Een warmtenet wordt traditioneel ontworpen als een leveringssysteem: er is een warmtebron, een net en een aantal afnemers. Maar nu het elektriciteitsnet op veel plekken vol raakt en vraag en aanbod van energie steeds meer uiteenlopen, vraagt dit om een andere manier van warmte ontwerpen. Eén van de belangrijkste trends uit het Nationaal Warmtenet Trendrapport 2026 is dat de keuze voor een warmtenet steeds vaker ook een keuze is over netcongestie, infrastructuurkosten en de inrichting van het toekomstige energiesysteem.
Steeds meer gemeenten, ontwikkelaars en warmtebedrijven kijken daarom eerst naar het hele energiesysteem van een gebied. Welke bronnen zijn beschikbaar? Hoe ontwikkelt de warmtevraag zich? Hoeveel ruimte is er op het elektriciteitsnet? En welke andere elektriciteitsvragers komen erbij, zoals laadpalen, bedrijven of datacenters?
Pas daarna volgt de keuze voor de techniek. Het resultaat is geen warmtenet naast het elektriciteitsnet, maar een gebiedssysteem waarin warmte, elektriciteit en gas elkaar aanvullen.
Wat is er anders aan dat ontwerp?
Bij deze aanpak komen drie elementen steeds terug:
1. Opslag vanaf het begin meenemen
Een warmtebuffer of WKO maakt het mogelijk om warmte (of koude) op een ander moment te produceren dan waarop die wordt gebruikt. Dat geeft flexibiliteit.
2. Pieken op gebiedsniveau sturen
Met opslag en een energiemanagementsysteem kan een warmtenet de elektriciteitsvraag van een heel gebied verschuiven.
3. Energiedragers slim combineren
Het elektrische systeem hoeft niet te worden ontworpen voor de enkele extreem koude dagen. Een kleine gas- of groen gasinstallatie kan dan bijspringen. Die draait weinig, maar maakt het totale systeem wel robuuster en betaalbaarder.
Deze benadering sluit aan bij het Nationaal Plan Energiesysteem, waarin elektriciteit, warmte en gassen in samenhang worden ontwikkeld en flexibiliteit en opslag een belangrijke rol krijgen. Ook het Nationaal Warmtenet Trendrapport 2026 zet systeemintegratie centraal. Toch gebeurt dit in gemeenten nog beperkt structureel. Zie onderstaande grafiek uit het trendrapport:
Een antwoord op meerdere knelpunten
Een gebiedsgericht ontworpen warmtenet kan helpen bij vier problemen die momenteel samenkomen:
1. Netcongestie
Een slim aangestuurd warmtenet kan elektriciteit gebruiken op momenten dat er ruimte is op het net en warmte opslaan voor later. Daardoor hoeft niet alles tegelijk van het elektriciteitsnet te worden gevraagd.
2. Het verschil tussen vraag en aanbod van energie
Als er bijvoorbeeld veel duurzame elektriciteit beschikbaar is, kun je die gebruiken om warmte te maken en op te slaan. Je gebruikt warmteopslag dan als een soort buffer voor het energiesysteem.
3. De businesscase van warmtenetten
Als huishoudens steeds minder warmte gebruiken, wordt het moeilijker om een warmtenet alleen met de verkoop van warmte rendabel te maken. Als een warmtenet ook waarde creëert voor het elektriciteitssysteem, kan die waarde ook onderdeel worden van de businesscase.
4. Weerbaarheid
Met lokale bronnen, opslag en reservevermogen kan een gebied minder afhankelijk worden van één centrale voorziening.
Een systeem dat nog in ontwikkeling is
De praktijk laat zien dat deze manier van ontwerpen nog volop in ontwikkeling is. In een uitgebreide blog gaat Maya van der Steenhoven, directeur bij Stichting Warmtenetwerk, hier dieper op in, aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden van projecten. Die projecten pionieren in een wereld die nog niet is ingericht op gebiedsgerichte systemen met warmte als belangrijke schakel. Zij beschrijft ook hoe je dit kunt doorbreken: met een koplopersgroep waarin initiatiefnemers, netbeheerders, overheden en toezichthouder samen aan tafel zitten.
Lees hier de uitgebreide blog van Maya van der Steenhoven

