Utrechts warmtenet groeit al 100 jaar mee met energietransities

Geplaatst op 19-03-2024 door Stichting Warmtenetwerk

Stichting Warmtenetwerk bestaat al 15 jaar, maar het eerste warmtenet werd al 100 jaar geleden aangelegd in Utrecht. Daarmee heeft Utrecht het oudste en grootste warmtenet van Nederland. Het groeide mee met de verschillende energietransities in de afgelopen honderd jaar. De nieuwe transitie naar duurzame energie leidt weer tot nieuwe uitdagingen. Stichting Warmtenetwerk sprak over de kansen en uitdagingen voor het warmtenet in Utrecht met wethouder Lot van Hooijdonk van de gemeente Utrecht en Koen Gommers, citymanager Warmte & Koeling bij Eneco. Zowel gemeente Utrecht als Eneco zijn Stichting Warmtenetwerk-deelnemers van het eerste uur.

 

“Het warmtenet in Utrecht is bijna toevallig ontstaan. In de Nicolaas Beetsstraat stond een kleine elektriciteitscentrale op kolen en stoom. Met de restwarmte van deze centrale kon het nabijgelegen ziekenhuis verwarmd worden.” Aan het woord is Koen Gommers van Eneco. Hij legt uit dat deze vorm van restwarmte een eeuw geleden een flinke verbetering was voor het ziekenhuis. “Het ziekenhuis werd eerst nog verwarmd met per zaal een kolenkachel. Je kunt je voorstellen dat dat niet echt hygiënisch en gezond was voor de patiënten.” Het ziekenhuis was in 1923 een van de eerste aansluitingen, maar al snel volgden er  meer, vertelt Gommers. “Iemand heeft toen bedacht om het warmtenet naar de stad te brengen om de transitie van kolenstook naar stadswarmte te kunnen maken. Eerst werd het warmtenet toen richting het centrum en de oostkant van het centrum gebracht. En veel later is het warmtenet weer verder uitgebreid ten gevolge van andere transities.”

 

Interieur van de Electrische Centrale van het Provinciaal en Gemeentelijk Utrechts Stroomleveringsbedrijf.

 

Grote energietransities
Het Utrechtse warmtenet loopt wat dat betreft gelijk op met de grote energietransities van de twintigste en eenentwintigste eeuw, zegt Gommers. “Er is voor veel mensen veel veranderd in de afgelopen honderd jaar. Er waren steeds opnieuw transities. In de jaren vijftig en zestig kwamen er gascentrales die restwarmte over hadden en de stad breidde steeds verder uit. Daarbij werd telkens gekeken of het warmtenet uitgebreid kon worden. In de jaren zestig was dat bijvoorbeeld Kanaleneiland en meer recent Leidsche Rijn en Nieuwegein.” Utrecht heeft door deze ontwikkelingen een groot warmtenet en nog wat kleinere netten, weet wethouder Lot van Hooijdonk van de gemeente Utrecht. “Dat het warmtenet in Utrecht wijd vertakt is, heeft natuurlijk te maken met de ouderdom. Het warmtenet is daarom ook in de oudere delen van de stad vertakt. Maar het betekent niet dat iedereen is aangesloten, want op sommige plekken ligt wel een warmtenet, maar is niet iedereen aangesloten.”

 

Koen Gommers

 

 

Verduurzamen
De volgende transitie is die naar duurzame warmte, zegt Gommers. “Dat heeft grote gevolgen voor warmtenetten. Met behulp van een biowarmte-installatie hebben wij momenteel een derde van onze warmte in Utrecht hernieuwbaar gemaakt. En we sluiten steeds nieuwe duurzame bronnen aan. Dit jaar gaat de grootste warmtepomp van Nederland in productie op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Daarmee kunnen we 27 MW thermisch vermogen opwekken en maken we enorme stappen. Daarnaast sluiten we vijf enorme warmtebuffers aan en twee e-boilers die bij een overschot aan elektriciteit warm water kunnen maken.” Daarnaast kijkt Eneco ook naar andere opties, vertelt Gommers. “Verder werken we aan warmtewinning met warmtepompen uit oppervlaktewater en uit lucht. Tot slot houden we onze ogen niet gesloten voor geothermie. Als blijkt dat we in de regio geothermie kunnen afnemen, willen we dat natuurlijk graag.”

 

Biowarmte-installatie van Eneco.

 

Uitbreiding makkelijker

Dat Utrecht een echte warmtenet-stad is, heeft voordelen, vertelt Gommers. “Er wordt ook naar andere opties gekeken bij het aardgasvrij maken van de woningen, maar de gemeente kijkt ook naar de portemonnee van de Utrechter. En vanuit die vergelijking komt het warmtenet snel boven drijven. Daarnaast is voor een warmtenet weinig ruimte nodig in de woning en is de levering betrouwbaar en robuust. Als we willen uitbreiden, is het zo dat de helft van de buurten al in omgeving van een warmtenet ligt. Dat maakt het aansluiten redelijk makkelijk. Dat is natuurlijk ook een afweging voor de gemeente.” Ook Van Hooijdonk ziet de voordelen van een stad waar al een groot warmtenet ligt. “Je begint niet met een leeg vel papier, er is al een infrastructuur in een groot deel van de stad en het scheelt ook in de kosten.” Toch is de samenwerking met Eneco niet vanzelfsprekend, benadrukt Van Hooijdonk. “We zijn nu bezig met een aantal nieuwe wijken en willen daar ook andere systemen uitvragen, vooral omdat we graag op lage temperatuur willen. Dat wordt apart aanbesteed. Het kan dat Eneco daar als winnaar uit komt, maar een andere keer kan dat best een ander bedrijf zijn.”

 

Wethouder Lot van Hooijdonk

 

Keuze niet automatisch
Het hebben van de infrastructuur, betekent niet dat er automatisch een keuze voor het warmtenet gemaakt wordt, zegt Van Hooijdonk. “Die pijpen zijn ook niet goedkoop. En voor sommige wijken is een warmtepomp echt een betere oplossing. Dat is bijvoorbeeld het geval in het Antoniuskwartier in Overvecht waar wat nieuwere woningen staan die nu nog een cv-ketel hebben. We gaan dat dus echt van wijk tot wijk bekijken want een warmtenet heeft niet overal voor iedereen voordelen.” Grote delen van Utrecht gaan wel over op collectieve warmte, zegt Gommers. “Het is op meerdere vlakken een belangrijke optie. Het wordt bijvoorbeeld dringen op het elektriciteitsnet. We kijken hier samen met Stedin naar. Het is natuurlijk een belangrijk voordeel ten opzichte van warmtepompen, dat warmtenetten het net minder belasten. Netcongestie is momenteel een belangrijk disruptief element in de transitie en moet daarom wel meegenomen worden in de overwegingen.” Daar is Van Hooijdonk het mee eens. “Als je er op macroniveau naar kijkt, kan het warmtenet een oplossing zijn voor netcongestie. Maar ook als we op de manier ontwikkelen zoals we nu doen gaan we van 1000 naar 2000 elektriciteitshuisjes in Utrecht. Als we geen warmtenetten aan zouden leggen zouden dat er veel meer zijn.” Ze benadrukt dat het een probleem van pieken is. “Veel van deze pieken worden veroorzaakt door een heleboel kleine warmtepompen. Het probleem is dat een grote warmtepomp beter zou zijn, maar dat het juist veel moeilijker is om een grootverbruikersaansluiting te krijgen. Terwijl die kleine warmtepomp nog wel mag.”

 

Geen glazen bol
Het warmtenet in Utrecht bestaat nu meer dan 100 jaar, maar hoe zal het er over 100 jaar uit zien? Gommers: “Niemand heeft een glazen bol en kan 100 jaar vooruit kijken. We weten niet welke innovaties er nog komen in de energiesector. Welke rol gaat waterstof spelen of mogelijk kernfusie? Dat weten we niet en misschien komen er nog andere disrupties op tafel. Ook in het warmtesysteem speelt innovatie een rol. Voor ons geldt dat we op termijn misschien naar een lagetemperatuursysteem gaan.” Ook Van Hooijdonk kan niet in de toekomst kijken, zegt ze. “Maar in het ideale geval gaan de warmtenetten in Utrecht naar een lagere temperatuur. Dat is nodig omdat we hier nauwelijks restwarmte hebben en de warmtenetten nu veelal op gascentrales draaien. Als die er straks niet meer zijn, zou een warmtenet op lage temperatuur beter zijn. Daarnaast denk ik dat we van een groot net naar meerdere decentrale netten gaan. Ook voor de bestaande bouw moeten we kijken welke temperatuur en welk systeem geschikt is. Verder hoop ik op een goede wisselwerking tussen elektriciteit en warmte zodat je het ook het net in balans kunt houden. En tot slot wil je ruimte in het systeem maken voor koeling, idealiter op zo’n manier dat we in de zomer kunnen koelen met koude die we in de winter hebben opgeslagen.”

Auteur:
Joop van Vlerken, Foto's: Utrechts Archief, Bas van Setten (Lot van Hooijdonk) en Sicco van Grieken (Biowarmte-installatie)

Lees ook onze andere berichten