Ga naar inhoud

Nieuws

10 maart 2026

Plannen voor geothermie liggen klaar

  • bouw, realisatie
  • exploitatie, beheer
  • ontwikkeling

Geothermie is een voor de hand liggende bron voor duurzame warmtenetten. Het is een bewezen techniek die betaalbaar, betrouwbaar en op veel plekken beschikbaar is. De plannen voor de ontwikkeling van nieuwe doubletten liggen in verschillende steden al klaar. Wat nog ontbreekt, is voldoende warmtenetten die geothermie als bron kunnen gebruiken. Het is volgens Hans Bölscher, voorzitter van het platform Geothermie, nu zaak om meters te maken in de ontwikkeling van warmtenetten.  

 

“Aan de ene kant ziet iedereen dat aardwarmte nodig is. Aan de andere kant stagneert de ontwikkeling, vooral in de gebouwde omgeving.” Aan het woord is Hans Bölscher, voorzitter van Geothermie Nederland. Hij legt uit waarom geothermie in vrijwel elk beleidsrapport en gemeentelijk warmteplan genoemd wordt. “Geothermie is betaalbaar, betrouwbaar en 24/7 beschikbaar. Zowel voor de glastuinbouw als voor de gebouwde omgeving is het een logische bron.”

 

Vijftig nieuwe doubletten

Op dit moment zijn er in Nederland 30 geothermische doubletten gerealiseerd, waarvan er ongeveer 25 operationeel zijn. Een doublet bestaat uit twee putten: via de ene wordt warm water opgepompt, na warmteonttrekking wordt hetzelfde water via de andere weer terug in dezelfde laag geïnjecteerd. Bölscher: “Er zijn plannen voor zo’n vijftig nieuwe doubletten. Voor ongeveer twintig daarvan zijn de plannen al vergevorderd. Die hebben vaak net dat laatste zetje nodig.” De projecten zijn verdeeld over de glastuinbouw en de gebouwde omgeving. In de tuinbouw is de warmtevraag geconcentreerd en continu aanwezig, wat geothermie tot relatief eenvoudig inzetbare warmtebron maakt. In de gebouwde omgeving is de situatie complexer, omdat projecten daar sterk afhankelijk zijn van de aanleg en uitbreiding van warmtenetten.

 

15.000 woningen op geothermie

Een recent project is Geothermie Delft. Daar worden de campus van de TU Delft, woningen en onderzoeksfaciliteiten gevoed met aardwarmte. Het project heeft drie pijlers: levering aan de universiteit, aansluiting van woningen en een sterke onderzoekscomponent. Het doel is om hier 15.000 woningen aan te sluiten op een warmtenet dat gevoed wordt met geothermie, zegt Bölscher. “De campus is al aangesloten en er worden al woningen voorzien van warmte. Het net wordt stapsgewijs uitgebreid.” Het project is volgens hem een goed voorbeeld van samenwerking tussen de gemeente, woningcorporaties, kennisinstellingen en private partijen.

 

Plannen geothermie

Ook in andere steden liggen de plannen voor geothermie klaar. Zo heeft de gemeente Amsterdam recent een tender gepubliceerd voor meerdere doubletten rond de stad. En in Tilburg wordt al langere tijd gewerkt aan concrete plannen. Den Haag heeft eveneens ambitieuze doelstellingen op het gebied van geothermie. Zuid-Holland heeft berekend dat ongeveer 40 procent van de toekomstige warmtevraag in de provincie uit geothermie zou kunnen komen. In regio’s met bestaande warmtenetten, zoals rond Utrecht en West-Brabant, wordt nadrukkelijk gekeken naar aansluiting van geothermie als duurzame bron, zegt Bölscher. “Alle grotere bestaande warmtenetten onderzoeken hoe ze geothermie kunnen inpassen. Dat is ook logisch. Het is onze eigen warmte uit de bodem. Er hoeft niets voor verbrand te worden.”

 

Nu meters maken

Ongeveer een derde van de Nederlandse woningen zou optimaal via warmtenetten verwarmd kunnen worden. Van de duurzame warmte in die netten zou 25 tot 30 procent uit geothermie kunnen komen, zegt Bölscher. “Dan heb je het over 150 tot 200 petajoule op termijn, inclusief glastuinbouw. Maar die potentie is sterk afhankelijk van de snelheid waarmee warmtenetten worden uitgerold. Als we nog tien jaar blijven praten en in een straat al twintig van de honderd woningen een individuele warmtepomp hebben, wordt de businesscase voor een net steeds lastiger. Je moet nu meters maken.”

 

Ondergrond verschilt per locatie

Niet elke regio is even geschikt voor geothermie. Zuid-Holland, delen van Noord-Holland en Brabant zijn kansrijk. In andere regio’s is meer onzekerheid. In Limburg speelt de aanwezigheid van breuklijnen een rol. In Groningen is technisch gezien potentie, maar maatschappelijke gevoeligheid ten aanzien van de gaswinning maakt ontwikkeling daar ingewikkeld. De ondergrond verschilt sterk per locatie, legt Bölscher uit. “Je moet het zien als een berglandschap onder de grond. Lagen liggen niet overal op dezelfde diepte. Soms moet je veel dieper boren, en dat maakt het financieel minder aantrekkelijk.” In Nederland gaat het meestal om temperaturen van 90 tot 95 graden op tweeënhalf tot drie kilometer diepte.

 

Knelpunten voor ontwikkeling

Bölscher noemt drie knelpunten voor verdere ontwikkeling. “Het eerste knelpunt is het ontbreken van grootschalige warmtevraag. Zonder voldoende afzet kun je niet investeren in een put van tien of twintig miljoen euro.” Het tweede knelpunt is regelgeving, zegt hij. “Vergunningen en toezicht zijn nog sterk gebaseerd op olie- en gaswinning. We zijn bezig met aanpassingen in de Mijnbouwwet, maar dat gaat langzaam. Het systeem moet beter aansluiten op geothermie.” Als derde knelpunt noemt hij financiering. “In Nederland is de SDE++ het belangrijkste instrument voor duurzame energie. Dat is een fantastisch efficiënt instrument voor elektriciteit, Maar voor geothermie werkt het minder goed.” Voor warmteprojecten met lange looptijden en specifieke risico’s zijn volgens hem daarom andere financiële instrumenten nodig, zoals in omringende landen al bestaan.

 

Impact zeer beperkt

Bölscher is optimistisch over de ontwikkeling van geothermie. “De techniek is bewezen, de risico’s beheersbaar en de maatschappelijke behoefte aan duurzame, betaalbare warmte is groot. Geothermie heeft wereldwijd nog nooit tot grote problemen geleid. We halen water omhoog, onttrekken de warmte en brengen hetzelfde water terug. De impact op de ondergrond is zeer beperkt.” De grootste uitdaging ligt daarom niet in de techniek, maar in de organisatie van de warmtemarkt. “Als de warmtenetten loskomen, kan geothermie snel opschalen.”

Auteur: Joop van Vlerken