Ga naar inhoud

Nieuws

21 januari 2026

Europees project RODEO werkt met Assen aan uitrol warmtenetten

  • bouw, realisatie
  • onderzoek, onderwijs

Gemeente Assen doet mee aan het Europese Interreg-project RODEO. Er wordt onder meer gewerkt aan een financieel en organisatorisch model voor de uitrol van warmtenetten. “We kunnen een hoop geld besparen en tempo maken wanneer we dat standaardiseren.”

 

RODEO is de afkorting voor Rolling Out District Heating and Cooling Extensively to home Owners. Dit project moet helpen om een collectief warmtenet aan te leggen voor individuele huishoudens. Assen is één van de vier deelnemende steden. De andere zijn Oostende (België), Duinkerke (Frankrijk) en Dublin (Ierland).

Verder zijn organisaties betrokken als Beauvent (het warmtebedrijf van Oostende), Exceedence als partner die financiële modellen ontwerpt samen met de Hanze Hogeschool. De Hanze Hogeschool en Endeavour uit België doen ook onderzoek naar het communicatieverhaal achter het betrekken van inwoners in dit proces. “Wij leveren input en helpen mee om de producten die uit dit onderzoek naar voren komen te verbeteren”, zegt Gert-Jan Evers, senior-adviseur energietransitie en projectleider bij gemeente Assen.

Het project heeft drie belangrijke doelen:

  • Het ontwikkelen van een nieuw financieel en organisatorisch model. Dit moet het mogelijk maken om warmtenetten fijnmazig aan te leggen in steden, dus ook in bestaande wijken.
  • Het nieuwe model in de praktijk brengen in de vier steden en in elke stad samen met lokale partijen een plan maken voor de uitvoering.
  • Training en ondersteuning bieden aan alle betrokkenen, zoals gemeenten, leveranciers en bewoners. Op die manier kunnen zij hun rol in de warmtetransitie goed invullen.

 

Financieel model

Een tipje van de sluier van dat financiële model heeft Evers tijdens recent projectbezoek in Oostende gekregen. “Samen bouwen Exceedence en de Hanze Hogeschool een generiek model waarmee je sneller een inschatting kan maken of een warmtenet past in een wijk of buurt en waarmee je scenario’s kan draaien met verschillende bronnen en verschillende hoeveelheden woningen. Ik was onder de indruk van de eerste opzet.”

Financiële modellen voor warmtenetten zijn complex. “Je moet echt deskundig zijn om zoiets in te vullen. Het idee is om dit te standaardiseren tot een aantal key parameters zoals aantal woningen, warmtegebruik en de bron die je wilt gebruiken. En die een redelijk betrouwbaar inzicht geven.”

Specifiek voor gemeenten zou dit uitbesteed onderzoek kunnen vervangen. “Andere gemeenten huren hiervoor consultants in en die moeten allemaal worden betaald. Er gaat hierdoor heel veel geld naar dezelfde opdracht. We kunnen een hoop geld besparen en tempo maken wanneer we dat standaardiseren.”

 

Individuele huiseigenaren

Andere vraag in het onderzoek: hoe betrek je individuele huiseigenaren bij een warmtenet? De vier steden zijn elk op verschillende manieren bezig met de uitrol van een warmtenet richting bewoners en hebben daarbij elk hun uitdaging. Zo begint Assen met een warmtenet waarbij corporatiewoningen meedoen en de stap naar de bewoners nog moet worden gemaakt. Dat net ligt er overigens nog niet.

Oostende heeft al wel een warmtenet, maar sloot eerst grote warmtevragers aan, zoals gemeentegebouwen en een casino. “Duinkerke heeft al 50 jaar een warmtenet en moet deze vervangen en overstappen naar een duurzame warmtebron”, zegt Evers. “Daarbij zet men in op aansluiten van bewoners nu de leiding wordt vervangen. Dublin tot slot is vergelijkbaar met Oostende.”

Als les uit gehouden presentaties noemt de projectleider ‘goed luisteren naar wat inwoners belangrijk vinden’. “Het zijn deels open deuren, maar we moeten luisteren naar wat hun echte zorgen zijn. Soms is het belangrijker om goede uitleg te geven over koken op inductie of de stoeptegel recht te leggen en daarna pas te beginnen over het warmtenet.”

Evers haalt het voorbeeld van Assen aan. Daar is woningcorporatie Actium met verduurzamingsplannen mede de aanjager van het warmtenet in de wijk Lariks en Noorderpark. “De corporatie is met het hele renovatiepakket naar de inwoners gegaan. Een onderdeel hiervan is de warmtenetaansluiting. We zien daar dat 98% akkoord heeft gegeven, dat is uitzonderlijk hoog. Als mensen een woningverbetering krijgen, dan is een warmtenet blijkbaar maar bijzaak. Praat je alleen over een warmtenet, dan krijgt het die focus. En over warmtenetten bestaat veel negatieve beeldvorming bij bewoners. Dat is een gebrek aan vertrouwen dat moet worden gerepareerd. We hopen dat met publieke warmtebedrijven te bereiken.”

 

Lariks en Noorderpark

Alle deelnemende steden worden tijdens de looptijd (tot 2029) van het project bezocht. Assen is als laatste aan de beurt. De verwachting is dat er tegen die tijd een warmtenet ligt in de Lariks en Noorderpark (samen 1.485 woningen, aanleg verdeeld over 3 fasen).

Stand van zaken rondom dat plan: op 13 oktober is Warmtebedrijf Assen BV opgericht, de WIS-aanvraag is in voorbereiding, er vindt laatste finetuning op het voorlopig ontwerp plaats en het communicatie- en participatieplan ligt klaar. “We gaan de wijk in om bewoners enthousiast te krijgen.”

Het plan heeft een valse start achter de rug. Als Proeftuin Aardgasvrije Wijk was het warmtenet gericht op een gebied met 80% particuliere woningen en 20% corporatiewoningen. Bewoners bleken niet enthousiast. Evers: “Het is te lang onduidelijk geweest wat er zou komen en wat het zou kosten. Dat droeg niet bij aan het vertrouwen.”

In het aangepaste plan is de verhouding corporatiewoningen-huiseigenaren dan ook omgedraaid. “Dat Actium nu meedoet zal de bewoners naar verwachting ook vertrouwen geven dat het echt gaat gebeuren.”

 

Meer informatie:

Het partnerschap RODEO bestaat uit de volgende partijen:

  • Nederland: Gemeente Assen, Hanze University of Applied Science
  • België: Oostende, AG Oostende Energiehuis, Endeavour
  • Frankrijk: Communaute Urbaine de Dunkerque, Partenord Habitat
  • Ierland: South Dublin County Council, Codema Dublin’s Energy Agency, Heatworks, Exceedence
  • Actium, Beauvent en BNG Bank zijn associate partners.

Met het project is ruim 5,1 miljoen euro gemoeid. Daarvan komt ruim 3 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. De gemeente Assen ontvangt ruim 450.000 euro. Het project loopt van 2025 tot 2029.

Auteur: Paul Diersen