Van de Nederlandse woningen en utiliteitsgebouwen kan meer dan de helft worden voorzien van warmte met aquathermie. De potentie is dus groot en het gaat om bewezen techniek. Alleen organisatorisch zijn er nog belangrijke hindernissen te nemen, zegt Simon Bos van adviesbureau Syntraal. Hij is positief over de groei van warmtenetten in Nederland en ziet steeds meer warmtenetten op aquathermiebronnen aangesloten worden.
“55% van de Nederlandse warmtevraag voor woning- en utiliteitsbouw kunnen we uit water halen. En als je bijvoorbeeld de hele Rijn één graad af zou koelen, dan heb je warmte voor heel Nederland.” Dit laat zien hoe groot de potentie van aquathermie is, zegt Simon Bos van adviesbureau Syntraal. Dit bureau beheert in opdracht van de Unie van Waterschappen een landelijke databank met informatie over aquathermiebronnen, de Aquathermie Viewer.
Betrouwbare bron
Aquathermiebronnen zijn volgens Bos betrouwbaar. “Zolang de zon schijnt, wordt het oppervlaktewater verwarmd. Dat gaat oneindig door. En ook de behoefte aan drinkwater neemt alleen maar toe. En we produceren nog altijd meer afvalwater. Door de toename van de bevolking en ook door de toename van de temperatuur gaan we toch vaker onder de douche en we draaien vaker een wasje.”
Opwaardering van warmte
Riothermie valt onder aquathermie, legt Bos uit. “Onder aquathermie heb je eigenlijk drie pijlers: thermische energie uit afvalwater (TEA), thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), en thermische energie uit drinkwater(TED).” Bij de toepassing van de verschillende vormen van aquathermie is bijna altijd een opwaardering van warmte nodig. “Met de nieuwe generatie warmtepompen is het niet zo’n probleem om van deze lage temperatuurbronnen naar een hoge temperatuur, 70 tot 75 graden, te gaan. Maar energetisch is het nog altijd beter om naar een lager temperatuurniveau te gaan. Voor de vloerverwarming is 40 tot 55 graden genoeg.”
Businesscase niet logisch
De technische haalbaarheid van aquathermie is niet het probleem, stelt Bos. “De uitrol van de warmtenetten in Nederland, dat is veel meer een organisatorisch dan een technisch issue.” Dat heeft er volgens Bos mee te maken dat in Nederland warmtenetten benaderd worden vanuit de businesscase. Terwijl dat volgens hem niet logisch is. “Alle infrastructurele voorzieningen in Nederland: het waterleidingnet, het rioolnet, het wegennet, het spoornet, het elektriciteitsnet, de datakabels, de gasleidingen, overal zit een overheidsbemoeienis. Deze voorzieningen worden in stand gehouden door middel van afschrijving en niet door businesscases. Dat is bij warmtenetten helaas niet gebeurd.” Het verklaart volgens Bos mede waarom de warmtetransitie zo moeizaam verloopt.
Project riothermie
Syntraal ziet de belangstelling voor aquathermie bij gemeenten toenemen. Een concreet voorbeeld is het project in Buikslotermeer waar zes appartementencomplexen worden aangesloten op riothermie. “Wij hebben daar het ontwerp voor mogen maken, en nu wordt het uitgevoerd. Dat vind ik wel heel erg mooi.” Riothermie kan zelfstandig functioneren, legt Bos uit. “Het voordeel van riothermie is dat je eigenlijk altijd water in het rioolstelsel hebt. En bij een rwzi wordt er ook altijd water geloosd. Dus riothermie kan zonder WKO. Je ziet wel dat het vaak met een WKO wordt gedaan, omdat je dan veel meer capaciteit kunt halen.”
Bewezen techniek
Volgens Bos zijn veel mensen nog niet bekend met de potentie en toepassing van aquathermie. “Als je bijvoorbeeld op de website van Stichting Warmtenetwerk kijkt, kun je meer dan honderd aquathermieprojecten vinden. En toch, als je weer een nieuw project op gaat zetten, moet er weer een pilot gedaan worden. Terwijl het gewoon bewezen technologie is. Dat is typisch Nederlands.” In het buitenland is dat anders, merkt Bos op. “Riothermie wordt in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland al 30 jaar toegepast. Daar komen ook alle warmtewisselaars vandaan.”
Bestuurlijke betrokkenheid
Bos ziet in de ontwikkeling van publieke warmtebedrijven een kans voor aquathermie. “Ik vind de ontwikkeling van de Wcw heel positief. Nu krijg je eigenlijk meer een splitsing. Je hebt partijen die verantwoordelijk zijn voor de opwek, je hebt partijen die verantwoordelijk zijn voor het transport en partijen die de levering verzorgen. Eerst lag dat allemaal bij één partij, dat maakte het best wel complex.” Volgens Bos neemt de samenwerking tussen gemeenten en waterschappen zichtbaar toe. “Zeker tussen gemeenten en waterschappen zie ik echt een betere samenwerking. Waar ik echt positief verrast over ben, is de snelheid waarmee een hoogheemraadschap en een gemeente tot een samenwerkingsovereenkomst kunnen komen. Die bestuurlijke betrokkenheid helpt.”
Kleinschaligere netten
Bos is optimistisch over de toekomst van warmtenetten in Nederland. “Ik verwacht daar echt een forse groei, ik zie hem al een beetje ontstaan, maar wel meer geënt op de wat kleinschaligere netten.”
Meer informatie:
