Ga naar inhoud

Nieuws

8 september 2026

Netcongestie het struikelblok van de warmtetransitie?

  • exploitatie, beheer
  • ontwikkeling

De energietransitie wordt vaak gezien als het vervangen van fossiele energie door duurzame alternatieven. Helemaal juist, maar in de praktijk blijkt de opgave echter breder. Wie een woongebouw of woonwijk wil verduurzamen of duurzaam wil bouwen, staat niet alleen voor de keuze van een passende warmtevoorziening. Ook netcongestie, regelgeving, financiering en bewonersparticipatie spelen een belangrijke rol.

De samenhang tussen deze thema’s bepaalt of een project haalbaar is. Een collectief warmtesysteem kan technisch nog zo goed zijn ontworpen, maar kan alsnog vastlopen doordat er geen netaansluiting is of er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op het elektriciteitsnet. En bij bestaande woningen komt daar nog de uitdaging bij dat niet elke woning direct geschikt is voor lagetemperatuurverwarming.

Met de komst van de nieuwe Energiewet en de Wet collectieve warmte (Wcw) wordt die samenhang alleen maar belangrijker. Beide wetten stimuleren een energiesysteem waarin warmte en elektriciteit niet langer los van elkaar worden ontwikkeld, maar als één integraal systeem worden beschouwd. Waar eerder de vraag per onderdeel individueel gesteld werd, is het nu zaak om een integraal antwoord te leveren.

De uitdaging bij bestaande gebouwen: techniek en organisatie

In de gebouwde omgeving zijn grofweg twee routes richting een duurzame warmtevoorziening: via nieuwbouw en bestaande bouw. Hoewel het einddoel hetzelfde is, namelijk aardgasvrij verwarmen, zijn er aanzienlijke verschillen. Bij bestaande woongebouwen is verduurzaming vaak een complexe puzzel. Veel appartementen zijn ontworpen voor een traditionele cv-installatie met hoge aanvoertemperaturen van 70 tot 90 graden. Moderne collectieve warmtesystemen, zoals bodemenergie of collectieve warmtepompen, werken juist optimaal met veel lagere temperaturen.

Dat betekent dat een warmtesysteem zelden 1 op 1 kan worden vervangen. Vaak zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals:

  • verbetering van de gebouwisolatie en vervanging van glas
  • aanpassing van radiatoren of het aanleggen van vloerverwarming
  • aanpassing van de leidingstelsels
  • andere manier voor het opwekken van warmte

Daar komt bij dat veel appartementencomplexen verschillende eigenaren kennen. Woningcorporaties, particuliere eigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) moeten gezamenlijk besluiten nemen over investeringen, planning en financiering. Ook moeten werkzaamheden plaatsvinden terwijl bewoners gewoon thuis wonen. Dat vraagt niet alleen om technische kennis, maar ook om het vermogen alle betrokken partijen mee te nemen in de keuzes die worden gemaakt: waarom een bepaalde oplossing de beste is en waarom andere opties niet haalbaar zijn. Daarbij speelt mee dat de warmtetransitie in de bestaande bouw vandaag de dag financieel vaak nog kostbaar lijkt. Door netcongestie en de extra investeringen die daardoor nodig zijn, lopen de kosten soms verder op. Tegelijkertijd is verduurzaming op de lange termijn geen keuze meer, maar een noodzaak. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar de investering van vandaag te kijken, maar ook naar de toekomstbestendigheid van het gebouw.

Nieuwbouw biedt kansen, maar vraagt om vooruit denken

Bij nieuwbouw zijn de technische beperkingen kleiner. Gebouwen worden direct ontworpen voor lage temperatuurverwarming en kunnen voldoen aan hoge isolatiestandaarden. Daarnaast is er meer ontwerpvrijheid, maar dat betekent niet dat de opgave eenvoudiger is. In een vroeg stadium moeten er keuzes gemaakt worden over:

  • de warmtebron;
  • een configuratie die past binnen de beschikbare elektriciteitsaansluiting;
  • de integratie van zonnepanelen;
  • laadvoorzieningen;
  • eventueel batterijopslag;
  • slimme energiesturing.

