Warmte- en energiegemeenschappen krijgen een steeds duidelijkere plek in de warmtetransitie. De Wcw moet warmtegemeenschappen een formele positie geven en steeds meer gemeenten zoeken naar manieren om deze initiatieven te ondersteunen. De gemeente Eindhoven heeft daar inmiddels beleid voor ontwikkeld. Volgens Chris Swart, beleidsadviseur energietransitie bij de gemeente Eindhoven, kunnen warmte- en energiegemeenschappen een belangrijke bijdrage leveren aan de warmtetransitie.
Met de vaststelling van het Warmteprogramma eind 2025 heeft Eindhoven niet alleen vastgelegd welke buurten de komende jaren aan de slag gaan met aardgasvrij wonen, maar ook hoe bewonersinitiatieven daarbij ondersteund kunnen worden. Een speciale bijlage in het warmteprogramma beschrijft de aanpak voor warmtegemeenschappen, legt Swart uit. “We hebben in het warmteprogramma opgenomen hoe we deze initiatieven willen faciliteren. Naast de buurten waar wij als gemeente zelf aan de slag gaan, bieden we ook ruimte aan buurten die zelf initiatief willen nemen.”
Hij beschrijft de energietransitie als een maatschappelijk proces waarin bewoners een actieve rol kunnen spelen. “Het werkt heel goed als mensen zelf eigenaarschap en verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat wij als gemeente niet alles bedenken en voorschrijven, maar ruimte bieden aan mensen voor eigen initiatief. Daardoor kunnen plannen sterker worden en vaak ook duurzamer op de lange termijn.”
Bewoners
Om bewonersinitiatieven te ondersteunen heeft Eindhoven vaste aanspreekpunten, vertelt Swart. “Als iemand zich meldt, kijken we eerst waar het initiatief staat en waar behoefte aan is. We bieden praktische ondersteuning, helpen bij het leggen van contacten en kijken wat een logische volgende stap is.” Die ondersteuning kan uiteenlopen van het vinden van de juiste contactpersoon binnen de gemeente tot het organiseren van gesprekken met externe partners. Daarnaast biedt Eindhoven ook financiële ondersteuning, zegt hij. “Bewoners kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van een externe procesbegeleider of een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren. Daarmee helpen we initiatieven om een volgende stap te zetten.”
Samenwerking energiecoöperatie
Hoewel warmtegemeenschappen in Eindhoven nog in ontwikkeling zijn, heeft de gemeente wel voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen overheid en bewonersinitiatieven. Zo noemt Swart de samenwerking met de vereniging 040energie. “Wij kijken echt als gelijkwaardige partners hoe we de energietransitie kunnen aanpakken. Daar werken tientallen vrijwilligers aan mee. Mensen die zich in hun vrije tijd inzetten voor hun buurt en voor de energietransitie. Bewoners luisteren vaak makkelijker naar mensen uit hun eigen omgeving dan naar een gemeente of energiebedrijf. Het werkt goed als buren elkaar meenemen in het verhaal.”
Formele positie warmtegemeenschappen
De formele positie die warmtegemeenschappen krijgen binnen de Wcw vormde voor Eindhoven een belangrijke aanleiding om beleid te ontwikkelen. Volgens Swart hebben initiatiefnemers uiteenlopende redenen om zich met warmte- en energieprojecten bezig te houden. Toch ziet hij enkele terugkerende motieven. “Mensen doen dit vaak vanuit een ideaal van meer lokaal organiseren. Meer samen met je eigen gemeenschap. Minder vanuit marktwerking en meer vanuit gezamenlijke afspraken.” Daarnaast speelt de wens om de eigen buurt sterker en toekomstbestendiger te maken een belangrijke rol, zegt hij. “Veel initiatieven willen dat de opbrengsten ook echt terugvloeien naar de gemeenschap. Dat hun omgeving er beter van wordt.”
Samenwerken vraagt wederzijds begrip
De samenwerking met bewonersinitiatieven verschilt volgens Swart van de samenwerking met professionele partijen zoals woningcorporaties, netbeheerders of provincies. Volgens hem is het belangrijk dat gemeenten bewonersinitiatieven niet benaderen als uitvoerders van gemeentelijk beleid, maar als gelijkwaardige partners. “Uiteindelijk is het altijd een samenwerking van mensen met elkaar. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol. Die samenwerking levert ook duidelijke voordelen op voor bewonersinitiatieven. Zeker in de opstartfase kunnen gemeenten veel betekenen. Soms gaat het om een haalbaarheidsonderzoek, soms om het organiseren van een bewonersavond of zelfs iets praktisch als een zaal of een kop koffie.”
Geen dichtgetimmerd plan
Hoewel het warmteprogramma richting geeft aan de warmtetransitie in Eindhoven, benadrukt Swart dat het geen dichtgetimmerd plan is. Bewonersinitiatieven kunnen nog steeds met alternatieve ideeën komen. In de wijk Blixembosch-West bijvoorbeeld onderzoekt de gemeente samen met bewoners verschillende opties voor een all-electric oplossing. “We bieden bewoners de mogelijkheid om ook kleine collectieve oplossingen te onderzoeken als daar behoefte aan is. Het gaat uiteindelijk om hun woning en hun buurt. Daarom vinden wij het belangrijk dat mensen iets te kiezen hebben.”
Tegelijkertijd blijft er volgens Swart wel een rol voor de gemeente als regisseur. Warmtebronnen zijn schaars en moeten over verschillende wijken worden verdeeld. “Als meerdere initiatieven gebruik willen maken van dezelfde bron, dan moet de gemeente daar uiteindelijk keuzes in maken. Daar ligt wel een regierol.”
Rol energiegemeenschappen groeit
Swart verwacht dat de rol van energiegemeenschappen de komende jaren verder zal groeien. Niet alleen vanwege de warmtetransitie, maar ook door nieuwe uitdagingen zoals netcongestie. “Door samen naar energiegebruik te kijken en vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, kunnen energiegemeenschappen mogelijk bijdragen aan het verminderen van de druk op het elektriciteitsnet. Dat zijn vraagstukken die je niet alleen oplost. Daar heb je samenwerking in de buurt voor nodig.” Volgens hem kunnen energiegemeenschappen daarom uitgroeien tot een belangrijk onderdeel van een bredere energietransitie waarin bewoners niet alleen gebruiker zijn, maar ook medeorganisator.
