De gemeente Oss wil haar warmteprogramma niet alleen baseren op een technische analyse. Daarom investeert de gemeente stevig in participatie. Marlous Goeman, beleidsregisseur energietransitie en Huub Buijs, participatieregisseur warmtetransitie bij de gemeente Oss willen goed onderbouwde keuzes maken, waar zoveel mogelijk mensen achter staan. De gemeente zette daarom een eigen onderzoek uit dat kijkt naar wat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties belangrijk vinden bij de overstap naar duurzame warmte.
De gemeente is begonnen met een grondige evaluatie van de Transitievisie Warmte uit 2021, vertelt Marlous Goeman, beleidsregisseur energietransitie bij de gemeente Oss. “De wereld is in een paar jaar tijd behoorlijk veranderd. Er is meer ervaring opgedaan, techniek is verder ontwikkeld, en landelijk is er veel meer duidelijk geworden over de rol van gemeenten.” Een belangrijke verschuiving zit in de manier waarop naar warmtebronnen wordt gekeken. Waar voorheen vooral werd gedacht in termen van grote bronnen en centrale warmtenetten, is het speelveld verbreed, vervolgt Goeman. “Tegenwoordig kijken we ook naar kleinschalige, laagtemperatuurbronnen. Oss heeft misschien geen grote industriële bron, maar wel potentie voor meerdere kleinere bronnen die samen een robuust systeem kunnen vormen.”
Participatie
Participatie is het fundament van het warmteprogramma in Oss. De gemeente heeft twee grote onderzoeken uitgevoerd: één naar betaalbaarheid van de warmtetransitie en één naar de maatschappelijke waarden die inwoners belangrijk vinden. “Het eerste onderzoek deden we samen met vijftien andere gemeenten,” zegt Huub Buijs, participatieregisseur warmtetransitie. “Maar wij wilden méér weten. Daarom hebben we ook een eigen onderzoek opgezet, specifiek gericht op wat onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties belangrijk vinden bij de overstap naar duurzame warmte.”
Warmte raakt iedereen
De uitvraag richtte zich op aspecten als keuzevrijheid, de mate van ontzorging, tempo van uitvoering en materiaalgebruik. Daarbij werden niet alleen huurders en woningeigenaren betrokken, maar ook ondernemers, sportverenigingen, scholen en andere eigenaren van maatschappelijk vastgoed. “We wilden in de volle breedte weten wat er leeft,” aldus Goeman. “Warmte raakt iedereen.” Naast de online enquêtes trokken medewerkers van de gemeente ook zelf de wijk in, vertelt Buijs. “We zijn met het team Energie de straat op gegaan, naar buurthuizen en bijeenkomsten, om ook face-to-face in gesprek te gaan. Dat leverde echt waardevolle gesprekken op. Mensen hebben vaak vragen, twijfels of zorgen. Die hoor je pas als je echt het gesprek aangaat.”
Brede sentimenten
Wat leeft er onder de Ossenaren? Buijs “Er is niet één sentiment. Sommige mensen zeggen: ‘Over 25 jaar woon ik hier niet meer, ik maak me daar nu geen zorgen over’. Anderen vinden het juist heel belangrijk en willen graag meedoen.” Ook als het specifiek over warmtenetten gaat, zijn de meningen verdeeld. “De beeldvorming in de media speelt een grote rol,” vervolgt Buijs. “Sommige mensen hebben daardoor een heel negatief beeld over warmtenetten. Anderen zijn juist goed geïnformeerd en kijken er genuanceerd naar. Wat vooral opvalt, is dat veel mensen behoefte hebben aan duidelijkheid. Het speelveld is complex en de informatie versnipperd. Dat maakt het voor inwoners lastig om een weloverwogen mening te vormen.”
Meedenktraject
De participatieaanpak van Oss is niet zomaar ontstaan. In twee buurten liep al eerder een intensief meedenktraject, zegt Buijs. “We hebben daar meedenkteams opgezet waarin bewoners actief aan de slag gingen. Na een brede oproep meldden zich genoeg mensen aan om een diverse groep samen te stellen. In zeven sessies gingen zij aan de slag met het afwegen van technische opties op basis van hun eigen prioriteiten.” De bewoners werden eerst uitgebreid geïnformeerd door een onafhankelijke deskundige over de voor- en nadelen van verschillende warmteoplossingen, waaronder warmtenetten en warmtepompen. Vervolgens werd per buurt een matrix opgesteld met 15 technische opties en 27 afwegingscriteria, vertelt Buijs. “De bewoners kozen zelf welke waarden zij het belangrijkst vonden. Op basis daarvan vielen automatisch al veel technische opties af. Uiteindelijk bleven er per buurt vijf kansrijke oplossingen over, die we ook lieten doorrekenen.” In de ene buurt, met energiezuinige A++-woningen, viel de keuze op all-electric met warmtepompen. In de andere, meer stedelijke buurt met oudere woningen dicht op elkaar, kozen de bewoners voor een collectief warmtenet. Goeman: “Dat laat zien dat maatwerk echt nodig is. De aanpak werkte goed en vormt nu de basis voor ons bredere participatieproces op gemeentelijk niveau.”
Maatschappelijk fundament
De komende maanden worden de resultaten van het participatieonderzoek gecombineerd met de uitkomsten van een technische analyse van warmtebronnen en warmtevraag, legt Goeman uit. “Daaruit moet per gebied een voorkeursalternatief rollen. Dat betekent overigens niet dat het een definitief plan is. Het gaat om een richting, die daarna in samenspraak met de buurt verder wordt uitgewerkt.” Als daaruit blijkt dat een warmtenet de voorkeur heeft, komt ook de vraag naar boven hoe dat georganiseerd moet worden. “We houden de ontwikkeling van regionale en gemeentelijke warmtebedrijven goed in de gaten,” vertelt Goeman. “Als bij ons uit de analyse een grootschalig warmtenet als voorkeur naar voren komt, dan gaan we dat gesprek voeren. Maar we doen dat pas als we daar een stevig inhoudelijk en maatschappelijk fundament voor hebben.”
Samenwerken
De gemeente Oss werkt nauw samen met woningcorporaties Mooiland en BrabantWonen, netbeheerder Enexis, ondernemersorganisaties en maatschappelijke instellingen. Al deze partijen maken deel uit van een klankbordgroep die meedenkt over het warmteprogramma. Buijs: “We willen dat dit echt een gezamenlijk product wordt. In juni bespreken we met de klankbordgroep de resultaten van het onderzoek. Daarna kijken we samen hoe we het vervolg vormgeven.” Ook regionaal zoekt Oss samenwerking. De gemeente maakt deel uit van de B7, die bestaat uit de zeven grootste gemeenten in Brabant. Oss wisselt daarmee kennis en ervaringen uit en neemt deel aan het landelijke ondersteuningsprogramma van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Goeman:. “We leren veel van andere gemeenten. Sommigen hebben al warmtebedrijven opgericht of vergevorderde plannen. Wij hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden, maar kunnen wel onze eigen kleur geven aan het proces.”
Op weg naar gedragen keuzes
De ambitie van Oss is helder: een zorgvuldig samengesteld warmteprogramma dat recht doet aan de technische mogelijkheden én aan wat er leeft onder inwoners en organisaties. Buijs: “We maken als gemeente keuzes, maar willen dat doen op basis van draagvlak en feiten. Dat vraagt om investeren in gesprekken, luisteren en keuzes uitleggen”. Goeman sluit af: “Alleen zo komen we tot oplossingen die echt werken – niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.”
