In Drenthe Verwarmt werken zeven consortiumpartners samen aan een groot warmtenet voor Assen, Beilen en Hoogeveen. Restwarmte van afvalverwerker Attero is daarbij de warmtebron voor samen zo’n 50.000 WEQ. Er ligt een schetsontwerp. Volgende stap is een voorlopig ontwerp en het organiseren van afname.
Bij het Drentse dorp Wijster ligt de afvalverbrandingscentrale van Attero, een landelijk en internationaal opererend bedrijf dat al 90 jaar actief is in het terugwinnen en hergebruiken van de energie en grondstoffen uit afval. Met de restwarmte is iets nuttig te doen: huizen en gebouwen verwarmen.
In juni 2025 tekenden Provincie Drenthe, de gemeenten Hoogeveen, Midden-Drenthe en Assen, afvalenergiebedrijf Attero en de netwerkbedrijven RENDO/N-tra en Enexis Groep/Enpuls een intentieovereenkomst om dit idee verder te verkennen. Het gaat om een MT-net op 70 graden voor bestaande bouw.
Schetsontwerp
Wouter van Bolhuis is als projectleider betrokken en schetst de stand van zaken. Greenvis heeft een schetsontwerp gemaakt voor het transportnet. “Er moet een grote transportbuis komen van twintig kilometer naar het noorden richting Assen, en tien kilometer naar het zuiden richting Hoogeveen. Greenvis heeft bestudeerd wat het beste tracé is en heeft gerekend op schetsontwerpniveau aan het distributienet in Hoogeveen, Beilen en Assen, de drie plaatsen waar we de warmte kwijt moeten.”
Het aantal van 50.000 WEQ is gebaseerd op de Transitievisies Warmte van de gemeenten. In totaal gaat het over 475 kilometer buis. Daar is in de woorden van Van Bolhuis een ‘businesscase 0.1’ op gemaakt. “Daarover gaat nu de discussie: is er voldoende perspectief om door te gaan? In die fase zitten we.”
Warmtebedrijf Drenthe Overijssel
Het is de bedoeling dat er voor de zomer meer duidelijkheid komt over de volgende stappen. Een aantal factoren die momenteel voor pauze zorgen: er zijn gemeenteraadsverkiezingen geweest, dus is het wachten op nieuwe colleges. Ook is er de discussie of het schetsontwerp eerst verder gedetailleerd moet worden om beslissingen te kunnen nemen. “Maar die stap betekent een grote sprong in uitgaven”, zegt Van Bolhuis. “Daaraan moet iedereen wennen. Dit is een groot en uniek project, waar hoge kosten aan verbonden zijn. Het project gaat ver boven 1 miljard euro aan investeringen.”
Verder speelt nog de vraag of het op te richten regionale Warmtebedrijf Drenthe en Overijssel (WDO) al instapt. Drenthe Verwarmt zou voor dat regionale warmtebedrijf het eerste grote project zijn. In deze bovenregionale samenwerking neemt ook EBN (via Nationale Deelneming Warmte) deel. Of dat op korte termijn gaat lukken? “WDO is bezig met de bestuurlijk-juridische kant en nog niet zo met projecten”, ziet Van Bolhuis.
Volgende stappen, als de colleges zijn gevormd en WDO een ei heeft gelegd, zijn het engineeren van het transportnet en het organiseren van afname. “Corporaties willen wel graag, zo geven ze aan, maar we moeten naar aantallen toe. Idem voor potentiële grote afnemers zoals ziekenhuizen.”
Planning
Van Bolhuis verwacht dat er nog vier à vijf jaar voorbereiding nodig is voor het transportnet en de aanleg vier jaar duurt. “We houden er rekening mee dat het er over acht à tien jaar ligt. In de tussentijd zul je dus in de plaatsen Hoogeveen, Beilen en Assen met het distributienet aan de slag moeten om afzet te gaan organiseren, want anders heb je straks een dikke buis en verder niets. Dat moeten we eerst met tijdelijke bronnen oplossen. Dat zijn parallelle trajecten.”
Assen heeft al een lokaal warmtebedrijf opgericht en is al begonnen met een kleinschalig warmtenet voor 1000 à 1500 woningen. Dat net gaat draaien op een luchtwaterwarmtepomp. Wanneer de warmtebuis van Attero er ligt, zou het warmtenet daarop willen aansluiten, weet Van Bolhuis. “Dat is de grote backbone.”
