De nieuwste ontwikkelingen rond netcongestie en warmtenetten werden 30 juni in het kantoor van AKD in Rotterdam gedeeld met ruim 100 deelnemers van Stichting Warmtenetwerk. De ACM lichtte het prioriteringskader netcongestie toe en netbeheerders vertelden wat de directe gevolgen daarvan zijn. Ook was er aandacht voor hoe collectieve warmteoplossingen kunnen bijdragen aan het verlichten van netcongestie.
De Kennissessie Warmte en Prioriteringskader Netcongestie, georganiseerd door de Programmaraad Wet- en Regelgeving, wordt geopend door Keesjan Meijering (AKD) en Anne Marie van Osch (AMergie Advies). Volgens Meijering krijgt Stichting Warmtenetwerk steeds meer vragen over het prioriteringskader voor netcongestie. Vervolgens introduceert hij Wilko Wolbers (ACM), die het nieuwe prioriteringskader voor netcongestie toelicht met een duidelijke boodschap: “Het kan niet overal en het kan zeker niet tegelijkertijd. Je kunt je capaciteit maar één keer uitgeven.”

Schaarse capaciteit
De ACM is volgens Wolbers de enige partij die op basis van Europese regelgeving bevoegd is om regels op te stellen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit. Het prioriteringskader is ontwikkeld om die schaarste zo eerlijk en transparant mogelijk te verdelen. “We hebben bij iedere sector dezelfde vragen gesteld: draagt deze functie bij aan de nationale veiligheid, aan publieke dienstverlening of aan de basisbehoeften van de samenleving?”
Warmte als basisbehoefte
Warmte heeft binnen dat afwegingskader een belangrijke positie gekregen. Wolbers legt uit waarom. “Je kunt een warmtenet in tegenstelling tot een datacenter niet zomaar even naar het buitenland verplaatsen.” Warmtenetten vallen onder de categorie basisbehoeften, omdat zij bijdragen aan de leverings- en voorzieningszekerheid van warmte voor eindgebruikers. Ook collectieve warmtevoorzieningen die onderdeel uitmaken van woningbouwprojecten kunnen onder voorwaarden meeliften met de prioriteit die woningbouw krijgt.
Congestieverzachter?
Tegelijkertijd maakt Wolbers duidelijk dat warmtenetten niet automatisch als congestieverzachter, waarvoor binnen het kader de hoogste prioriteit geldt, worden beschouwd. “Warmtenetten zijn ontzettend belangrijk en verminderen de toekomstige elektriciteitsvraag. Maar ze maken het probleem niet automatisch kleiner, omdat ze op de korte termijn extra transportcapaciteit vragen.” Warmtenetten kunnen wel als congestieverzachter worden aangemerkt als zij actief flexibiliteit aanbieden, bijvoorbeeld met warmtebuffers of opslag, zegt hij. “Als je pieken kunt opvangen, dan kun je zeker als congestieverzachter worden gezien.”
Zo werkt het prioriteringskader
Sinds 31 december 2025 geldt een landelijk prioriteringskader dat bepaalt welke aanvragen voor een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting voorrang krijgen wanneer het net vol is. De volgorde van prioriteit is als volgt:
-
Congestieverzachters: partijen die aantoonbaar extra ruimte creëren op het elektriciteitsnet.
-
Nationale veiligheid: onder meer elektriciteitsnetten, ziekenhuizen, drinkwaterbedrijven, politie, defensie, telecom voor hulpdiensten en waterbeheer.
-
Basisbehoeften: onder andere woningbouw, warmte, onderwijs, openbaar vervoer, telecom, gasnetten en afvalinzameling.

