Restwarmte van chemiepark Chemelot kan in potentie tienduizenden gebouwen in Zuid-Limburg verwarmen via het aan te leggen Warmtenet Zuid-Limburg. Het plan is om te beginnen met 4000 aansluitingen in Zuid-Geleen. In mei is een intentieverklaring ondertekend om het plan verder te onderzoeken.
Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) moet een regionaal warmtenet worden dat tienduizenden gebouwen in Zuid-Limburg betaalbaar aardgasvrij gaat verwarmen. De bron daarvoor is restwarmte van bedrijven op industriepark Chemelot. Wethouder Ivo Tillie (energietransitie, gemeente Sittard-Geleen): “Omwonenden zeggen al heel lang dat het jammer is dat die warmte van het industriepark de lucht in gaat. En of we die niet kunnen gebruiken? Dit is al een langlopend traject, maar uiteindelijk zijn we zover dat het concreet lijkt te gaan lukken.”
Start in Zuid-Geleen
Zuid-Geleen ligt het dichtst bij Chemelot en is daarmee logischerwijs vastgesteld als eerste onderzoeksgebied voor het warmtenet. Dat gaat om potentieel ruim 4000 aansluitingen in de wijken Geleen-Zuid, Kluis, een deel van het centrum en bedrijventerrein Krawinkel. De bebouwing is dus gemêleerd. Tillie beaamt: “Er staat een aantal grote flats van de woningbouwvereniging, die deze graag wil aansluiten omdat zij ook de verduurzamingsdoelen willen halen. Daarnaast staan er huurwoningen en woningen in particulier eigendom. De uitdaging is om die bewoners erbij te betrekken en hen over te halen om ook aan te sluiten.”
Publiek warmtebedrijf
De intentie is om een publiek warmtebedrijf op te zetten voor Warmtenet Zuid-Limburg, waarin alle tien gemeenten, de provincie, EBN en Enpuls Warmte Infra gaan deelnemen. Die structuur wordt, samen met de businesscase en de betaalbaarheid van het warmtenet, momenteel verder onderzocht. In december volgt een go/no go moment voor de stuurgroep.
Komt daar een positief besluit uit, dan gaat er een voorstel naar de gemeenteraad van Sittard-Geleen, de Provincie Limburg, EBN en Enpuls. Zij moeten vervolgens besluiten of Geleen-Zuid inderdaad het eerste project wordt voor Warmtenet Zuid-Limburg. Dat zal volgens Tillie voorjaar 2026 worden.
Restwarmte
Industriepark Chemelot levert restwarmte van bijna 100 graden, waarmee Warmtenet Zuid-Limburg een hoge temperatuur warmtenet zal worden. Aan de rand van het terrein ligt al het uiteinde van een leiding waarmee de warmte naar het warmtenet gaat. Deze wordt straks verbonden met de fabrieken, die zo de restwarmte afvoeren.
Die restwarmte wordt in de toekomst opgewekt met duurzame energie. “Chemelot heeft ook taak om CO2-uitstoot te verminderen tot aan 2050”, zegt Tillie. “Daarmee wordt de restwarmte die zij leveren ook duurzamer. In principe is Warmtenet Zuid-Limburg straks helemaal duurzaam, omdat die restwarmte nu aan de lucht wordt afgeblazen. En die gebruik je dan.”
Een warmtecentrale om warmte op te waarderen is in eerste instantie niet nodig, maar wel in gedachte als oplossing voor de toekomst. “Chemelot wil geen levergarantie voor 30 jaar afgeven, wat wij uiteraard wel graag zouden willen. Maar de ontwikkelingen op wereldniveau zijn zo veranderlijk, dat Chemelot niet weet of ze 30 jaar kunnen blijven leveren. Daarom wordt nu gesproken over een levergarantie voor tien jaar. We kijken nu al naar bronnen voor de achtervang”
Warmtepomp overnemen
Ook het technisch ontwerp wordt verder onderzocht, maar duidelijk is dat met hoge temperatuur kan worden volstaan met afleversets in de woningen. “De Gemeente biedt niettemin wel een totaalplaatje aan inwoners, inclusief subsidie voor isolatiemaatregelen”, zegt Tillie.
Voor inwoners die al een warmtepomp hebben laten installeren zal ook iets moeten worden bedacht, stelt de wethouder. “Zij hebben geen directe noodzaak om aan te sluiten, maar voor een goede businesscase wil je zoveel mogelijk aansluitingen. We onderzoeken of we hen iets kunnen bieden.”
De wethouder denkt daarbij aan een vergoeding voor inwoners die hun warmtepomp inleveren. “Ik zou denken dat die warmtepompen kunnen worden ingezet in onze gemeente bij woningen die níet op een warmtenet aangesloten kunnen worden. Dat moeten we onderzoeken.”
Tillie noemde dit punt al eerder op het VNG-congres, zegt hij. “Ik heb daar aangegeven dat dit een punt van zorg is bij de ontwikkeling van warmtenetten. Je zal een oplossing moeten bedenken voor de voorlopers.”
Temeer omdat hoe langer het duurt om warmtenetten te realiseren, hoe meer mensen al kiezen voor de individuele route naar aardgasvrij. “Dan is het goed om te kunnen zeggen: prima voor die drie jaar dat u daar gebruik van kunt maken, daarna nemen we het apparaat van u over.”
Participatie
In Zuid-Geleen weten inwoners al heel lang dat de plannen voor het warmtenet bestaan, zegt Tillie. “Het heeft ons de tijd gegeven om inwoners op tijd te benaderen, om het verhaal te vertellen en op te halen waar inwoners behoefte aan hebben.”
Dat de plannen leven, blijkt uit de reactie op een rondgestuurde enquête. “Daar hebben we bijna 1000 reacties op gekregen. Dat is heel veel, en meer dan we hadden verwacht. Ook hebben we gevraagd of inwoners willen meedenken in werkgroepen en daar kregen we bijna 300 aanmeldingen voor. Het draagvlak voor het warmtenet wordt steeds groter. We hebben als gemeente ook steeds ingezet op ambassadeurs: mensen die dit een goed initiatief vinden. Die bij de bakker staan en tegen hun buren zeggen dat ze ook moeten aansluiten.”
Op de foto: Herman Exalto, directeur Warmtenetten bij EBN (links), Marc van Caldenberg, gedeputeerde Provincie Limburg (tweede van rechts) en (helemaal rechts) wethouder Ivo Tillie (energietransitie, Sittard-Geleen).
