Ga naar inhoud

Nieuws

4 mei 2026

Participatie doorlopend proces in warmtetransitie

  • onderzoek, onderwijs

In de warmtetransitie zijn draagvlak en participatie belangrijke onderdelen. Maar draagvlak is geen simpel eindpunt dat je met een goed participatietraject kunt bereiken. Volgens onderzoeker aan de Zuyd Hogeschool, Nikki Kluskens, vraagt de warmtetransitie om een fundamenteel andere kijk op participatie: minder als instrument, meer als een continu proces van relaties bouwen tussen alle betrokken partijen.

 

Kluskens onderzocht in haar proefschrift aan de Technische Universiteit Eindhoven hoe burgerbetrokkenheid vorm krijgt in de energietransitie. Daaruit blijkt dat de manier waarop participatie nu vaak wordt ingericht, onvoldoende aansluit op de complexiteit van de praktijk. In beleidsstukken en projectplannen wordt participatie vaak gekoppeld aan duidelijke doelen: draagvlak creëren, weerstand verminderen of bewoners activeren. Volgens Kluskens is dat een te smalle benadering. “Draagvlak is een dynamisch proces, waarin mensen voortdurend verschillende aspecten tegen elkaar afwegen.”

 

Checklist succesfactor bestaat niet

Die afwegingen zijn bovendien divers. Bewoners kijken niet alleen naar de techniek of de kosten van een warmtenet, maar ook naar de manier waarop het proces verloopt, wie er beslissingen neemt en hoe eerlijk baten en lasten worden verdeeld. Acceptatie van een warmtenet kan dus bestaan uit een combinatie van factoren: iemand kan kritisch zijn op de oplossing zelf, maar het proces wél als rechtvaardig ervaren en andersom. Dat maakt het lastig om draagvlak te ‘organiseren’ via een vast stappenplan. Kluskens: “Er is geen lijstje met stappen waarmee je automatisch draagvlak organiseert. Het vraagt om een doorlopend proces van afwegen, bijsturen en in gesprek blijven.”

 

Onduidelijk proces

In discussies over warmtenetten ligt de nadruk vaak op bewoners. Kluskens waarschuwt voor die eenzijdige blik. “Het is een te beperkte manier om naar draagvlak te kijken. De uitkomst van een participatieproces wordt net zo goed bepaald door de rol van gemeenten, warmtebedrijven, woningcorporaties en andere partijen.” In warmteprojecten, waar veel verschillende actoren samenkomen, spelen onderlinge verhoudingen een grote rol. Onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden kan bijvoorbeeld direct doorwerken in hoe bewoners het proces ervaren. Het kan leiden tot een soort verantwoordelijkheidsvacuüm, waarin bewoners afhaken of wantrouwig worden. Niet omdat zij per definitie tegen een warmtenet zijn, maar omdat het proces onduidelijk of inconsistent aanvoelt.

 

Opbouwen van relaties

Een van de belangrijkste inzichten uit het onderzoek van Kluskens is dat participatie niet alleen gaat over het organiseren van inspraak, maar vooral over het opbouwen van relaties. En dat geldt niet alleen tussen overheid en bewoners, maar ook tussen professionele partijen onderling. Kluskens: “In veel processen ligt de focus op het bereiken van een uitkomst. Maar er is veel minder aandacht voor de kwaliteit van de relaties tussen de betrokken actoren.” Terwijl die relaties bepalen hoe conflicten worden opgelost, hoe informatie wordt gedeeld en hoe vertrouwen ontstaat. In plaats van spanningen te vermijden, pleit Kluskens ervoor om er expliciet ruimte voor te maken. Conflicten kunnen namelijk ook waardevolle informatie opleveren, bijvoorbeeld over onderliggende zorgen of structurele knelpunten in een wijk.

 

Extra complexe wijken

In haar onderzoek heeft Kluskens zich specifiek gericht op wijken waar de warmtetransitie extra complex is, bijvoorbeeld door sociaaleconomische kwetsbaarheid of een mix van huur- en koopwoningen. In deze wijken wordt vaak geprobeerd om meerdere doelen tegelijk te realiseren, zoals verduurzaming, sociale verbetering en betaalbaarheid. Effectieve participatie begint hier volgens Kluskens met het begrijpen van de context: waar lopen bewoners daadwerkelijk tegenaan? Wat zijn hun zorgen, en welke belemmeringen ervaren zij om mee te doen?

 

Geen standaardaanpak

Een terugkerend thema in het onderzoek is diversiteit. Bewoners verschillen in hun wensen, mogelijkheden en mate van betrokkenheid. Dat betekent dat participatie niet via één standaardaanpak kan verlopen. Flexibiliteit is essentieel, zowel in de vorm als in de inhoud van participatietrajecten. Die diversiteit geldt overigens niet alleen voor bewoners, maar voor alle betrokken partijen. Ook gemeenten, corporaties en marktpartijen opereren vanuit verschillende belangen en perspectieven. Dat maakt het proces per definitie complex en het vraagt om voortdurende afstemming.

 

Onderweg reflecteren

In de kern draait het in het proefschrift van Kluskens om een verschuiving in denken; van participatie als een serie losse momenten naar participatie als een doorlopend proces. Dat betekent onder meer dat gesprekken met bewoners niet incidenteel, maar structureel plaatsvinden. En dat er ruimte is om bij te sturen op basis van nieuwe inzichten. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in langdurige relaties, in plaats van alleen in projectmatige interacties. Kluskens benadrukt dat dat ook iets vraagt van de organisaties die deze processen vormgeven. “Het gaat niet alleen om het ontwerp van het proces, maar ook om het vermogen om onderweg te reflecteren en aan te passen.”

 

Complexe maatschappelijke opgave

De boodschap van het promotieonderzoek van Kluskens is niet dat participatie bij warmtenetten niet werkt. Wel dat het vaak te simpel wordt voorgesteld. De warmtetransitie is een complexe maatschappelijke opgave. Dat maakt het onvermijdelijk dat processen soms stroef verlopen of langer duren dan gepland. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er wel degelijk aanknopingspunten zijn voor verbetering: participatie breder benaderen, meer aandacht geven aan relaties en beter aansluiten bij de leefwereld van bewoners.

Auteur: Joop van Vlerken