De samenwerking tussen Linthorst Energy en de gemeente Venlo in het gezamenlijke Warmtebedrijf Hagerhof BV laat zien welke mogelijkheden een publiek-private constructie biedt. Het gemeentelijk belang is 51%, waardoor de samenwerking voldoet aan de eisen van de Wcw. Doordat beide partijen hun eigen expertise meenemen in de samenwerking, kan het project verder gebracht worden.
“Gemeenten beschikken over kennis van de lokale omgeving, bewonersparticipatie en bestuurlijke processen. Wij brengen naast ervaring met de realisatie, technische kennis en commerciële slagkracht in.” Aan het woord is Karlijn Wisse, directeur van Linthorst Energy. Het bedrijf heeft samen met de gemeente Venlo Warmtebedrijf Hagerhof BV opgericht, waarbij de gemeente 51 procent van de aandelen bezit en Linthorst Energy de overige 49 procent. De samenwerking is opgezet volgens de uitgangspunten van de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw). Beide partijen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van het warmtenet, waarbij ieder zijn eigen expertise inbrengt. “Het is een voorbeeld van hoe publieke en private partijen elkaar kunnen versterken. Door kwaliteiten te combineren, ontstaat ruimte om projecten verder te brengen”, zegt ze.
Exploitatie
Linthorst Energy is het warmtebedrijf van Linthorst en levert op dit moment al rechtstreeks warmte aan ongeveer 3.000 consumenten. Daarnaast zijn er projecten waarbij warmte collectief wordt geleverd aan bijvoorbeeld gebouweigenaren, kantoren en studentencomplexen. Het idee voor de oprichting van een eigen warmtebedrijf ontstond enkele jaren geleden tijdens een project, vertelt Wisse. “Een klant wilde de energievoorziening niet alleen laten ontwerpen en realiseren, maar ook onderbrengen in een Energy Service Company (ESCO) voor de exploitatie van de energievoorziening. Daarmee was de keuze, ‘Gaan we samenwerken met een bestaande exploitant of pakken we zelf die rol? We hadden de overtuiging dat we dat zelf ook zouden kunnen en dat daar waarde in zou zitten.”
Flexibiliteit waardevol
De combinatie van installatie- en warmtebedrijf geeft Linthorst een andere positie dan andere warmtebedrijven. “Het maakt mij niet uit welke rol ik uiteindelijk ga vervullen. Als blijkt dat een publieke partij zelf het warmtebedrijf wil zijn, is dat ook prima. Dan kunnen wij bijvoorbeeld als partij voor ontwerp, bouw en onderhoud onze rol pakken.” Volgens Wisse is die flexibiliteit juist in de huidige markt waardevol. Door de onzekerheid rond de Wcw zetten sommige warmtebedrijven een stap terug. Zij willen eerst duidelijkheid over hun toekomstige positie voordat zij nieuwe projecten aangaan. Linthorst Energy kan ondertussen betrokken blijven, ook als de exploitatie anders wordt dan aanvankelijk gedacht.
Samenwerking Venlo
De samenwerking met de gemeente Venlo in Warmtebedrijf Hagerhof BV is een concreet voorbeeld van een publiek-private aanpak. Het project omvat bijna 3000 woningen en twee scholen. De gemeente bezit 51 procent van het warmtebedrijf en Linthorst Energy 49 procent, legt Wisse uit. “De samenwerking is ontstaan uit een aanbesteding waarin al rekening werd gehouden met de nieuwe ontwikkelingen rond de Wcw. In de samenwerking richt de gemeente zich vooral op bewonerscommunicatie en participatie, omdat zij daar al veel ervaring mee hebben. Wij doen vooral de technische uitwerking en kijken welke warmteoplossing het beste past, welke infrastructuur daarvoor nodig is en hoe we daar een haalbare businesscase van kunnen maken.”
Zeggenschap geborgd
De verdeling van 51 procent voor de gemeente en 49 procent voor Linthorst Energy is niet alleen een formele constructie. De Wcw stelt eisen aan de publieke zeggenschap bij collectieve warmtesystemen. Die zeggenschap moet ook daadwerkelijk in de governance van het warmtebedrijf zijn geborgd. “Die 51 procent gaat puur over het zeggenschap over het bedrijf. Het heeft niets met de financiële verhouding te maken.” Voor Wisse is het belangrijk dat de samenwerking niet alleen op papier goed is geregeld. De partijen moeten in de dagelijkse praktijk ook daadwerkelijk als partners kunnen opereren. “Veel partijen zeggen: als ik je partner ben, dan zijn we ook fiftyfifty. Dat mag natuurlijk niet. Maar je moet wel het gevoel hebben dat je samen aan het werk bent.”
Samen aan de touwtjes trekken
Een belangrijk voordeel van de constructie in Venlo is volgens Wisse dat slechts twee partijen de belangrijkste besluiten nemen: de gemeente en Linthorst Energy. De gezamenlijke verantwoordelijkheid maakt het volgens Wisse mogelijk om problemen eerder en directer aan te pakken. Dat is anders dan wanneer een private partij uitsluitend als opdrachtnemer of technisch dienstverlener betrokken is. “Als je als technisch bedrijf alleen op een ander niveau betrokken bent, krijg je een vraag en geef je antwoord. Nu trekken we samen aan de touwtjes. Als iets niet werkt, moeten we onderzoeken of een andere optie mogelijk is.”
Belangrijke uitdagingen
Dat de samenwerking goed verloopt, betekent niet dat de ontwikkeling van het warmtenet eenvoudig is. Wisse noemt twee belangrijke uitdagingen: de financiering en de betrokkenheid van bewoners. “Het rondkrijgen van de businesscase is ingewikkeld. Bovendien moet het warmtebedrijf bewoners van bestaande woningen overtuigen van de overstap naar een andere warmtevoorziening. Dat vraagt om duidelijke communicatie en een aantrekkelijk aanbod.” De samenwerking in Venlo is volgens Wisse niet zonder meer te kopiëren naar andere gemeenten. “Ieder project vraagt om een eigen afweging, waarbij onder meer de beschikbare warmtebronnen, de bebouwingsdichtheid, de ruimte voor infrastructuur en de financiële haalbaarheid bepalend zijn.”