Het raakvlak: warmte is steeds vaker elektrisch

Waar vroeger warmte vooral afhankelijk was van aardgas, draait een duurzaam warmtesysteem, onafhankelijk van de warmtebron, op elektriciteit. Bij een collectieve warmtevoorziening zijn er veel verschillende mogelijkheden om de energie uit bodem, water, lucht en zon om te zetten in bruikbare warmte in de gebouwde omgeving. Veel gebruikte methoden zijn:

  • PVT-panelen
  • Warmte-/koudeopslag
  • Aquathermie
  • Diepe geothermie

Alle bovenstaande systemen hebben elektriciteit nodig om de beschikbare warmte op te werken tot een bruikbare temperatuur, en de distributie hiervan.

Dat betekent dat warmte en elektriciteit onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, dus wie vandaag een warmtesysteem ontwerpt maakt daarbij gebruik van elektriciteit en dat heeft impact op het elektriciteitssysteem. Die ontwikkeling maakt netcongestie één van de struikelblokken van de warmtetransitie, en zonder warmtetransitie is er geen optimale energietransitie.

Netcongestie verandert de manier waarop we ontwerpen

In vrijwel heel Nederland staat het elektriciteitsnet onder druk. Nieuwe aansluitingen laten langer op zich wachten en uitbreidingen van bestaande aansluitingen zijn niet altijd mogelijk. Ook kleinverbruikersaansluitingen bij nieuwbouwontwikkelingen zijn niet altijd beschikbaar. De ruimte op het net is er simpelweg momenteel niet.

Voor gebiedsontwikkelingen en verduurzamingsprojecten betekent dit dat de beschikbaarheid van netcapaciteit niet meer vanzelfsprekend is, maar een essentieel onderdeel is in het ontwerpproces om rekening mee te houden. Dat de aandacht verschuift van alleen warmte naar een integraal energiesysteem met balans in vraag en aanbod is dan ook een logisch gevolg.

Wetgeving versterkt de samenhang

Wet- en regelgeving beweegt mee met deze ontwikkeling. De Wet collectieve warmte (Wcw) legt de nadruk op betrouwbare, betaalbare en duurzame collectieve warmtevoorzieningen waarbij gemeenten meer regie krijgen bij het aanwijzen van warmtegebieden. En collectieve systemen moeten uiteindelijk volledig fossielvrij worden.  De nieuwe Energiewet introduceert mogelijkheden om flexibeler met elektriciteit om te gaan. Slimme sturing, energieopslag, energiedelen en lokale energiesystemen krijgen een grotere rol.

Hoewel beide wetten verschillende onderwerpen regelen, vormen de recente aanpassingen een sterke basis om een slim integraal energiesysteem te ontwerpen zodat woonwijken, wooncomplexen en bedrijfsgebouwen met een duurzaam warmte- en energiesysteem wel kunnen worden ontwikkeld.

Over de Energiewet:

  • Energiewet vervangt de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. (in werking sinds 1 januari 2026)
  • Stimuleert slim gebruik van het elektriciteitsnet om netcongestie te verminderen.
  • Maakt energieopslag, energiedelen en vraagsturing juridisch beter mogelijk.
  • Introductie van actieve afnemers en energiegemeenschappen, zodat bedrijven en burgers eenvoudiger zelf energie kunnen opwekken, opslaan en uitwisselen

Over de Wet collectieve warmte:

  • De Warmtewet wordt gefaseerd vervangen door de Wet collectieve warmte (Wcw).
  • Gemeenten krijgen regie over de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten.
  • Warmtebedrijven moeten voor minimaal 50% in publieke handen zijn.
  • Warmtetarieven worden niet meer gekoppeld aan de gasprijs, maar gebaseerd op daadwerkelijke kosten plus een gereguleerd rendement.
  • Consumenten krijgen meer bescherming door strengere regels voor transparantie, leveringszekerheid en toezicht door de ACM.

Van losse installaties naar één energiesysteem

Voor projectontwikkelaars, woningcorporaties, gemeenten en VvE’s betekent dit dat keuzes over warmtevoorziening niet meer los kunnen worden gemaakt van keuzes over de elektravoorziening. In het geïntegreerd energiesysteem werken verschillende technieken samen, bijvoorbeeld:

  • zonnepanelen leveren duurzame elektriciteit;
  • zonne-energie wordt ingezet voor de (collectieve) warmtevoorziening
  • batterijen beperken piekbelasting en zorgen voor het opvangen van het dag en nacht ritme
  • eventuele buffers slaan warmte tijdelijk op, en voorkomen daarmee ook het belasten van het net op piekmomenten
  • laadvoorzieningen leveren wanneer duurzame stroom beschikbaar is
  • een Energy Management System (EMS) stemt alle energiestromen op elkaar af.

