Stichting Warmtenetwerk verwelkomt Nabil Tanouti per 1 februari a.s. als nieuwe programmamanager. In zijn rol zal hij bijdragen aan één helder doel: het verder ontwikkelen en structureel mogelijk maken van collectieve warmte als een robuust, betaalbaar en schaalbaar onderdeel van het Nederlandse energiesysteem.
Gemeentelijke praktijk én sectorbrede rol
Naast zijn rol bij Stichting Warmtenetwerk werkt Tanouti als programmamanager bij de Gemeente Amsterdam. Daar is hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van het gemeentelijk warmteprogramma en de bijbehorende systeemkeuzes. Vanuit deze rol, en eerdere opgaven rond de uitbreiding van het elektriciteitsnet, heeft hij ervaring opgedaan met complexe energie-infrastructuurvraagstukken en met de afstemming tussen beleid, uitvoering en betrokken publieke en private partijen. Deze ervaring neemt hij mee naar Stichting Warmtenetwerk en daarmee draagt hij bij aan een scherp inzicht in de vraagstukken en afwegingen waar gemeenten, netbeheerders, marktpartijen en andere belanghebbenden dagelijks voor staan.
De sectorbrede, onafhankelijke rol van Stichting Warmtenetwerk is belangrijk voor zijn nieuwe rol als programmamanager: “Juist die onafhankelijke, ketenbrede positie maakt het mogelijk om het gesprek te voeren over wat nodig is om collectieve warmte echt verder te brengen.”
Collectieve warmte als noodzakelijk systeemonderdeel
Volgens Tanouti is collectieve warmte een belangrijk onderdeel van het Nederlandse energiesysteem. “En tegelijkertijd bevindt de sector zich in een cruciale fase. Het marktmodel verschuift richting publiek meerderheidsaandeel, de betaalbaarheid staat onder druk en de verduurzaming van warmtebronnen vraagt om scherpe keuzes. Dat alles speelt in een context waarin maatschappelijk vertrouwen niet vanzelfsprekend is.
Gemeenten stellen nu hun warmteprogramma’s op, waarin richtinggevende systeemkeuzes worden gemaakt voor de komende decennia. In dat kader is het van belang dat collectieve warmte als één van de mogelijke oplossingen zorgvuldig wordt meegenomen,” aldus Tanouti. “Daarbij spelen verschillende beleidsdoelstellingen en randvoorwaarden een rol, zoals het realiseren van klimaatdoelstellingen en de toenemende aandacht voor energiezekerheid. Warmtenetten bieden kansen, onder andere door schaalgrootte en de inzet van lokale duurzame bronnen zoals geothermie en aquathermie.”
Ook koude krijgt volgens hem een steeds belangrijkere plek. In nieuwbouw is koeling inmiddels een onderdeel van de opgave, maar ook in de bestaande bouw is die behoefte er – en die zal door klimaatverandering verder toenemen. “Dat vraagt om expliciete keuzes: warmte en koude in samenhang bekijken en gericht investeren in kennisontwikkeling.”
Energietransitie in de bestaande bouw
De rol van collectieve warmte is vooral zichtbaar in de bestaande gebouwde omgeving, vertelt Tanouti. “De Nederlandse woningvoorraad bestaat uit verschillende bouwperioden die in de kern zijn ontworpen voor collectieve aanvoer van aardgas, met individuele installaties in woningen. Dat is terug te zien in de ondergrond, met een relatief dun elektriciteitsnet naast een gasnet, én in de woningen zelf, met beperkte technische ruimtes en groepenkasten die zijn ingericht op een veel lagere elektriciteitsvraag dan nu nodig is.
In de transitie naar aardgasvrij proberen we bestaande systemen zo goed mogelijk te blijven benutten of aan te passen, bijvoorbeeld door het elektriciteitsnet te verzwaren of het gasnet te verduurzamen. Die aanpak kent echter duidelijke grenzen. Netcongestie, lange wachttijden en het ontbreken van realistische perspectieven op klimaatneutraal gas op korte en middellange termijn maken dat steeds zichtbaarder.
