Ga naar inhoud

Nieuws

9 juli 2026

Kabinet kiest voor collectieve warmte

  • wetgeving, financiering

Het kabinet wil de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen versnellen en komt daarvoor met een pakket aan maatregelen. Dat blijkt uit de Kamerbrief van 6 juli van minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei). Met de verdere uitwerking van WIS 2.0, de garantieregeling, de nieuwe tariefregulering en de uitkomsten van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek wil het kabinet collectieve warmte aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als warmtebedrijven.

 

De brief markeert een duidelijke koerswijziging. Het kabinet richt zich nu nadrukkelijk op de praktische uitvoering van de Wet collectieve warmte (Wcw). Volgens het kabinet is opschaling noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen én om de druk op het elektriciteitsnet te beperken. Het kabinet noemt collectieve warmte de goedkoopste oplossing voor een belangrijk deel van de gebouwde omgeving. Bovendien maken warmtenetten het mogelijk om lokale duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte, optimaal te benutten. Ook kunnen warmtenetten dankzij warmtebuffers en flexibiliteit bijdragen aan een beter functionerend energiesysteem en het verminderen van netcongestie. Die systeembaten worden volgens het kabinet nu nog onvoldoende beloond. De voordelen voor het elektriciteitsnet en de maatschappij als geheel komen nauwelijks terecht bij warmtebedrijven of eindgebruikers. Daardoor blijven veel projecten financieel lastig rond te rekenen.

 

Uitrol van warmtenetten geremd

Volgens het kabinet wordt de uitrol van warmtenetten momenteel vooral geremd door vier factoren. 1) Allereerst zijn collectieve warmteprojecten complex. Verschillende subsidies, meerdere betrokken partijen en uiteenlopende besluitvormingstrajecten maken de ontwikkeling tijdrovend. 2) Daarnaast ervaren bewoners onzekerheid over toekomstige warmtetarieven. Hoewel de nieuwe kostengebaseerde tariefregulering onder de Wcw daar op termijn meer duidelijkheid in moet brengen, bestaat daarover nu nog onzekerheid. 3) Een derde knelpunt is de vergelijking met individuele verwarmingssystemen. Vooral het relatief hoge vastrecht van warmtenetten wordt vaak als nadeel gezien. Volgens het kabinet is die vergelijking echter niet volledig eerlijk, omdat onderhouds- en investeringskosten van een cv-installatie vaak minder zichtbaar zijn of via de verhuurder worden betaald. 4) Tot slot wijst het kabinet op het zogenoemde ‘wrong pocket’-probleem. Warmtenetten leveren voordelen op voor het gehele energiesysteem, bijvoorbeeld doordat minder investeringen in het elektriciteitsnet nodig zijn. Die besparingen komen echter niet terecht bij degene die investeert in het warmtenet.

 

WIS 2.0

Om deze knelpunten aan te pakken werkt het kabinet aan een vernieuwde Warmtenet Investeringssubsidie (WIS 2.0), die in 2027 beschikbaar komt. WIS 2.0 krijgt een bredere opzet dan de huidige WIS en brengt bestaande subsidieregelingen samen. Ook moeten projecten meer flexibiliteit krijgen als de kosten tijdens de aanleg stijgen of extra investeringen nodig blijken. Daarnaast wil het kabinet dat warmteprojecten al in de ontwikkelfase bestuurlijke afspraken maken tussen gemeenten, warmtebedrijven, woningcorporaties en andere betrokken partijen. Daarmee moeten risico’s beter worden verdeeld en kunnen projecten sneller worden uitgevoerd. De huidige WIS-regeling blijft overigens langer open dan gepland. Projecten kunnen nog tot eind november 2026 subsidie aanvragen.

 

Clusteraanpak

Een belangrijk onderdeel van de Kamerbrief is het onderzoek naar de clusteraanpak in regio’s waar veel warmtevraag en duurzame warmtebronnen samenkomen. Volgens het onderzoek zijn er 23 kansrijke warmteclusters. Als deze voldoende financiering en bestuurlijke ondersteuning krijgen, kunnen daar de komende zeven tot tien jaar ongeveer 200.000 nieuwe aansluitingen worden gerealiseerd. Het kabinet ziet veel potentie in de clusteraanpak, omdat investeringen efficiënter worden uitgevoerd en kosten kunnen worden bespaard. Het kabinet kiest er echter voor om geen volledig nieuw subsidie-instrument op te zetten, maar de inzichten uit het onderzoek te verwerken in de bestaande subsidieregelingen.

 

Private warmtebedrijven overnemen

Verder houdt het kabinet vast aan de mogelijkheid om grote private warmtebedrijven over te nemen. Via de eerder opgerichte Nationale Deelneming Warmte BV (NDW), een dochteronderneming van EBN, wil het kabinet gesprekken starten met private warmtebedrijven over een mogelijke overname. Een dergelijke stap kan bijdragen aan versnelling van de warmtetransitie en bovendien blijft de aanwezige kennis en expertise behouden. Of het daadwerkelijk tot overnames komt, hangt af van de uitkomst van de gesprekken en van toekomstige budgettaire besluitvorming.

De aangekondigde Garantieregeling Warmtenetten loopt vertraging op en kan niet per 1 januari 2027 opengesteld worden, maar pas later in de loop van 2027. De garantieregeling moet de financieringsrisico’s voor warmtebedrijven verkleinen en daarmee leiden tot gunstigere financieringsvoorwaarden en uiteindelijk lagere warmtetarieven.

 

Besluit collectieve warmte

De implementatie van de Wcw komt in de Kamerbrief uitgebreid aan bod. Het Besluit collectieve warmte ligt inmiddels voor bij de Tweede en Eerste Kamer, terwijl de ministeriële regeling in consultatie is gebracht. Hoewel de planning volgens het kabinet krap is, blijft de inzet gericht op inwerkingtreding per 1 januari 2027. Daarnaast werkt het kabinet verder aan de tweede fase van de kostengebaseerde tariefregulering. De ACM heeft inmiddels de eerste accountingregels in consultatie gebracht. Ook wordt gewerkt aan een kostengebaseerd referentietarief voor kleinere warmtesystemen.

 

Geen beperking subsidie warmtepompen

Een ander opvallend onderdeel van de brief is de conclusie dat het kabinet voorlopig geen beperkingen wil opleggen aan de ISDE-subsidie voor warmtepompen in toekomstige warmtenetwijken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het aantal warmtepompen in potentiële warmtenetgebieden momenteel nog beperkt is. Bovendien zou uitsluiting van subsidie juridisch ingewikkeld zijn en mogelijk leiden tot minder draagvlak voor de energietransitie.

Ook het onderzoek naar WarmtelinQ is afgerond. Daaruit blijkt dat de transportleiding voor bestaande warmtenetten nog altijd een van de meest kosteneffectieve oplossingen is. Voor nieuwe aansluitingen liggen de verschillen met alternatieven, zoals hybride warmtepompen en buurtwarmtepompen, echter veel dichter bij elkaar. Hoewel het kabinet de strategische waarde van WarmtelinQ onderschrijft, worden voorlopig geen extra financiële middelen beschikbaar gesteld bovenop de eerder toegezegde subsidies. Eerst moeten onzekerheden rondom de beschikbaarheid van industriële restwarmte en de verdere ontwikkeling van warmtevraag worden verminderd.

Auteur: Joop van Vlerken