De Autoriteit Consument & Markt (ACM) zet vraagtekens bij onderdelen van het concept-Besluit collectieve warmte. In de uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (UHT) die de toezichthouder in maart heeft gepubliceerd, stelt de ACM dat met name het invoeren van aparte tarieven voor koude op dit moment niet goed uitvoerbaar is.
Het conceptbesluit geeft invulling aan de Wet collectieve warmte en werkt verschillende onderdelen verder uit. Zo bevat het regels voor consumentenbescherming, broeikasgasuitstoot en de manier waarop de waarde van warmtenetten wordt bepaald. Ook wordt een eerste stap gezet richting een nieuw systeem voor tariefregulering. Dat systeem moet de sector geleidelijk losmaken van het huidige niet-meer-dan-anders-principe (NMDA), waarbij warmtetarieven gekoppeld zijn aan de gasprijs, en toewerken naar tarieven op basis van werkelijke kosten.
Juist in die eerste fase ziet de ACM problemen met een apart tarief voor koude. In veel systemen zijn warmte en koude namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Denk aan wko’s, waarbij de balans tussen koude en warmte essentieel is voor een goed functionerend systeem. Volgens de ACM is het in zulke gevallen niet logisch om koude als een aparte dienst te behandelen. Dat wordt nog lastiger zolang de gasprijs indirect invloed heeft op de tarieven. De toezichthouder pleit er daarom voor om voorlopig vast te houden aan de huidige praktijk, zonder aparte tarieven voor koude in dit soort geïntegreerde systemen.
Duidelijkheid over activawaarde
Een tweede belangrijk punt is de zogenoemde gestandaardiseerde activawaarde (GAW). Dat is de berekende waarde van het gereguleerde deel van een warmtenet en vormt de basis voor de tarieven die warmtebedrijven mogen rekenen. De ACM vindt dat duidelijker moet worden vastgelegd dat alleen de toezichthouder deze waarde bepaalt.
Daarnaast wil de ACM ruimte houden voor maatwerk. Niet alle bezittingen van een warmtebedrijf horen automatisch thuis in de gereguleerde activawaarde. Zo zou bijvoorbeeld een kantoorpand niet zonder meer moeten meetellen. Dat is relevant, omdat een hogere activawaarde direct kan leiden tot hogere tarieven voor gebruikers.
Tegelijkertijd leeft in de markt het idee dat de GAW iets zegt over de waarde van warmtebedrijven, bijvoorbeeld met het oog op toekomstige overnames wanneer netten in publieke handen moeten komen. De ACM zegt dat de GAW is bedoeld als reguleringsinstrument en niets zegt over de werkelijke marktwaarde van een bedrijf.
Faillissement en vervolg
Ook doet de toezichthouder een voorstel voor de situatie waarin een warmtebedrijf failliet gaat. In dat geval zou een aangewezen noodleverancier de bestaande tarieven en voorwaarden moeten overnemen. Daarmee sluit de regeling aan op de praktijk in de elektriciteits- en gassector, waar continuïteit voor klanten centraal staat.
Verder valt op dat het conceptbesluit alleen de eerste fase van de nieuwe tariefregulering beschrijft. De volgende stappen en de daadwerkelijke overstap naar volledig kostengebaseerde tarieven blijken complex en worden later uitgewerkt in een apart besluit. De ACM geeft aan dat de gevolgen daarvan voor de uitvoering nog moeilijk in te schatten zijn.
Tot slot wijst de toezichthouder op de randvoorwaarden. De uitvoering van de nieuwe regels vraagt om voldoende capaciteit en budget. Hoewel de ACM nu geen extra middelen bovenop eerdere aanvragen vraagt, benadrukt de toezichthouder wel dat die eerder aangevraagde middelen volledig beschikbaar moeten komen. Zonder die ondersteuning komt een goede uitvoering van de wet onder druk te staan.
