Ga naar inhoud

Soorten warmtenetten

Introductie warmtenetten

Warmtenetten zijn er in verschillende soorten en maten. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillen in temperatuur en in omvang (hoe groot het netwerk is en hoeveel woningen en gebouwen erop aangesloten zijn).

 

Temperatuurniveau: hoe hoog is de aanvoertemperatuur?

Warmtenetten kunnen worden ingedeeld op basis van de temperatuur van het water dat door het netwerk naar de huizen en gebouwen stroomt: de aanvoertemperatuur. Elk type heeft zijn eigen toepassing, afhankelijk van bijvoorbeeld de mate van isolatie van gebouwen en de beschikbare warmtebronnen. We onderscheiden daarin vier categorieën:

  • Hogetemperatuur warmtenet (HT-net/2e generatie warmtenet): >75 °C
  • Middentemperatuur warmtenet (MT-net/3e generatie warmtenet): 55-75 °C
  • Lagetemperatuur warmtenet (LT-net/4e generatie warmtenet): 30-55 °C
  • Zeer lagetemperatuur warmtenet (ZLT-net/5e generatie warmtenet): <30 °C

Hogetemperatuur warmtenet

Een hogetemperatuur warmtenet (HT) wordt voornamelijk toegepast in bestaande wijken met oudere, minder goed geïsoleerde woningen, die daardoor een hoge warmtebehoefte hebben. De warmte komt vaak van industriële restwarmte of verbranding van afval, of van een aardwarmtebron.

Middentemperatuur warmtenet

Een middentemperatuur warmtenet (MT) is geschikt voor redelijk geïsoleerde woningen en wordt vaak toegepast bij renovaties van woningen en gebouwen. Het gebruik van energie is efficiënter dan bij HT-netten. Hoe lager de temperatuur van een warmtenet, hoe minder warmteverlies er optreedt tijdens het transport van de warmte door de leidingen.

Lagetemperatuur warmtenet

Een lagetemperatuur warmtenet (LT) is voornamelijk toepasbaar in goed geïsoleerde huizen en wordt vaak toegepast bij nieuwbouw. Doordat de temperatuur van het warmtenet laag is, zijn er extra voorzieningen nodig om warm tapwater naar de gewenste temperatuur te brengen, zoals een warmtepomp of een buffervat. Volgens de Nederlandse regelgeving is dit vereist, om te om te voorkomen dat er legionella kan ontstaan in het warmtenet

Zeerlagetemperatuur warmtenet

Een zeerlagetemperatuur warmtenet (ZLT) levert lauwe warmte die in of vlak bij de woning lokaal wordt opgewarmd voor ruimteverwarming of warm tapwater, bijvoorbeeld met een individuele warmtepomp. De toepassing van ZLT-netten is nog in opkomst, met name in nieuwbouw- en energieneutrale wijken.

Bekijk voorbeelden warmtenetten met verschillende temperatuurregimes in de Warmteprojectentool.

 

Verschil in omvang: hoe groot is het netwerk?

Ook de grootte van een warmtenet kan verschillen. Dat bepaalt hoeveel gebouwen erop worden aangesloten. We hanteren in Nederland de volgende indeling:

  • Mini-warmtenet: 2 – 50 aansluitingen
  • Klein warmtenet: 51 – 1.500 aansluitingen
  • Middelgroot warmtenet: van 1.500 – 10.000 aansluitingen
  • Groot warmtenet: meer dan 10.000 aansluitingen

Mini-warmtenet

De mini-warmtenetten worden ook wel micro-warmtenetten, zeer kleinschalige warmtenetten of lokale warmtenetten genoemd. We spreken van een mini-warmtenet wanneer er tussen de 2 en 50 woningen op zijn aangesloten, bijvoorbeeld een straat, blok of pleintje. Op deze schaal nemen bewoners vaak het initiatief.