In de praktijk ontstaan veel knelpunten doordat warmte, elektriciteit en mobiliteit nog (te) vaak los van elkaar worden ontworpen. Door al in de initiatiefase integraal naar het energiesysteem te kijken, kunnen deze problemen grotendeels worden voorkomen. Vragen als welke warmtebron beschikbaar is, hoeveel elektrisch vermogen nodig is, of de netcapaciteit toereikend is en welke rol energieopslag, zonnestroom en slimme energiesturing kunnen spelen, vormen daarbij het vertrekpunt. Zo ontstaat een toekomstbestendig ontwerp waarin alle onderdelen optimaal op elkaar aansluiten.

Bij bestaande woonwijken, wooncomplexen of bedrijven is deze aanpak niet veel anders, maar daar vraagt ook de isolatie en het warmteafgiftesysteem om aandacht. Als dit niet goed wordt meegewogen in het energiesysteem leidt dat teleurstellende prestaties of een niet sluitende exploitatie.

Handelingsperspectief: begin niet bij de techniek, maar bij het systeem

De energietransitie vraagt dus echt om een andere benadering. Niet de individuele installatie staat centraal, maar het totale energiesysteem van gebouw, wijk en omgeving. Voor gemeenten, woningcorporaties, VvE’s, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren betekent dit dat een succesvolle verduurzaming begint met een integrale aanpak waarin techniek, regelgeving, exploitatie en netcapaciteit gezamenlijk worden beschouwd. Om dit goed te doen helpt het om:

  • Partners en betrokkenen op tijd te betrekken. Denk aan de netbeheerder, technisch partners, de gemeente en in veel gevallen ook bewoners
  • De integrale warmte- en elektriciteitsvraag te onderzoeken
  • Kijk verder dan de initiële investering en beoordeel ook de exploitatie op lange termijn
  • Gebouwen, installaties en energievoorziening als één samenhangend systeem te ontwerpen
  • Rekening te houden met toekomstige uitbreidingen, zoals laadinfra, batterijen of extra duurzame opwek, of de beschikbaarheid van meer aansluitvermogen.

Bij Four Energy geven we hier vorm aan door samen met partners in de hele keten te kijken naar wat is er nu mogelijk is en in de toekomst en hoe wij flexibiliteit in het systeem borgen. Voorheen was de eerste vraag wat kost het, en dit was ook ons eerste antwoord. Tegenwoordig bepalen we eerst samen wat de integrale energievraag is en hoe het systeem daarbij aansluit. Deze aanpak zorgt ervoor dat er veelal een betaalbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig systeem ontstaat.

De warmtetransitie is uiteindelijk een systeemtransitie

De verduurzaming van de gebouwde omgeving draait allang niet meer alleen om het vervangen van de cv-ketel. De opgave raakt woningbouw, elektriciteitsnetten, ruimtelijke ontwikkeling, regelgeving en digitalisering. De nieuwe Wet collectieve warmte en de Energiewet ondersteunen die ontwikkelingen geven ruimte aan de ontwikkeling van een integraal energiesysteem.

De grootste kans ligt niet in afzonderlijke technieken, maar in de manier waarop deze technieken met elkaar samenwerken. Wie, netbewust, warmte, elektriciteit, opslag en slimme sturing vanaf het begin als één geheel ontwerpt, vergroot de kans op een toekomstbestendig, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem.

 

Afbeelding: Ridderhof, Wassenaar, waar Fourenergy de exploitatie van de bodemwarmtepompen verzorgt

 

*Stichting Warmtenetwerk is niet verantwoordelijk voor de inhoud van blogs, nieuws- en persberichten van deelnemers/derden. Dit ligt, net zoals de rechten, bij de auteur. Stichting Warmtenetwerk publiceert blogs en persberichten van deelnemers om het debat over de ontwikkeling van warmte te stimuleren en kennisdeling te bevorderen. De blogs en nieuws-/persberichten zijn geen weergave van de standpunten van Stichting Warmtenetwerk. Wilt u in gesprek komen met de auteur? Dit kan Stichting Warmtenetwerk bemiddelen (mits de auteur akkoord gaat). U bent welkom om een contactverzoek in te dienen via het deelnemersprofiel. 

 

Betrokken deelnemers van WN

Four Energy

Bekijk deelnemer

Auteur: Kim Bentum