Ga naar inhoud

Nieuws

28 mei 2026

Wetterwaarmte kijkt verder dan aquathermie

  • onderzoek, onderwijs
  • ontwikkeling

Het Friese samenwerkingsprogramma Wetterwaarmte kijkt na vijf jaar inzetten op aquathermie uit oppervlaktewater ook naar andere bronnen voor de warmtetransitie. Zeker voor grotere warmtenetten zijn andere en/of meerdere bronnen nodig om bewoners een betaalbaar alternatief voor aardgas te kunnen bieden. 

 

Op 26 mei is in Antwerpen het evenement WaterWarmth gehouden, waar lessen uit het gelijknamige vier jaar lopende internationale Interreg-subsidieprogramma zijn gedeeld (het loopt volgend jaar af). Organisator van dat evenement is de provincie Friesland. Aanleiding om met projectleider Dirk Blom in te gaan op wat in dat Wetterwaarmte en WaterWarmth is geleerd. Voor hem draagt het Europese project bij aan de Friese warmtetransitie. “Dat is ons hoofddoel. Alles moet uiteindelijk bijdragen aan een duurzamer Friesland.”

 

Aquathermie én andere bronnen

Wetterwaarmte is in 2021 begonnen als een samenwerkingsproject tussen het waterschap ‘Wetterskip Fryslân’, de provincie, en vier Friese gemeenten (Leeuwarden, Súdwest-Fryslân, Terschelling en De Fryske Marren). Focus: hoe kan Friesland de aquathermieregio van Europa worden? “Dat is nog steeds wel onderdeel van de doelstelling, maar inmiddels weten we ook dat aquathermie (TEO) niet de enige oplossing voor de warmtetransitie in Friesland is. Je moet gewoon kijken naar welke bronnen er lokaal beschikbaar zijn en wat past bij de vraag.”

Aan water geen gebrek in de noordelijke provincie. Er komt een aquathermieviewer van Friesland aan die de bronpotentie aan de warmtevraag koppelt, zegt Blom. Uit de onderliggende studie en doorrekening van het Vlaamse bureau Extraqt blijkt dat een derde van Friesland is aan te sluiten op aquathermie. “Op zich een heel mooi gegeven, maar als je bekijkt wáár dat kan, gaat het voor een groot deel om individuele installaties en mini- en kleinschalige warmtenetten.” 

De relatief grotere warmtenetprojecten voor Friesland – “zeg vanaf 1000 tot 1200 aansluitingen” – vergen een andere manier van kijken. “Daarbij gebruik je aquathermie bijvoorbeeld voor regeneratie en kijk je ook naar andere bronnen zoals restwarmte, rioolwateringszuiveringsinstallaties en geothermie. Andere bronnen komen daarbij dus om de hoek kijken, of een mix daarvan. Onze belangrijkste les is dat aquathermie heel veel potentie heeft, maar niet de enige oplossing is voor Friesland.”

Kortom: de scope van Wetterwaarmte wordt breder, zegt Blom. “We kijken nu meer naar hoe we een warmtenet in Friesland duurzamer krijgen, en zo dat die tegelijkertijd ook niet te duur is voor de inwoner.”

 

Balk en Heechteerp

Een van de Friese projecten waarbij dit het geval is, is het warmtenet in Balk. Dat gaat draaien op restwarmte. “Het is in feite een keuze tussen zo duurzaam mogelijk, of iets minder duurzaam, maar wel zo goedkoop mogelijk, zodat zoveel mogelijk mensen willen aansluiten. Balk heeft daarin de keus gemaakt. Het aanvankelijke uitgangspunt was aquathermie. Dat is ook grondig onderzocht, maar restwarmte is voor nu goedkoper en levert voldoende voor het toekomstige warmtenet. Daardoor zit het project in Balk op best wel een hoog percentage bewoners dat de intentie heeft om aan te sluiten.” 

Ook in Heechterp – een wijk in Leeuwarden – valt de keus op andere bronnen (lucht en bodemenergie). “Er was sowieso niet genoeg vermogen in de nabijgelegen wateren om daar een aquathermie aangedreven warmtenet van te maken en het is ook een wijk met sociale huur, daar spelen de aansluitkosten een belangrijke rol.”

 

Kleine schaal

Aquathermieprojecten op kleine schaal lukken wel, hetzij met steun van onder andere Europese subsidies. Blom noemt de haven op Vlieland. “Dat is een gesloten systeem met een warmtewisselaar in het water. Bij kleinere vermogens – de grens ligt ongeveer bij 500 kilowattuur in de warmtewisselaar – kun je een gesloten systeem toepassen en blijft aquathermie interessant, omdat je dan onder andere normaliter minder hoeft te doen aan onderhoud.”

Ook de individuele route is interessant voor aquathermie. Zo ligt in Terherne  de focus inmiddels niet meer op een collectieve oplossing, maar op individuele aquathermie in combinatie met collectieve inkoop. “Zodat je in de collectieve inkoop korting kunt pakken op de systemen en daarmee een aanbieding kan doen. Mocht het daar lukken, dan zou je dat ook kunnen uitrollen over soortgelijke locaties in Friesland en heb je energetische winst te pakken ten opzichte van uiteraard gas, maar ook ten opzichte van de individuele lucht-water warmtepomp.”

 

Risico-opslagen

Een andere les uit begeleide projecten: onervarenheid op de markt bij projecten met aquathermie-installaties in combinatie met warmtenetten in Nederland. Dat leidt in het geval van een project voor een mini-warmtenet in Baard (vijf woningen en een school) tot hoge aanbiedingen. “Aannemers rekenen met hogere risico-opslagen, omdat zij nog niet veel ervaring hebben in het aanleggen van deze systemen. Als je dit zou vragen aan bijvoorbeeld een Deense of Vlaamse partij, krijg je hele andere aanbiedingen, omdat die al meer ervaring hebben met het aanleggen van dit soort installaties. De gemeente zou in dit geval kunnen overwegen om die risico’s af te nemen, zodat de aanbieding lager uitvalt, maar het is geen oplossing voor de langere termijn.”

Zowel de initiatiefnemers als de markt hebben nog een slag te maken in de ontwikkeling van warmtenetten en aquathermie-installaties, concludeert Blom. “Daar valt winst te halen. Dat leren we in dit soort kleinere projecten en daarmee fungeert de Europese subsidie ook als leergeld voor volgende projecten. Ik denk dat dit bijvoorbeeld aan de voorkant te tackelen is in de aanbesteding en dat gemeenten en initiatiefnemers bij aanbestedingen ook meer positie in kunnen nemen, door iets te zeggen over hoe je met de risico’s om wilt gaan.”

Auteur: Paul Diersen