Restwarmte verduurzaamt de warmtevoorziening in Arnhem en Nijmegen

Geplaatst op 08-10-2020 door Stichting Warmtenetwerk

Restwarmte uit afvalverbranding kan een belangrijke rol spelen in de overgang naar een aardgasvrije warmtevoorziening. In Arnhem en Nijmegen geven toonaangevende projecten een indruk van de mogelijkheden en uitdagingen. Zo komt zelfs circulaire stadswarmte in zicht.

 

Het gft-afval uit de regio keert in Nijmegen al terug als groen gas voor bussen en andere voertuigen. Ook het restafval krijgt een nuttige bestemming: als warmte en elektriciteit voor bedrijven en woningen. Bart de Bruin, directeur van afvalbeheerder Dar in Nijmegen: ‘Samen met de omliggende gemeenten streven we ernaar om zoveel mogelijk afval gescheiden in te zamelen. Als we dat goed doen, dan kan een groot deel ervan weer als grondstof worden gebruikt. Uiteindelijk houden we dan nog maar een kleine hoeveelheid restafval over, die in de ARN (Afvalverbranding Regio Nijmegen) wordt verbrand. Door aan te sluiten op het warmtenet, gebruiken we zelfs het restafval nog nuttig.’ Het hoofdkantoor van Dar is dankzij de aansluiting op het warmtenet sinds het najaar van 2019 volledig aardgasvrij, en realiseert een CO2-besparing van 70 procent ten opzichte van een gasgestookte cv-installatie. 

 

Samenwerken aan een circulair systeem

Omdat het gebouw van Dar warmte krijgt uit het afval dat het bedrijf zelf inzamelt, ontstaat een gesloten systeem waarin grondstoffen steeds worden hergebruikt. Verschillende partijen werken hiervoor nauw samen. Het warmtenet in Nijmegen wordt gevoed door de ARN, dat eigendom is van tien omliggende gemeenten. De ARN geeft de restwarmte van het verbrandingsproces door aan een warmtenet dat in beheer is van Indigo, een dochteronderneming van Firan, die de gas- en elektranetten in de regio beheert. Aan het eindpunt van het Indigo-warmtenet is het warmtenet van Vattenfall gekoppeld, dat de warmte aflevert bij onder andere Dar. 

Omdat het hoofdkantoor van Dar aan een drukke verkeersader ligt, is voor de aansluiting op het warmtenet gebruikgemaakt van een relatief nieuwe technologie met een zogenoemde flexwell boring. Met een korte buigstraal is de boring onder de weg door gerealiseerd, zonder dat er diepe en brede onderdoorgangen gegraven zijn. Dergelijke innovaties spelen een belangrijke rol in de aanleg en uitbreiding van warmtenetten die in het licht van de energietransitie de komende jaren in veel drukke (binnen)steden plaatsvinden. 

 

Warmtenetten in ontwikkeling

Om in 2045 volledig van het aardgas afgesloten te zijn, wil de gemeente de komende jaren het warmtenet verder uitrollen in de stad. Zo’n 70.000 tot 80.000 woningen zullen gebruik gaan maken van stadswarmte. Daarnaast verkent Vattenfall momenteel samen met de gemeente de kansen om panden tussen het station en het Keizer Karelplein aan te sluiten op stadswarmte. Ook het NS-station en de stadsschouwburg overwegen een overstap naar aardgasvrij verwarmen met restwarmte. 

Om de grootschalige uitbreiding te realiseren, worden naast de ARN meerdere andere bronnen toegevoegd. Daarvoor kijkt de gemeente naar onder andere ultradiepe geothermie, thermische energie uit oppervlaktewater, thermische energie uit afvalwater, biomassa en de mogelijkheid om restwarmte uit de lokale industrie te benutten. Harrie van der Wielen, businessmanager bij Vattenfall Heat Nederland, licht toe: ‘De ARN heeft voldoende capaciteit om ook nieuwe aansluitingen van warmte te voorzien. Als energieleverancier zijn we daarnaast altijd op zoek naar nieuwe duurzame bronnen die we aan het warmtenet kunnen koppelen.’ Met deze strategie wil Vattenfall binnen één generatie fossielvrij leven mogelijk maken.  

 

In stappen van het gas af

Net als in Nijmegen speelt ook in Arnhem restwarmte een sleutelrol in het duurzamer en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het warmtenet, dat warmte levert in Arnhem, Westervoort en Duiven, wordt gevoed met restwarmte afkomstig van afvalverwerker AVR in Duiven. Om hun duurzaamheidsambities in de praktijk te brengen, kiezen steeds meer woningcorporaties voor deze stadswarmte.