Klein warmtenet

Kleinschalige warmtenetten zijn warmtenetten op buurtniveau, ze worden daarom ook wel buurtwarmtenetten genoemd. Dit kunnen ook projecten zijn die kleinschalig beginnen, met het doel stapsgewijs door te groeien naar een groter warmtenet of daarbij aan te sluiten. In dat geval spreken we van een modulair warmtenet.

Middelgroot warmtenet

Een middelgroot warmtenet wordt toegepast voor een hele wijk of een klein stadsdeel. Denk aan een combinatie van woningen, appartementen, scholen en kantoren die samen gebruikmaken van dezelfde warmtebron of bronnenmix. Ook een middelgroot warmtenet is flexibel uitbreidbaar of aan te sluiten op een groot regionaal of modulair net.

Groot warmtenet

Grote warmtenetten leveren warmte aan een hele stad of meerdere wijken tegelijk. Met grote warmtenetten kunnen ook gebieden die over de gemeentegrenzen heen strekken, met elkaar worden verbonden. Ze hebben vaak meerdere lokale warmtebronnen (bronnenmix) en kunnen over lange afstanden warmte transporteren.

Bekijk voorbeelden van mini-, kleine, middelgrote en grote warmtenetten in de Warmteprojectentool.

 

Warmtenetten in de bestaande bouw

In bestaande wijken zijn woningen vaak nog minder goed geïsoleerd dan bij nieuwbouw. Daardoor is er meer warmte nodig om de binnentemperatuur comfortabel te houden. Warmtenetten in deze gebieden werken daarom meestal met een hogere temperatuur (meer dan 75 °C). Dit maakt het bijvoorbeeld ook mogelijk om bestaande radiatoren te blijven gebruiken, zonder dat er direct ingrijpende aanpassingen in de woning nodig zijn.

Bij veel renovaties is het mogelijk om met midden temperatuur warmtenetten te werken, mits de woningen voldoende zijn (of worden) geïsoleerd. Steeds vaker worden er ook lagetemperatuur, zeer lagetemperatuur en koudenetten ontwikkeld. Koudenetten werken hetzelfde als warmtenetten maar hebben als doel huizen en gebouwen te koelen.

Voor bestaande bouw is het belangrijk om per wijk goed te kijken naar de technische mogelijkheden, de staat van de woningen en de wensen van bewoners. Zo kan stap voor stap worden toegewerkt naar een aardgasvrije wijk met een toekomstbestendig warmtenet.

Deze foto laat warmteleidingen zien. Om de stalen binnenleiding zit een dikke laag isolatie
zodat het warme water niet afkoelt tijdens het transport naar de woning of het gebouw.
Foto: Hanab Energy Solutions

 

Warmtenetten in nieuwbouwwijken

Bij de bouw van nieuwbouwwijken worden de duurzame energievoorziening(en) en goede isolatie direct meegenomen. Wanneer een woning goed geïsoleerd is, zoals bij nieuwbouw (maar ook bij gerenoveerde huizen), hoeft het water niet zo heet te zijn om een huis of gebouw te kunnen verwarmen. De isolatie zorgt ervoor dat de kou buiten blijft en de warmte binnen.

Doordat de warmte goed blijft hangen in huis, lukt het ook om een kamer warm te krijgen met minder hitte. Dat scheelt veel energie. Voor nieuwbouw of geïsoleerde huizen worden daarom vaak middentemperatuur (55-75°C) of lagetemperatuur (30-55°C) warmtenetten gebruikt. Bij lage temperatuur is er voor warm tapwater een aanvullende duurzame voorziening nodig zoals een warmtepomp op de warmte in de woning naar de gewenste temperatuur te brengen, of een buffervat. In een buffervat kan warm tapwater, dat bijvoorbeeld door middel van zonnecollectoren wordt opgewarmd, worden gebufferd. Bij zeerlagetemperatuur warmtenetten (<30 °C) met bijv. aquathermie als bron, is deze aanvullende voorziening zowel voor de verwarming als het tapwater nodig.