Beschikbare capaciteit beter benutten
Met de invoering van het maatschappelijke prioriteringskader verandert ook de werkwijze van de netbeheerders, vertellen Thijs van Hasselt (TenneT) en Loek Koelemij (Stedin) aansluitend. Nieuwe aanvragen worden niet langer automatisch aangesloten, maar beoordeeld volgens de landelijke prioriteiten. Daarbij blijft de zogenoemde autonome groei van bestaande aansluitingen die meer elektriciteit gaan gebruiken zonder hun aansluiting te verzwaren, wel doorgaan. Van Hasselt benadrukt dat flexibiliteit de sleutel vormt om extra ruimte op het net te creëren. “Congestieverzachters, zoals bedrijven of warmtenetten die hun elektriciteitsgebruik kunnen verschuiven of tijdelijk kunnen beperken, helpen om de beschikbare capaciteit beter te benutten.” Hij roept warmtepartijen daarom op om actief met netbeheerders in gesprek te gaan. “Iedereen die een oplossing realiseert waardoor de toekomstige elektriciteitsvraag afneemt, helpt uiteindelijk ook het net.”
Belasting net verminderen
Koelemij gaat dieper in op de mogelijkheden voor woningbouw en collectieve warmtevoorzieningen. Hij legt uit hoe warmtevoorzieningen onder voorwaarden gekoppeld kunnen worden aan woningbouwprojecten, zodat beide gelijktijdig op de wachtlijst kunnen worden geplaatst. “We willen natuurlijk geen woningen bouwen waar uiteindelijk geen warmte beschikbaar is.” Daarnaast schetst Koelemij verschillende technische oplossingen om de belasting van het elektriciteitsnet te verminderen. “Door woningen energiezuiniger te maken, warmte op te slaan in buffers, lokaal opgewekte elektriciteit direct te benutten en energie slim aan te sturen via energiemanagementsystemen kan de vraag tijdens piekmomenten aanzienlijk worden verlaagd. Warmtenetten kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.” Hij maakt duidelijk dat uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk blijft, maar dat slimme flexibiliteitsoplossingen in de komende jaren onmisbaar zijn om zoveel mogelijk maatschappelijke projecten toch doorgang te laten vinden.
Congestieverzachtende maatregelen vanuit perspectief Stedin
Het gaat er bij congestieverzachting om dat een partij gedrag vertoont dat leidt tot vermindering van de belasting van het net op piekmomenten. Door deze druk te verlagen, ontstaat er ruimte om andere partijen (deels) toegang te geven tot het net. Dit kan zowel aan de invoerings- als afname kant (aangezien afnamecongestie gebruikelijker is ga ik hieronder even uit van afnamecongestie).
Voor partijen zonder bestaande aansluiting (nieuwe aansluitingen) geldt dat actief invoeden van vermogen tijdens piekmomenten naar mijn idee de enige manier is om congestieverzachtend te zijn, omdat zij nog geen afname hebben die zij kunnen reduceren. Voor partijen met een bestaande aansluiting die een verzwaring aanvragen, ligt dit anders. Zij kunnen hun afname op piekmomenten beperken of verschuiven, en daarmee ook congestieverzachtend optreden.

Sturen op collectieve warmte
Na een koffiepauze volgt de presentatie van Yvonne Hofman (NPLW). Zij gaat tijdens haar presentatie in op de juridische mogelijkheden die gemeenten hebben om in nieuwbouwgebieden te sturen op collectieve warmtenetten. Aanleiding vormde de Handreiking sturen op warmtenetten bij nieuwbouw die samen met juristen is opgesteld om gemeenten hierbij te ondersteunen. Volgens Hofman vormt nieuwbouw een belangrijke kans. “Nieuwbouw kan de startmotor zijn voor een warmtenet dat later ook bestaande buurten kan bedienen. In de praktijk blijkt het echter lastig om ontwikkelaars daadwerkelijk aan een collectief systeem te verbinden.”
Businesscase onder druk
Als voorbeeld noemt zij een grootschalige gebiedsontwikkeling in de wijk Overamstel in Amsterdam-Oost. Daar had de gemeente een warmtenet gepland en was al een concessie verleend aan een warmtebedrijf. Toch besloten enkele projectontwikkelaars uiteindelijk voor individuele alternatieven te kiezen. Daardoor kwam de businesscase van het collectieve warmtenet onder druk te staan en ging het warmtenet uiteindelijk niet door. Om dergelijke situaties te voorkomen, beschrijft de handreiking welke juridische instrumenten gemeenten kunnen inzetten. Dat kan via het Omgevingsplan, waarin een aansluitplicht voor een warmtenet kan worden opgenomen, maar ook via de Wet collectieve warmte (Wcw). Tegelijkertijd benadrukt Hofman dat ontwikkelaars altijd de mogelijkheid houden om een gelijkwaardig alternatief voor te stellen. “Het is niet waterdicht. Als een ontwikkelaar kan aantonen dat een alternatief gelijkwaardig is, kun je dat als gemeente niet zomaar tegenhouden.”