In de wijk Immerloo verruilden de corporaties Vivare en Volkshuisvesting recent het gasgestookte cv-systeem van zes sociale huurflats voor een aansluiting op stadswarmte. ‘Het collectieve verwarmingssysteem was niet per se aan vervanging toe, maar de wens om te verduurzamen was wel heel sterk aanwezig’, vertelt Femke Steenbergen, projectleider vastgoed bij Vivare. De verduurzaming die Vivare uitvoert, bestaat verder uit het isoleren van het dak en de gevels, het vervangen van de radiatoren door een efficiënter type, en het plaatsen van zonnepanelen. Steenbergen: ‘De twee flats van Vivare – in totaal 228 woningen – zullen in het voorjaar van 2020 klaar zijn. Op termijn willen we bovendien de gasgestookte geisers vervangen voor elektrische geisers. Dan zullen de flats helemaal gasloos zijn.’

De zes flats delen een ketelhuis, waar de gasgestookte cv-installatie is vervangen voor warmteoverdrachtstations. Net als in de oude situatie zijn de woningen dus collectief aangesloten. Vattenfall heeft voor de noodzakelijke aanpassingen in de verschillende overdrachtstations gezorgd, vertelt Van der Wielen. ‘Hadden Vivare en Volkshuisvesting ook voor warm tapwater via stadswarmte gekozen, dan zouden de aanpassingen aan alle leidingen en installaties in de flats veel ingrijpender zijn geweest. Ook de investering was dan een stuk groter.’ 

 

Nieuwe leiding van 1,8 kilometer

Om de zes flats in Immerloo aan te sluiten, breidde Vattenfall het bestaande warmtenet met 1,8 kilometer uit. Volgens Steenbergen was het belangrijkste principe dat huurders geen hogere kosten zouden hebben. ‘Per gigajoule betaalt de huurder hetzelfde als voorheen. We willen huurders bovendien helpen om te besparen op de energierekening. Dat doen we bijvoorbeeld door voorlichting over energieverbruik te geven en nieuwe thermostaten ter beschikking te stellen. Omdat de flats collectief zijn aangesloten, hebben de woningen namelijk geen klokthermostaat. Verder wijzen we de bewoners erop dat de isolatiemaatregelen tot meer comfort leiden en ze daardoor dus minder hard hoeven te stoken.’ 

Volgens Steenbergen ligt hier nog wel een uitdaging. ‘Veel bewoners zijn werkloos of zitten in de schuldsanering, dus kijken hoe je minder energie verbruikt staat vanzelf niet bovenaan het lijstje. Terwijl je met een lagere energierekening natuurlijk meer financiële ruimte krijgt. Hier liggen naar mijn idee dan ook genoeg kansen, bijvoorbeeld om als wijkteam hierop te sturen.’ 

 

Groeien in duurzaamheid

Met de overstap naar stadswarmte besparen de woningcorporaties en hun huurders ruim tachtig procent in CO2-uitstoot in vergelijking met gasgestookte HR-ketels. Van der Wielen wijst erop dat de hoge CO2-besparing ook samenhangt met de speciale (TCI-)installatie die de AVR Duiven gebruikt. Daarmee produceert AVR een kalkhoudend bindmiddel, dat wordt gebruikt voor bijvoorbeeld cement, van oude papiervezels. Vattenfall wil in de toekomst ook andere duurzame warmtebronnen op het warmtenet invoeden. De biomassacentrale van Veolia (op industrieterrein Kleefsewaard in Arnhem) is inmiddels aangesloten. 

Volgens Steenbergen blijft verdere verduurzaming van warmtenetten een belangrijk aandachtspunt. ‘Je ziet ook dat het aanbod aan oplossingen continu in ontwikkeling is. Een aantal jaren geleden, toen we de open geisers in deze flats vervingen voor gesloten geisers, was de optie elektrische geisers nog helemaal niet aan de orde. Voor het warmtenet zien we in de nabije toekomst dan ook zeker mogelijkheden voor nieuwe, duurzame bronnen.’ 

Op de foto (v.l.n.r.):

  1. De wijk Immerloo (Foto: Vivare)
  2. Dar hoofdkantoor (Foto: Dar)
Auteur:
Lynsey Dubbeld

Lees ook onze andere berichten