Mini-warmtenetten zijn klaar voor verdere uitrol. Detailuitwerkingen van pilots in Utrecht en Zuid-Holland laten dat zien. Technisch is het prima haalbaar voor kleine aantallen woningen én er zijn twee organisatorische oplossingen. Mini-warmtenetten zijn netten die volgens de definitie gaan van 2 tot 50 woningen.
Er is stijgende interesse voor mini-warmtenetten, beaamt Gerbert Hengelaar van Next2Company, die als procesbegeleider en projectmanager betrokken is bij de pilotprojecten in Utrecht en Zuid-Holland. Die interesse heeft verschillende invalshoeken, zegt hij. Zo is het bij grotere warmtenetprojecten die vastlopen een mogelijk antwoord op de vraag ‘wat nu?’. Verder is bodemenergie een betere oplossing voor netcongestie dan een lucht-waterwarmtepomp en kunnen mini-warmtenetten deze optie betaalbaarder maken. Ten derde is een mini-warmtenet een schaal waarop bewoners makkelijk met elkaar een initiatief kunnen nemen en elkaar kunnen aanmoedigingen en aanjagen. “De laatste invalshoek is hoe het begonnen is vanuit mijn kant”, zegt Hengelaar. “Gemeenten waarin 30 bewoners rond een pleintje geen zin hebben in 30 buitenunits aan een gevel en liever samen iets slims doen. En waar gemeenten vanuit het aanbod in hun transitievisies nog geen oplossing voor zagen.”
Ere wie ere toekomt, vervolgt Hengelaar: Zeist en Leusden zwengelden het onderwerp aan bij de Provincie Utrecht, die opdracht gaf voor verkennend onderzoek. “Dat onderzoek is de katalysator van heel veel wat nu in beweging is gekomen. Door die verkenning wisten we dat het technisch kan, maar er organisatorisch/juridisch/maatschappelijk vraagstukken zijn waarom ze er niet komen.”
Gedeelde bodemlussen
De tien pilotprojecten die samen met Energie van Utrecht en Energie Samen Zuid-Holland zijn ontwikkeld, zitten allemaal in een vergelijkbare fase van ontwikkeling. Eerst is een QuickScan gedaan om het draagvlak in beeld te brengen, gevolgd door een tweede fase waarin de detailuitwerking is gedaan met juristen en technici. Die fase is nu afgerond in Utrecht, en onderweg in Zuid-Holland. Hengelaar heeft een ronde bewonersavonden gehad om hen hierover te informeren en te peilen of bewoners enthousiast zijn om een offerte aan te vragen.
De hoop is ze eind ’26, begin ’27 te realiseren. Het gaat om projecten van tien tot dertig woningen. Deze pilots zijn allemaal op basis van gedeelde bodemlussen, met in de woningen een individuele water-water warmtepomp. “Als je het grotere plaatje bekijkt gaat het bij mini-warmtenetten over gedeelde bodemlussen of oppervlaktewater als bron. Onder leiding van Natuur- en milieufederatie zijn er in die tweede categorie een heel aantal pilotprojecten opgepakt.”
Juridisch model
De projecten zijn zo opgezet dat er resultaten uit komen die vervolgprojecten makkelijker zullen maken. Belangrijk voorbeeld: een juridisch model op basis van mandeligheid, vergelijkbaar hoe gemeenschappelijk bezit bij een VvE is geregeld. “We kennen mandelige erven, pleintjes en gangen. Dat betekent dat de notaris bij het kadaster registreert dat daar gedeeld eigendom ligt. Wat je ermee wint, is dat het eigendom bij verkoop overgaat naar de volgende eigenaar en dat iedereen verplicht is om bij te dragen aan instandhouding.”
Licht versus zware variant
Mini-warmtenetten zijn volgens een begin 2025 gepubliceerde handreiking over kleinschalige warmtenetten te verdelen in lichte varianten en zwaardere varianten met een mini warmtecentrale. De pilots die Hengelaar begeleid zijn allemaal de lichte variant. “Want ik zie eerlijk gezegd dat de zware variant – dat hebben we ook met zoveel woorden opgeschreven in de handreiking – vaak te duur is. Wat we leren van deze pilots: je moet het eerder kleiner en simpeler maken dan groter om het haalbaar en betaalbaar te maken. Dat is contra-intuïtief, want in de techniek en in de markt is het vaak andersom: als iets niet haalbaar is, maken we het groter.”
In de pilotprojecten is de individuele warmtepomp de benchmark. “Als die optie beter is, dan gaan we dat doen. Maar als we hard kunnen maken dat het voordelen heeft om woningen te koppelen – en dat heeft het in best wel wat situaties – dan gaan we dát doen. Twee tot tien woningen – daar heb je het dan vaak over.”
Waarbij het ook weer logischer is om clusters te maken binnen een mini-warmtenet. Soms werkt twee keer vier woningen op één bodemlus beter dan acht woningen op twee, aldus Hengelaar.
Wijken met mini-warmtenetten
Onder de tien woningen gelden onder de Wcw straks geen belemmeringen. Dat biedt mogelijkheden om wijken op te knippen. “Net zoals je een hele wijk met individuele warmtepompen kan verduurzamen, kan dat ook met mini-warmtenetten. Er zijn in ieder geval twee PAW-projecten die dat nu doen: Hilversum en Enkhuizen, waar een ESCo die warmte levert. En ik hoor van meerdere projecten die het ook overwegen.” Een ESCo is het tweede organisatiemodel voor mini-warmtenetten.
Installateurs
De pilots in Utrecht zijn goed uit de detailuitwerking gekomen en op weg naar realisatie. Een onzekerheid is nog hoe installateurs op deze nieuwe ontwikkeling reageren. Installateurs werken voor corporaties en particulieren – ze krijgen nu mogelijk een opdracht die daar ‘tussenin’ valt. Het biedt installateurs uitdagingen om het proces zo te stroomlijnen dat particulieren op hetzelfde moment tekenen. Soortgelijke slimme processen zijn wenselijk in de werkvoorbereiding. “Als het in een treintje kan gaan, zou ze dat werk moeten besparen.”