Ervaringen delen
Met de komst van de Wcw krijgen gemeenten volgens Hofman wel meer mogelijkheden. “Als een warmtekavel is aangewezen, moeten ontwikkelaars die daarvan willen afwijken een ontheffing aanvragen. Een gemeente kan zo’n verzoek weigeren wanneer aannemelijk is dat de businesscase van het collectieve warmtenet daardoor niet meer rendabel is.” Hofman benadrukt dat veel van deze regels in de praktijk nog moeten worden uitgeprobeerd. Daarom roept zij gemeenten op hun ervaringen te delen over casussen waar het sturen op warmtenetten in nieuwbouw is gelukt, of juist niet. Die kunnen opgestuurd worden naar yvonne.hofman@nplw.nl.
Verminderen netcongestie
Daan Verweij (Energie Samen) laat als laatste spreker aan de hand van de praktijkcasus Muiderberg zien dat een warmtenet niet alleen een duurzame warmtevoorziening kan zijn, maar ook actief kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Volgens Verweij wordt bij de ontwikkeling van het warmtenet vanaf het eerste ontwerp rekening gehouden met de beperkingen van het elektriciteitsnet. “Je moet een warmtenet vanaf het begin netbewust ontwerpen. Anders loop je later alsnog tegen een gebrek aan transportcapaciteit aan.”

Grote warmtebuffer
Het warmtenet in Muiderberg is bedoeld om uiteindelijk circa 1.200 woningen en gebouwen van warmte te voorzien. De installatie maakt gebruik van een warmte-koudeopslag (WKO), warmtepompen, een warmtebuffer van circa 80 MWh en gasketels voor piekvermogen. De grote warmtebuffer vormt volgens Verweij de sleutel tot flexibiliteit. “De buffer is ons belangrijkste flexibiliteitsinstrument. Bij lage elektriciteitsprijzen laden we de buffer op en bij hoge prijzen of netcongestie halen we de warmte uit de buffer.” Daardoor hoeft het warmtenet tijdens piekmomenten nauwelijks elektriciteit af te nemen.
Net slimmer benutten
Volgens Verweij biedt een collectief warmtenet daarmee duidelijke voordelen ten opzichte van individuele warmtepompen. Zijn belangrijkste boodschap is dat warmtenetten niet als extra belasting van het elektriciteitsnet moeten worden gezien, maar als instrument om het net slimmer te benutten. Daarvoor is volgens hem wel nauwe samenwerking nodig tussen warmtebedrijven, netbeheerders, gemeenten en beleidsmakers. “Het begint met elkaar vroegtijdig opzoeken. Alleen als we samen ontwerpen en plannen, kunnen we zowel de warmtetranstitie als de energietransitie vooruithelpen.”

Vervolg
Stichting Warmtenetwerk is voornemens een vervolg te geven aan dit onderwerp. Om overgebleven vragen, behoeften en suggesties te inventariseren, is hiervoor aan de deelnemers van de kennissessie een aanvullende vragenlijst gestuurd. Houd voor verdere ontwikkelingen rondom dit onderwerp onze nieuwsbrief en onze website in de gaten.
Kom ook naar het Warmte Congrestival
Op 19 november 2026 vindt de vijfde editie van het Warmte Congrestival plaats. Bent u er ook bij? Kijk hier voor meer informatie en om u aan te melden
