening te organiseren en verschillen vooral in de manier waarop de warmtevoorziening wordt georganiseerd en wie daarin de belangrijkste rol speelt.
- Nationale regie: de rijksoverheid neemt het voortouw. Keuzes worden zoveel mogelijk op nationaal niveau afgestemd, met aandacht voor efficiëntie en leveringszekerheid. Warmtenetten kunnen een belangrijke rol spelen op plekken waar ze doelmatig zijn.
- Regionale balans: de samenwerking tussen regionale overheden en andere partijen staat centraal. Zij stemmen warmtebronnen, infrastructuur en de energievraag op elkaar af. De betrouwbaarheid van de warmtevoorziening is daarbij een gezamenlijke opgave.
- Lokaal verbonden: dit scenario legt de nadruk op lokale zeggenschap en betrokkenheid. Bewoners en lokale energiecoöperaties kunnen een grotere rol spelen bij het organiseren van de warmtevoorziening, bijvoorbeeld door gebruik te maken van lokale warmtebronnen. Dat vraagt wel om voldoende kennis, organisatiekracht en betrokkenheid binnen gemeenschappen.
- Georganiseerde markt: marktpartijen spelen een centrale rol bij het ontwikkelen en exploiteren van warmtevoorzieningen. Een stevig kader van regels moet ervoor zorgen dat publieke belangen, zoals leveringszekerheid en betaalbaarheid, voldoende worden beschermd.
- Autonoom regelvrij: dit scenario draait om individuele vrijheid en zelfredzaamheid. Huishoudens krijgen veel ruimte om zelf te bepalen hoe zij hun woning verwarmen. Dat kan de keuzevrijheid vergroten, maar brengt ook risico’s met zich mee. Niet iedereen beschikt immers over dezelfde financiële middelen of mogelijkheden om zelfstandig een passende oplossing te realiseren. Bovendien kan een meer individuele aanpak de samenhang in het energiesysteem onder druk zetten.
Verschillende invalshoeken
Er is dus niet één vanzelfsprekende manier om de warmtetransitie vorm te geven. Waarden die op zichzelf belangrijk zijn, kunnen in de praktijk met elkaar botsen. Meer keuzevrijheid voor individuele bewoners kan bijvoorbeeld op gespannen voet staan met solidariteit of een collectieve aanpak. En een oplossing die vanuit het hele energiesysteem efficiënt is, hoeft niet automatisch voor ieder huishouden de laagste rekening op te leveren.
Ook betaalbaarheid kent verschillende invalshoeken. Gaat het om de laagste maatschappelijke kosten, of vooral om wat een individuele bewoner maandelijks betaalt? En wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer investeringen nodig zijn: de overheid, warmtebedrijven, gebouweigenaren of bewoners?
Welke keuzes
Voor de ontwikkeling van warmtenetten zijn zulke vragen relevant. De aanleg van collectieve infrastructuur vraagt om langetermijnkeuzes en samenwerking tussen verschillende partijen. Daarbij spelen niet alleen de kosten en de beschikbaarheid van warmtebronnen een rol, maar ook de verdeling van verantwoordelijkheden en de zeggenschap over de voorziening.
De scenario’s laten zien welke keuzes bij verschillende uitgangspunten voor de hand liggen en waar nieuwe knelpunten of kansen kunnen ontstaan en zijn een hulpmiddel voor gemeenten en warmtepartijen. PBL en TNO willen een gezamenlijke taal bieden om deze keuzes bespreekbaar te maken. Niet om één toekomst als de juiste aan te wijzen, maar om duidelijker te krijgen welke consequenties verschillende keuzes hebben. Zo kunnen betrokken partijen beter onderbouwen welke richting zij willen inslaan en welke afwegingen daarvoor nodig zijn.
