Ga naar inhoud

Nieuws

31 augustus 2026

Merendeel Amsterdamse bewoners tevreden over aardgasvrij wonen

Amsterdamse bewoners staan in meerderheid positief tegenover aardgasvrij wonen. De weerstand die er bestaat, richt zich volgens Ipsos I&O vooral op de manier waarop de transitie wordt uitgevoerd en op de kosten, en veel minder op het principe van aardgasvrij wonen zelf. Dat blijkt uit het onderzoek Bewonerservaringen warmteoplossingen van Ipsos I&O in opdracht van de gemeente Amsterdam.  Bovendien is het merendeel van de bewoners tevreden over het comfort en de werking van warmtenetten.

 

Om de warmtetransitie te laten slagen, is volgens de gemeente Amsterdam niet alleen een technische blik nodig. Ook de ervaringen van bewoners moeten worden meegenomen in de keuzes die de komende jaren worden gemaakt. Ipsos I&O onderzocht daarom hoe Amsterdammers hun collectieve warmtevoorziening ervaren. De belangrijkste conclusie is dat het draagvlak voor aardgasvrij wonen onder de onderzochte bewoners groot is. Dat is een belangrijke constatering voor de verdere ontwikkeling van collectieve warmte. De discussie over warmtenetten wordt regelmatig gekoppeld aan weerstand tegen de energietransitie. Het Amsterdamse onderzoek laat een genuanceerder beeld zien. Namelijk dat bewoners de verduurzaming kunnen ondersteunen en tegelijkertijd kritisch zijn op hun eigen warmtevoorziening.

 

Ontevreden bewoners beperkt

In opdracht van Gemeente Amsterdam onderzocht Ipsos I&O hoe bewoners in vijf Amsterdamse nieuwbouwgebieden hun collectieve aardgasvrije warmteoplossing beoordelen. Voor het onderzoek werden 787 bewoners uit vijf gebieden bevraagd: Houthavens, Amstelkwartier, IJburg, Centrumeiland en Oosterdokseiland. Daar zijn verschillende collectieve systemen aanwezig: hoge temperatuur-warmtenetten, hoge temperatuur-warmtenetten met koudelevering en WKO-netten met een lage temperatuur-warmtenet. Bij elk van de drie systemen geeft minstens de helft van de gebruikers aan tevreden te zijn: 54 procent bij het HT-warmtenet, 58 procent bij het HT-warmtenet met koudelevering en 51 procent bij het WKO-net. Het aandeel bewoners dat ontevreden is, blijft bij alle drie de systemen beperkt, al is dit aandeel bij WKO-netten met 14 procent hoger dan bij de twee warmtenetten.

Duurzaamheid als voordeel

De tevredenheid wordt vooral bepaald door de manier waarop de warmtevoorziening functioneert. Comfort, efficiëntie, betrouwbaarheid, temperatuurregeling en gebruiksgemak hebben volgens de onderzoekers veel invloed op het algemene oordeel. Op deze punten worden de systemen over het algemeen positief beoordeeld. Dat geldt in het bijzonder voor het comfort. Bewoners ervaren doorgaans dat hun woning goed en gelijkmatig wordt verwarmd. Ook het gebruiksgemak wordt positief beoordeeld. In de praktijk komt het er voor veel bewoners op neer dat ze de thermostaat instellen en vervolgens weinig omkijken hebben naar het systeem. Duurzaamheid wordt als een voordeel gezien. In gesprekken koppelen bewoners de efficiëntie van hun warmtevoorziening niet alleen aan het energiegebruik, maar ook aan het feit dat een collectief systeem een alternatief vormt voor verwarming met aardgas.

 

Zomercomfort onderdeel van de ervaring

Het onderzoek laat daarnaast zien dat de combinatie van warmte en koude een duidelijke meerwaarde kan hebben. Vooral tijdens periodes van aanhoudende hitte ervaren bewoners van woningen met een geïntegreerd warmte- en koudesysteem minder overlast van hoge temperaturen. Dat geldt voor het HT-warmtenet met koude en voor het WKO-net. De koeling wordt overigens wel als relatief passief ervaren, het wordt niet echt koud in huis. Ook zonwering blijft daarom belangrijk om het zomercomfort op peil te houden. Het verschil is zichtbaar bij de woningen die alleen een HT-warmtenet hebben. Daar geeft 47 procent van de bewoners aan dat de woning in de zomer te warm wordt. Dat aandeel ligt meer dan twee keer zo hoog als bij de andere onderzochte systemen. Volgens Ipsos I&O speelt zowel het ontbreken van koude als de aanwezigheid van zonwering daarbij een rol. Voor de warmtetransitie is dat een interessante uitkomst. Collectieve systemen worden door bewoners dus niet uitsluitend beoordeeld op de vraag of ze in de winter warmte leveren. Ook het zomercomfort wordt onderdeel van de ervaring met de warmtevoorziening.

 

Kosten als aandachtspunt

Tegenover de positieve ervaringen staat een duidelijk aandachtspunt: de eigen regie. Dit onderwerp heeft volgens de onderzoekers veel invloed op de algemene tevredenheid, maar wordt door bewoners relatief negatief beoordeeld. Omdat ze bij een collectieve warmtevoorziening niet eenvoudig kunnen overstappen naar een andere leverancier, kan het gevoel ontstaan dat ze weinig invloed hebben op hun warmtevoorziening. Dat wordt versterkt doordat bijna niemand van de ondervraagde bewoners zelf voor de huidige warmteoplossing heeft gekozen. Opvallend is dat bewoners die zouden willen overstappen, meestal niet kiezen voor een ander collectief systeem. Ongeveer een kwart zou liever een andere warmteoplossing hebben. De volledig elektrische warmtepomp wordt daarbij het vaakst genoemd.  Ook de kosten vormen een belangrijk aandachtspunt. Bewoners zijn vooral kritisch op de vaste lasten en op de transparantie van de energierekening.

 

Meer transparantie

Daarmee komt het onderzoek uiteindelijk uit bij een bredere les voor de warmtetransitie. Bewoners willen best verduurzamen, maar niet ten koste van hun gevoel van autonomie. Meer transparantie over de techniek, de gemaakte keuzes en de kosten kan helpen om dat gevoel te versterken. De onderzoekers adviseren daarom om collectieve warmtevoorzieningen meer uit de ‘black box’ te halen. Bewoners moeten beter kunnen begrijpen waarom voor een bepaalde warmteoplossing is gekozen, hoe het systeem werkt, waar ze voor betalen en wat ze zelf wel en niet kunnen beïnvloeden. Meer informatie geeft bewoners niet letterlijk meer zeggenschap, maar kan wel zorgen voor meer begrip en daarmee voor meer vertrouwen.

Meer informatie:

Auteur: Joop van Vlerken