Warmtenetten kunnen in dat licht een logisch aanvullend systeemonderdeel vormen. Ze ontlasten bestaande infrastructuur en kunnen goed aansluiten bij de kenmerken van de gebouwvoorraad. Welke rol zij uiteindelijk spelen, verschilt per gebied en vraagt om zorgvuldige afwegingen binnen het bredere energiesysteem. Daarbij is ook de samenhang tussen bestaande bouw en nieuwbouw van belang, waar collectieve warmte vanaf de ontwerpfase een rol kan spelen.”
Stichting Warmtenetwerk als verbindend platform
Tanouti ziet Stichting Warmtenetwerk als een unieke, onafhankelijke verbinder van spelers in de warmteketen. Een platform waar zichtbaar wordt gemaakt waar knelpunten zitten, waar oplossingen al bestaan en waar nieuwe kennis gezamenlijk ontwikkeld moet worden. “De kracht van het netwerk ligt in het actief samenbrengen van perspectieven, belangen en expertise van publieke en private partijen. Dit is essentieel om gezamenlijk verder te komen. Mijn voorganger Wendy Dubbeld heeft hiervoor een stevige basis gelegd”
De komende periode wil hij inzetten op het versterken van de verbinding tussen de verschillende programmaraden van Stichting Warmtenetwerk, de deelnemers en partners en op het vertalen van kennis naar concrete handvatten voor de praktijk.
Een boodschap aan de warmteketen
Aan wie nog twijfelt over de rol van collectieve warmte heeft Tanouti een duidelijke boodschap: “De warmtetransitie lukt alleen als we het samen doen, over sector- en rolgrenzen heen. Collectieve systemen zijn geen doel op zich, maar een middel om een grotere maatschappelijke opgave te realiseren: een betaalbaar, duurzaam en leveringszeker warmtesysteem.”
Volgens hem verzanden discussies te vaak in de vraag welk warmte-alternatief ‘het beste’ is, terwijl er geen one-size-fits-all oplossing bestaat voor de gehele bouwvoorraad. “Dat vertroebelt de discussie met eindgebruikers en andere betrokkenen. Het gesprek zou veel meer moeten gaan over de randvoorwaarden: stabiele spelregels, betaalbaarheid voor eindgebruikers, tijdige beschikbaarheid van duurzame bronnen en infrastructuur, en heldere rollen en verantwoordelijkheden in de keten.”
Collectieve warmte is volgens Tanouti “here to stay”, net zoals all-electric oplossingen, lage-temperatuursystemen en op termijn klimaatneutrale gasopties onderdeel zijn van het bredere palet. “Twijfel is begrijpelijk in een sector in transitie, maar duidelijkheid en voortgang blijven nodig om vertrouwen te behouden. Transparantie over waar we staan en flexibiliteit in hoe we verder gaan, zijn essentieel om vertrouwen en voortgang te behouden.”
Samen van gesprek naar uitvoering
Tot slot benadrukt Tanouti dat de warmtetransitie niet alleen om techniek draait, maar vooral om samenwerking en uitvoering. “We moeten met elkaar in gesprek blijven, én de uitkomsten daarvan daadwerkelijk vertalen naar concrete stappen. Binnen Stichting Warmtenetwerk zit enorm veel kennis en ervaring. Die collectieve denkkracht wil ik benutten en programmatisch verder brengen.
Ik kijk ernaar uit om de komende periode zoveel mogelijk deelnemers en partners te ontmoeten, te luisteren naar hun perspectieven en te leren van de enorme kennis en ervaring die in het netwerk aanwezig is, zodat we samen kunnen bouwen aan oplossingen voor collectieve warmte en koude die begrijpelijk, haalbaar en uitvoerbaar zijn in de praktijk.”
Wij kijken uit naar de samenwerking en wensen Nabil Tanouti heel veel succes in zijn nieuwe functie!
