Ga naar inhoud

Nieuws

26 oktober 2026

ACM onderzoekt langere afschrijvingstermijn warmtenetten

  • onderzoek, onderwijs
  • wetgeving, financiering

De ACM onderzoekt momenteel of warmtenetten over een langere periode dan maximaal dertig jaar afgeschreven mogen worden. Aanleiding hiervoor is het onderzoek van het Deense adviesbureau PlanEnergi naar activacategorieën, afschrijvingstermijnen en afschrijvingsmethoden voor de kostengebaseerde tariefregulering van de Wet collectieve warmte (Wcw). Uit het onderzoek blijkt dat voor verschillende onderdelen van warmtenetten een economische levensduur van veertig tot zestig jaar mogelijk is. Deze langere afschrijvingstermijnen kunnen de warmtetarieven mogelijk verlagen.

 

De uitkomsten van het onderzoek zijn relevant voor de toekomstige tarieven van aangewezen warmtebedrijven en voor warmtetransportbeheerder WarmtelinQ Transport Services. De ACM onderschrijft de aanbeveling om bij de afschrijving uit te gaan van de economische levensduur van investeringen. De toezichthouder onderzoekt nog wel of de door PlanEnergi voorgestelde termijnen, die zijn gebaseerd op de Deense situatie, aansluiten bij de Nederlandse praktijk.

 

Economische levensduur

In het geconsulteerde Besluit collectieve warmte is een maximale afschrijvingstermijn van dertig jaar opgenomen. Volgens PlanEnergi is die grens voor verschillende onderdelen van warmtenetten korter dan hun economische levensduur. Het bureau stelt bijvoorbeeld een termijn van 45 jaar voor transport- en distributieleidingen voor. Voor leidingen in lagetemperatuurnetwerken loopt de voorgestelde termijn zelfs op tot zestig jaar. Deze langere afschrijvingstermijn betekent dat de investeringskosten over meer jaren worden verdeeld. Daardoor valt het jaarlijkse bedrag dat via de warmtetarieven moet worden terugverdiend lager uit. Dat kan de betaalbaarheid van warmte verbeteren.

Volgens PlanEnergi leidt een vaste maximumtermijn van dertig jaar tot een onjuiste verdeling van de investeringskosten als infrastructuur economisch langer meegaat. Een leiding kan na dertig jaar nog jarenlang worden gebruikt en waarde vertegenwoordigen, terwijl de investering voor de tariefregulering al volledig is afgeschreven. Het onderzoeksbureau wijst daarom op de mogelijkheid om rekening te houden met een restwaarde als de economische levensduur langer is dan dertig jaar. Zonder zo’n voorziening klopt de verdeling van kosten over de levensduur van de infrastructuur niet.

Maar een langere terugverdienperiode kan onzekerheid opleveren voor investeerders. Een begrensde afschrijvingstermijn geeft warmtebedrijven meer zekerheid over de periode waarin zij hun investeringen via de tarieven kunnen terugverdienen. De ACM onderzoekt daarom hoe de afschrijvingstermijnen kunnen aansluiten bij de economische levensduur van de infrastructuur, zonder de investeringszekerheid uit het oog te verliezen.

 

Grote investeringen

Naast de levensduur van de infrastructuur onderzocht PlanEnergi ook hoe de kapitaallasten het beste over huidige en toekomstige warmtegebruikers kunnen worden verdeeld. De aanleg van warmtenetten vraagt om grote investeringen die over een langere periode worden terugverdiend. De gekozen afschrijvingsmethode bepaalt hoe die kosten in de tijd worden toegerekend en beïnvloedt daarmee ook de tarieven. PlanEnergi vergeleek verschillende methoden aan de hand van door de ACM opgegeven criteria. Het advies is om voor aangewezen warmtebedrijven de annuïtaire methode als uitgangspunt te nemen. Daarbij blijven de jaarlijkse kapitaallasten in beginsel gelijk. In de eerste jaren bestaat dat bedrag relatief sterk uit rente; later neemt het afschrijvingsdeel toe en het rentedeel af.

De ACM gebruikt de onderzoeken bij de verdere uitwerking van de kostengebaseerde tariefregulering onder de Wcw. Belanghebbenden kunnen tot en met 30 november 2026 reageren op de onderzoeken. De ACM publiceert de reacties na afloop van de termijn. Op 5 november organiseert de toezichthouder een klankbordgroep voor organisaties uit de warmtesector, gericht op grote warmtenetten. Komende tijd moet duidelijk worden of en hoe langere afschrijvingstermijnen een plek krijgen in de Nederlandse tariefregulering.