Ga naar inhoud

Nieuws

13 oktober 2025

Acht warmtenetten die netcongestie tackelden

  • onderzoek, onderwijs
  • ontwikkeling

Warmtenetten worden vaak genoemd als oplossing voor netcongestie, maar gaan tegelijkertijd om diezelfde reden soms niet door. Hoe kan het wel? Een inspiratieboek met acht voorbeelden laat praktijkoplossingen zien. 

 

In de Hilversumse wijk De Meent zijn woningen aangesloten op een ZLT-bronnet. Ze hebben allemaal een eigen water-water warmtepomp om de temperatuur van het water in dat bronnet – 10 tot 15 graden – op te waarderen naar de juiste temperatuur voor verwarming en warm tapwater. De woningen hebben ook een boilervat voor warm tapwater en een convectorunit aan het plafond voor de afgifte van warmte en koude.

Bijzonderheid hier: het hele net is één gezamenlijke aansluiting, zo legt Hubert Bloemen van De Warmte Maatschappij uit tijdens het webinar ‘Warmtenetten en netcongestie’ op maandag 6 oktober. Naast een ZLT-warmtenet is het ook een collectief datanet en stroomnet waar elke individuele warmtepomp en circulatiepomp op is aangesloten: een Smart Thermal Grid, zoals de ontwikkelaar het noemt. 

Daarvoor is ook een juridisch concept gemaakt om het te kunnen realiseren. Vanaf 40 woningen is het een exploiteerbaar model, dat modulair is uit te breiden. 

De aanpak ontstond uit de wens om een financieel haalbaar alternatief te ontwikkelen voor aardgas – De Meent is een Proeftuin Aardgasvrij Wijken. Individuele warmtepompen aansturen via de individuele meterkasten kon financieel niet uit en ook de netbeheerder “is daar niet blij mee”, aldus Bloemen. Door de gekozen aanpak raakt De Warmte Maatschappij “de meterkast van de woning niet aan”.

 

Netcongestie
Bloemen spreekt in het webinar omdat de aanpak een ander urgent probleem tackelt: netcongestie. De Warmte Maatschappij stuurt alle boilers en warmtepompen centraal aan. Er is geen opslag of warmtebuffer aanwezig: de woningen zelf zijn de buffer. Tapwater in het boilervat warmt op wanneer de stroomprijzen laag zijn en de woning wordt op dat moment een graad warmer gestookt dan de thermostaat aangeeft. Wat overigens geenszins vreemd is, aldus Bloemen. “Bij een thermostraat heb je een bandbreedte. Een gasketel pingelt ook niet de hele dag.”

De woning is bij deze aanpak de grootste batterij, zo geeft hij aan. Niet de boiler.

 

Inspiratieboek
Aanleiding voor het webinar is de lancering van het boek Inspiratie warmtenetten en netcongestie, dat de dag erna op 7 oktober is verschenen en is te downloaden bij TKI Urban Energy

Jylles van der Vliet en Jana Suilen van MSG Sustainable Strategies maakten het inspiratieboek in opdracht van TKI Urban Energy en RVO. De reden is dat warmtenetten vaak worden genoemd als oplossing voor netcongestie, maar er zijn ook veel voorbeelden waar een warmtenet júist tot netcongestie leidt vanwege de warmtepompcentrale.

Doel van het boek is om initiatiefnemers, gemeenten en warmtebedrijven te laten zien dat netcongestie geen showstopper hoeft te zijn voor warmtenetten. Het boek gaat in op de uitwerking van technische en organisatorische keuzes (warmtevraag, warmtebronnen en opslag, met als inzet een zo flexibel mogelijk systeem), geeft toelichting op de belangrijkste oplossingsrichtingen die de auteurs zijn tegengekomen en belicht de praktijkvoorbeelden en hun netbewuste maatregelen. Zoals dus De Meent in Hilversum.

Systeemkeuzes zorgen samen voor een integrale technische aanpak. Daaromheen zijn contractuele afspraken met de netbeheerder noodzakelijk. “Belangrijk daarin is de samenwerking met de netbeheerder”, zegt Van der Vliet met nadruk.

 

Maatregelen
Vaker voorkomende maatregelen zijn warmteopslag, aanstuurbare warmtepompen, energiemanagementsystemen en flexibele contractvormen. 

Warmtebuffers zijn in staat om productie van warmte los te koppelen van de vraag. Die warmte wordt dan geproduceerd op momenten dat er veel duurzame energie beschikbaar is en de netbelasting relatief laag (overdag), opgeslagen in de buffer en tijdens piekuren geleverd (begin van de avond). 

Bij warmtenetten in Veenendaal, Groningen, Delft en Apeldoorn is dat toegepast. Bufferen in het leidingsysteem en/of het boilervat van de woningen kan ook en gebeurt dus in Hilversum en ook bij projecten in Culemborg en Wierden. 

 

Flexibele contracten
Over flexibele contractvormen is er tijdens het webinar ook een bijdrage van Anastasia Koezjakov, die bij Liander werkt aan een maatwerkoplossing voor klanten, onder meer ontwikkelaars van warmtenetten.

Zij laat zien hoe de avondpiek leidend is voor netbeheerders, maar er op andere momenten op de dag veel onbenutte capaciteit in het net beschikbaar is. Die onbenutte capaciteit geven netbeheerders vrij met flexibele contractvormen.

Een tijdgebonden contract bijvoorbeeld, waarbij de afspraak is dat er tussen 8.00 en 12.00 uur minder en tussen 16.00 en 20.00 uur helemaal geen elektriciteit wordt gevraagd. Lukt het om de nodige warmte geproduceerd te krijgen in de uren daarbuiten, dan is dat de manier om een warmtenet tóch gerealiseerd te krijgen. “In Veenendaal en Apeldoorn is dit succesvol toegepast.”

Een oproep tot besluit, vanuit haar kant. Netbeheerders hebben minder goed zicht op de groei van de vraag achter de meter, maar reserveren daar capaciteit voor. Hoe meer warmtepompen er op het net komen, hoe minder ruimte er is voor grootschalige oplossingen. “Voor gemeenten geldt dus: op moment dat duidelijk is dat er een warmtenet komt, zorg er dan ook voor dat men dat goed weet. Ga geen subsidies uitgeven voor individuele oplossingen en geen collectieve inkoopacties ondersteunen. Dan zien wij daadwerkelijk in onze prognoses dat er ruimte vrijkomt. Dat is nog steeds geen garantie, maar betekent wel dat we met zijn allen toch een stuk vermogen kunnen vrijspelen voor toekomstige ontwikkelingen.”

 

Meer informatie: 

Kijk hier het hele webinar terug. 

 

Auteur: Paul Diersen