Ga naar inhoud

Nieuws

20 juli 2026

Aardwarmte optie voor grootschalig warmtenet in Bollenstreek

  • onderzoek, onderwijs
  • wetgeving, financiering

Een regionaal warmtenet op basis van aardwarmte kan een groot deel van de warmtevraag in de Bollenstreek verduurzamen. Dat blijkt uit een omvangrijk haalbaarheidsonderzoek dat is uitgevoerd door de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, woningcorporaties Stek en Padua, Aardwarmte Rijnland en Firan. De onderzoekers concluderen dat een collectief warmtesysteem technisch, organisatorisch en juridisch haalbaar is. De grootste uitdaging ligt op financieel vlak: zonder aanvullende steun van het Rijk is de businesscase niet rendabel.

 

Het onderzoek richt zich op de vraag of een regionaal warmtenet, gevoed door lokale aardwarmte, een realistisch alternatief kan zijn voor individuele verwarmingsoplossingen. De onderzoekers concluderen dat de ondergrond in de Bollenstreek bijzonder geschikt is voor aardwarmte. Er is voldoende potentieel aanwezig om de volledige gebouwde omgeving in de regio van duurzame warmte te voorzien en mogelijk zelfs ook omliggende gemeenten. Om de basislast van de warmtevraag te leveren zijn naar verwachting vijf aardwarmtebronnen nodig. De totale warmtevraag in de Bollenstreek bedraagt ongeveer 2,4 miljoen GJ per jaar. Wanneer alle woningen en gebouwen zouden overstappen op een warmtenet, kan jaarlijks ongeveer 80 miljoen kubieke meter aardgas worden bespaard.

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat een groot deel van de bestaande woningvoorraad zonder ingrijpende aanpassingen op een warmtenet kan worden aangesloten. Daarmee onderscheidt een warmtenet zich van een volledig all-electric oplossing, waarvoor vaak vergaande isolatiemaatregelen en aanpassingen aan het afgiftesysteem nodig zijn. In het rapport wordt het warmtenet uitgebreid vergeleken met een volledig elektrische warmtetransitie. Een belangrijk voordeel van een warmtenet is dat het elektriciteitsnet aanzienlijk minder wordt belast. Doordat warmte centraal wordt geproduceerd en gedistribueerd, zijn minder individuele warmtepompen nodig. Dat beperkt de extra vraag naar elektriciteit en helpt nieuwe netcongestie te voorkomen. Hierdoor ontstaat ruimte  op het elektriciteitsnet voor andere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, laadinfrastructuur en elektrificatie van bedrijven.

 

Financiering grootste hobbel

De onderzoekers adviseren om de aanleg van het warmtenet te faseren en te starten met een zogenoemd vliegwielproject van ongeveer 7.000 woningen. Daarmee ontstaat voldoende warmtevraag om de eerste aardwarmtebron te exploiteren en kan vervolgens stapsgewijs worden uitgebreid. In het uiteindelijke scenario kunnen ongeveer 48.000 woningen en andere gebouwen op het warmtenet worden aangesloten.

Het project is technisch haalbaar, de financiering is momenteel de grootste hobbel. De onderzoekers concluderen dat het project met de huidige subsidie-instrumenten niet rendabel is. Daardoor kan nog geen aantrekkelijk aanbod aan bewoners en bedrijven worden gedaan. Om de benodigde deelname van particuliere woningeigenaren te vergroten is in het onderzoek een ‘onweigerbaar aanbod’ uitgewerkt, met lagere aansluitkosten en een aantrekkelijk tarief. Zelfs in dat scenario blijft echter sprake van een aanzienlijke onrendabele top. De betrokken partijen pleiten daarom voor aanvullende Rijkssteun.

Ondanks de financiële uitdagingen spreken de onderzoekers van een positief eindresultaat. Er ligt volgens hen een technisch uitgewerkt ontwerp, een kansrijke governance voor een regionaal warmtebedrijf en een eerste businesscase. Daarmee is volgens de samenwerkende partijen voldoende basis aanwezig om de verkenningsfase af te ronden en de stap naar de ontwikkelfase te zetten. De komende periode staat in het teken van verdere besluitvorming over de oprichting van een publiek warmtebedrijf, de definitieve warmtekavels, de eerste uitvoeringsprojecten en duidelijkheid vanuit het Rijk over aanvullende financiering.

Betrokken deelnemers van WN

Auteur: Joop van Vlerken